© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Jaren negentig

1-jun-0004

Vreemdelingenhaat in Oost en West

Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 worden de DDR en de Bondsrepubliek in 1990 weer verenigd. Hoewel in Oost-Duitsland veel minder allochtonen wonen dan in het Westen van Duitsland, is men er veel minder tolerant tegenover buitenlanders. Het aantal rechts-extremistische aanslagen is in de nieuwe deelstaten beduidend hoger dan in de oude deelstaten.

Solingen 1993 In het Westen van Duitsland wordt men echter evengoed geconfronteerd met een opleving van racistisch geweld. Op 29 mei 1993 steken rechts-extremistische jongeren in Solingen de woning van een Turkse familie in brand. Vijf vrouwen en meisjes van 27, 18, 12, 9 en 4 jaar komen om en veertien anderen lopen ernstige verbrandingen op. Het verbrande huis van de familie Genç wordt een symbool voor de golf van rassistische aanslagen die de Bondsrepubliek opschrikt en schokt aan het begin van de jaren negentig. Een jaar eerder, in augustus 1992, stichtten rechtsextremisten al brand in een asielzoekerscertum in Rostock. En enkele maanden daarna werden in Mölln molotovcocktails door de ruiten gegooid van een huis waar Turkse migranten woonden. Daarbij kwamen drie Turkse vrouwen om het leven.

Om uiting te geven aan hun afwijzing van racistisch geweld, verzamelen zich in 1992 en 1993 honderdduizenden mensen in talrijke Duitse steden in Lichterketten, ketens van aaneen geschaarde mensen met een lichtje. Wereldwijd wordt er met kritische ogen naar Duitsland gekeken, ook in Nederland. Een Nederlandse DJ start de kaartenactie 'Ik ben woedend' en krijgt veel gehoor. 1,2 miljoen Nederlanders sturen Helmut Kohl, die op dat moment de bondskanselier is, een 'woedende' postkaart als antwoord op de reeks brandaanslagen.

Koerdische minderheid

Koerden demonstreren in Dortmund Onder de arbeidsmigranten sinds 1961 en politieke vluchtelingen van na 1980 die vanuit Turkije naar de Bondsrepubliek komen, bevinden zich veel Koerden. Hun aantal wordt op 580.000 geschat, waarvan 550.000 afkomstig uit Turkije. Nergens anders in Europa wonen zoveel Koerden.
De Koerden vormen een volk zonder land dat, onder andere in Turkije, streeft naar meer autonomie en onafhankelijkheid. Ook in Duitsland streeft de Koerdische minderheid naar officiële erkenning als aparte bevolkingsgroep. Deze erkenning zou moeten inhouden dat er speciale televisieprogramma's in het Koerdisch komen, en het bijvoorbeeld mogelijk is kinderen een Koerdische naam te geven. Dat dit tot nu toe nog altijd niet het geval is, wordt door veel Koerden gezien als een voortzetting van Turkse nationalistische politiek op Duitse bodem.

De spanningen die er in Turkije tussen Koerden en Turken bestaan, komen in 1993 ook in Duitsland tot uitbarsting, wanneer Koerden het Turkse consulaat in München bezetten. Later dat jaar worden ook aanslagen gepleegd op 53 Turkse bedrijven en instellingen. In reactie op een verbod op de viering van het Koerdische nieuwjaar tijdens het Newroz-feest in onder andere Augsburg volgt in maart 1994 de bezetting van snelwegen. Ook de uitlevering van de Koerdische politieke leider Öcalan aan Turkije leidt in februari 1999 tot onrust.

Eerste Turkse volksvertegenwoordiger

Solingen 1993 Cem Özdemir is in 1994 de eerste Duitser van Turkse afkomst die voor de Groenen lid wordt van de Bondsdag, het nationale parlement van Duitsland. Vanaf 2004 zal de politicus, die geboren is in 1965, de Groenen vertegenwoordigen in het Europees Parlement. Cem Özdemir is één van de weinige Turken die te vinden is in de Duitse politiek, want nog altijd zijn Turken niet goed vertegenwoordigd in de politiek. Turken die niet in het bezit zijn van een Duits paspoort mogen niet stemmen bij landelijke verkiezingen. In de diverse Duitse volksvergaderingen zijn in de jaren negentig dertien parlementsleden van Turkse afkomst vertegenwoordigd, waaronder tien vrouwen.

Migratieland

Bij de verkiezingen van 1998 behalen de SPD en de Groenen een meerderheid in de Bondsdag. Tijdens de coalitieonderhandelingen spreken beide partijen af werk te maken van de inburgering van allochtonen. Nadat CDU en FDP 16 jaar hebben geregeerd onder bondskanselier Helmut Kohl, ontbreekt er in Duitsland nog altijd een helder integratiebeleid. Ondanks het feit dat ongeveer 9 procent van de bevolking uit migranten bestaat, hield de Duitse regering vast aan het standpunt 'Deutschland ist kein Einwanderungsland'. Men heeft er lange tijd van uit willen gaan dat de gastarbeiders uiteindelijk terug zouden keren naar onder meer Turkije. Hoewel de gemiddelde verblijfsduur van de migrantenbevolking in de jaren negentig tegen de twintig jaar loopt, heeft het overgrote deel van de Turken nog altijd geen Duitse nationaliteit. Op deze manier blijven migrantenkinderen bijvoorbeeld uitgesloten van werken bij de overheid.

Turkse middenstand

Gedurende de jaren negentig verlaten steeds meer Turken de lopende band en beginnen voor zichzelf, richten een eigen zaak op, of gaan werken in de dienstverlenende sector. In 1972 werkte nog 84 procent van de mannelijke Turkse gastarbeiders als ongeschoolde arbeider. In 1993 is dat nog maar de helft en werkt een kwart als geschoolde arbeider, werkt 17 procent op een kantoor en heeft 6 procent een eigen bedrijfje.

Het aantal Turkse ondernemingen stijgt van 3.000 in 1970 naar ruim 60.000 in 1999. Samen hebben deze bedrijven een omzet van ongeveer 25 miljard euro en 293.000 werknemers in dienst. Meer dan 40 procent van de werknemers in Turkse bedrijven is niet van Turkse afkomst. Naar een studie van KPMG zullen Turkse ondernemingen in het jaar 2010 naar schatting zelfs 650.000 werknemers in dienst hebben en bijna 100 miljard euro omzetten - ter vergelijking: het nationaal product van Nieuw Zeeland bedraagt 78 miljard dollar.

Duitslandweb
feed link
Cijfers
Info

Geografische verdeling
De verdeling van buitenlanders over de verschillende deelstaten.
 

 








Bron: INKAR

Steden met veel allochtone inwoners.









Bron: Statistisches Bundesamt

Links

DOMIT
Documentatiecentrum voor migratie vanuit Turkije

Migrationsmuseum
Digitaal museum over migranten in Duitsland

Familienalbum
Online fotoalbum van een Turks-Koerdisch migrantengezin

Politik und Unterricht
Een webeditie van de bundel Türken bei uns

Bundeszentrale für politische Bildung
Webdossiers over de Turkse minderheid in Duitsland en de collectieve identiteit van Duitse Turken

Interview

Koerdische minderheid In een interview in Kurden in Deutschland uit 1992 vertelt de Koerdische Ayten, moeder van twee kinderen, over de moeilijke positie van Koerden in Duitsland.

"We kunnen onze kinderen geen Koerdische naam geven. Mijn dochter heeft bijvoorbeeld een Koerdische naam. Zij heet 'Jinda'. Bij de burgerlijke stand had men bezwaar tegen deze Koerdische naam, en het Turkse consulaat accepteerde deze naam absoluut niet. Wij moesten daarom een naam van de lijst kiezen. Nu heeft onze dochter twee namen, waarbij we de Turkse naam gebruiken bij de overheid en op school."

"Onze kinderen groeien in drie culturen op, zowel in de Koerdische, als de Turkse, als de Duitse cultuur. Thuis zijn mijn kinderen Koerden, op de straat Turken en op school zijn ze Ausländer."