- Economische malaise en Reformstau
- Actueel
- Knelpunten in de Duitse economie
- Belangrijkste spelers
- De macht van de vakbeweging
- Hervormingsplannen
- Alternatieve plannen
- De prijs van SchrXders hervormingen
- Ich AG
- Arbeidsmarktpolitiek
- Economische gevolgen van de Duitse vereniging
- De Duitse economie en Europa
- Geschiedenis Duitse verzorgingsstaat
- Spotprenten
Het 'rode netwerk'
De macht van de vakbonden
1-jul-0003
De eerste mei was tot begin jaren tachtig zoiets als een jaarlijkse beoordeling van de sociale- en werkgelegenheidspolitiek van de regering. Hoe harder het applaus van vlaggenzwaaiende werknemers voor de strijdbare redevoeringen van de vakbondsfunctionarissen klonk, des te moeilijker kregen regering en werkgevers het bij de volgende loononderhandelingen of wetswijzigingen: ze wisten hoe groot de macht van de vakbonden was. Eén op de drie werknemers was tot eind jaren tachtig in de oude Bondsrepubliek in een vakbond georganiseerd en in principe bereid om te staken.
De legitimatie door een basis van twaalf miljoen leden hebben de werknemersorganisaties inmiddels verspeeld: de Deutscher Gewerkschaftsbund (DGB), de overkoepelende vakbondsorganisatie, heeft sinds 1990 meer dan vier miljoen leden verloren. Tegenwoordig willen jonge werknemers geen Genossen meer worden. Behalve de hoogte van de ledenbijdrage, rond één procent van het maandinkomen, schijnt vooral een veranderde waardebegrip de reden voor de aversie tegen de vakbonden te zijn. In de geïndividualiseerde samenleving zijn vakbondstermen als 'solidariteit' en 'gerechtigheid' niet veel meer waard.
InvloedJe zou kunnen denken dat met hun kleiner wordende maatschappelijke verankering de macht van de werknemersorganisaties verdwijnt, maar niets is minder waar. Want de vakbonden zijn niet alleen maar belangenvertegenwoordigingen van werknemers die regelmatig voor hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden zorgen. Zo begon het weliswaar toen de dichter Ferdinand Freiligrath in 1863 "Alle Räder stehen still, wenn Dein starker Arm es will" ("alle wielen staan stil als jouw sterke arm dat wil") als oplossing voor de ontevreden werknemers in de net ontwakende industrie aandroeg. Maar bijna zestig jaar later groeide de invloed van de werknemersvertegenwoordigers en de vakbonden ver over de grenzen van de bedrijven uit. Het daarbij horende begrip luidt 'medezeggenschap'. Het ontwikkelde zich na de Eerste Wereldoorlog en de overwinning van de sociaal-democratische orde tot de sleutel tot macht op bijna alle maatschappelijke gebieden. Niet alleen omdat de werknemers luid om invloed schreeuwden en er een bloedige strijd woedde, maar ook omdat de regering van het Duitse Rijk erger wilde voorkomen, namelijk een revolutie naar Russisch voorbeeld.
MedezeggenschapHet medezeggenschapsrecht is tot op de dag van vandaag blijven bestaan, met een onderbreking tijdens de nazi-tijd. Het verzekert de vakbondsfunctionarissen van zetels en stemrecht in de raden van toezicht van bedrijven zoals Allianz en Volkswagen, maar ook in het zelfbestuur van de pensioen- en ziektekostenverzekeringen en bij het Bundesanstalt für Arbeit. Aangezien deze instelling over de hoogte en omvang van de werkloosheidsuitkeringen beslist, is zij een centraal onderdeel van het Duitse sociale vangnet en reguleert de Duitse arbeidsmarkt.
De vakbonden zijn tevens wettelijk onderdeel van de raden van toezicht van de Deutsche Bundesbank en de publieke omroep. "Normaal gesproken hebben ze daar weinig scheppende macht, maar ze hebben wel de macht een grote barrière tegen veranderingen op te werpen", zegt vakbondsonderzoeker Manfred Wilke uit Berlijn. Dat merkt de regering ook, die bij haar economische en sociale politiek altijd op de welwillendheid van de vakbonden aangewezen is. Bondskanselier Schröder en zijn ministers bespreken daarom hun voorstellen en wetswijzigingen vaak nog eerder met de vakbondsbazen dan met hun eigen partijcollega's. Zoals bijvoorbeeld bij de komende hervormingen in het economische en sociale systeem ( Agenda 2010), die ervoor moeten zorgen dat de Duitse economie zich weer herstelt en het sociale vangnet niet scheurt. Maar ook grote ondernemingen houden bij hun plannen rekening met de vakbonden: managers en chefs van grote naamloze vennootschappen weten dat de vakbondslieden in de raden van toezicht veel te zeggen hebben en een goed geheugen hebben. Bijvoorbeeld wanneer onderhandelingen over de contracten van de bestuursleden aan de beurt zijn en de vakbondslieden een beslissende stem hebben.
Zelfingenomenheid leidt af en toe tot regelrechte schandalen, zoals in 1987 toen de supermarktketen Coop, eigendom van de vakbond, op spectaculaire wijze failliet ging. Omdat het gehele bestuur onder de DGB viel, kwam de ook door de DGB gedomineerde raad van toezicht zijn controleplicht niet na. Het bestuur kon daardoor jarenlang ongestoord geld verduisteren en balansen vervalsen. Tot het weekblad Der Spiegel het bedrog ontdekte en de miljardenonderneming in elkaar stortte. 140.000 kleine beleggers verloren daardoor hun geld. Naast de wettelijk vastgelegde macht van de vakbonden is er ook nog de informele macht van de vakbondslobby. Gedurende meerdere decennia is het de organisaties gelukt hun eigen mensen op beslissende plaatsen onder te brengen. Zo is 74 procent van de sociaal-democratische parlementsleden in de Bondsdag lid van een vakbond en met minister van Gezondheid Ulla Schmidt en meerdere staatssecretarissen heeft de DGB zelfs leden met regeringsmacht. Manfred Wilke spreekt van "een niet gespecialiseerde informele invloed, waarvan de gevolgen niet precies te meten zijn" en voorspelt zelfs, dat de blokkade van de vakbonden zo groot zal worden, dat de sociale hervormingen uiteindelijk zullen mislukken.
De consequenties volgens de sociale wetenschapper: "Er zal ruimte ontstaan voor ontwikkelingen die nog helemaal niet zijn in te schatten, maar die in de richting van autoritaire oplossingen zullen gaan." Bijvoorbeeld een meerklassen-maatschappij met zeer grote verschillen tussen rijke en arme bevolkingslagen. Dan zou echter ook de opdracht van de vakbonden mislukt zijn, om voor maatschappelijke gerechtigheid te zorgen. Van het daarmee gepaard gaande verlies aan betekenis schijnen de organisaties zich langzaam bewust te worden. Ze beginnen zich te bewegen en zoeken nieuwe werkterreinen. Bij de vakbond voor de dienstensector Verdi bestaat bijvoorbeeld sinds een paar maanden een ledenservice die tegen betaling bij het invullen van de jaarlijkse loonbelastingformulieren helpt of voordelige verzekeringen aanbiedt. Maar zoveel service is zelfs voor deze relatief vooruitstrevende vakbond verdacht. "We zijn niet de ANWB van de werknemers en geen verzekering, maar een politieke organisatie, die op politiek gebied wat wil veranderen", verklaarde een Verdi-functionaris uit Stuttgart onlangs.
Christoph Podewils is freelance-journalist te Berlijn. Hij is onder andere werkzaam voor het nieuwsmagazine Focus en de Duitse persdienst DPA.
Vertaling uit het Duits door Marja Verburg