Jaren zestig
1-jun-0004
Verdrag met Turkije in 1961
Met de bouw van de Berlijnse Muur in 1961 droogt ook de toestroom van vluchtelingen uit Oost-Europa - jaarlijks tussen de 150.000 en 300.000 - vrijwel geheel op. Dit maakt de behoefte aan buitenlandse arbeidskrachten nog dwingender. In dat jaar worden voor het eerst meer vacatures dan werklozen gemeld. De regering van bondskanselier Adenauer laat haar bezwaren vallen tegen een overeenkomst met Turkije, een land met een overwegend islamitische bevolking, en sluit op 30 oktober 1961 een verdrag met Turkije. In de jaren erna zullen ook nog verdragen worden gesloten met andere landen rondom de Middellandse Zee: in 1963 met Marokko, in 1964 met Portugal, in 1965 met Tunesië en tenslotte met Joegoslavië in 1968.
Het wervingsverdrag voor Turkse werknemers behoort tot een actieplan van de Turkse regering om de hoge werkloosheid in eigen land tegen te gaan en de arbeidsmarkt tijdelijk te ontlasten. Een andere reden om de arbeidsmigratie naar Duitsland te stimuleren is dat hierdoor veel spaargeld zal terugvloeien naar de Turkse economie. Verder hoopt men dat de terugkeer van de arbeidsmigranten, die veel kennis hebben opgedaan in het hoogontwikkelde Duitsland, uiteindelijk de eigen economische ontwikkeling zal bevorderen. Het zijn dan ook niet alleen ongeschoolde arbeiders die vertrekken naar de Bondsrepubliek. Turkije stuurt 30 procent van haar geschoolde arbeiders.
Wervingsprocedure in Istanbul
Voor het werven van de Turkse arbeidskrachten richt de Bundesanstalt für Arbeit (te vergelijken met het ministerie voor Werkgelegenheid) in Istanbul een Duits bemiddelingsbureau in. Medewerkers maken samen met Duitse artsen en Duitse personeelschefs een selectie op basis van een medisch onderzoek en een test die de vaardigheden voor een bepaald beroep moet aantonen. Wanneer men de selectieprocedure met succes doorloopt, ontvangt de arbeider een tijdelijk arbeidscontract en een legitimatiebewijs dat geldig is voor de komende één of twee jaar. In Istanbul neemt men afscheid van ouders, man, vrouw en kinderen, en vervolgens worden de werknemers op het Sorkeci-station met een voedselpakket op een speciale trein naar München gezet. Tussen 1961 en 1973 worden via deze weg 710.000 Turkse arbeidskrachten in Duitse dienst genomen.
Duitse bedrijven mogen alleen gebruik maken van de bemiddeling van de Bundesanstalt für Arbeit als zij kunnen aantonen dat er geen Duitse werknemer te vinden is voor de baan. Verder zijn de werkgevers verplicht voor hun Turkse werknemers een onderkomen te verzorgen. Men hoopt hierdoor te voorkomen dat de woningnood op de private woningmarkt nog eens versterkt zal worden door de toestroom van buitenlandse werknemers. Bij de 'service' hoort het recht dat bedrijven gastarbeiders binnen acht dagen kunnen 'teruggeven' aan het arbeidsbureau, wanneer deze in hun ogen niet geschikt blijken voor het werk.
Eenvoudig onderkomen
Op het station in München worden de Turkse Gastarbeiter, zoals ze al snel genoemd worden, door hun toekomstige werkgever verwelkomd en naar hun nieuwe onderkomen gebracht. Dit zijn vaak speciaal voor gastarbeiders ingerichte onderkomens, soms niet meer dan barakken op een bedrijfsterrein, waar men met vier tot acht personen op één kamer slaapt.
De Turkse werknemers stellen evenwel geen hoge eisen aan hun levensstandaard. Op deze manier kan men een zo groot mogelijk deel van het inkomen naar Turkije opsturen. Meer dan de helft van hun nettoloon van gemiddeld 516 DM, ongeveer 250 euro, wordt naar het thuisfront opgestuurd. Velen leven met het idee om binnen afzienbare tijd weer terug te keren naar Turkije, om daar met het verdiende geld een nieuw bestaan op te bouwen.
Afschaffing rotatieprincipe in 1964
Aanvankelijk dacht men buitenlandse arbeidskrachten te rekruteren volgens het Rotationsprinzip, het principe de arbeider na één tot drie jaar te wisselen. De arbeiders worden gezien als een reserveleger van arbeidskrachten, die tijdelijk kunnen worden ingezet wanneer schommelingen in de conjunctuur voor tekorten zorgen. Vandaar dat er in deze tijd ook geen regelingen bestaan voor het bevorderen van de maatschappelijke integratie.
Al snel ondervinden de Duitse werkgevers echter de nadelen van het rotatieprincipe. Omdat men het niet ziet zitten voor veel geld nieuwe arbeiders aan te stellen en te scholen, enkel omdat bij de andere buitenlandse krachten de verblijfstermijn afloopt, wordt het Rotationsprinzip in de praktijk al aan het begin van de jaren zestig terzijde geschoven, en stapt men over op arbeidscontracten zonder termijn. In 1964 schaft de regering van bondskanselier Erhard het Rotationsprinzip ook officieel af en krijgen Turkse gastarbeiders dezelfde rechten als Duitse werknemers.
DOMIT
Documentatiecentrum voor migratie vanuit Turkije
Migrationsmuseum
Digitaal museum over migranten in Duitsland
Familienalbum
Online fotoalbum van een Turks-Koerdisch migrantengezin
Politik und Unterricht
Een webeditie van de bundel Türken bei uns
Bundeszentrale für politische Bildung
Webdossiers over de Turkse minderheid in Duitsland en de collectieve identiteit van Duitse Turken

Duitse artsen keuren in Istanbul de gastarbeiders. Tijdens het medisch onderzoek bevinden mannen en vrouwen zich in één ruimte, slechts gekleed in ondergoed. Bij de gegadigden wordt in de mond, ogen en oren gekeken, en bij de Turkse mannen trekt de arts ook de onderbroek nog even omlaag.





Op 23 november 1969 arriveert Ismail Babader op het station van München. Hier wordt hij begroet als miljoenste Turkse gastarbeider. Uit handen van Josef Stingl, het hoofd van de Bundesanstalt für Arbeit, ontvangt hij een televisie.