Over de voorstelling van terreur
Controverse rond RAF-tentoonstelling in Berlijn
1-jan-0005
“Waarom betaalt Berlijn honderdduizend euro voor een schandalige tentoonstelling over de RAF?”, vroeg boulevardblad Bild zich op 23 juli 2003 luidkeels af. Aanleiding voor de verongelijktheid was het feit dat de stad Berlijn een ton beschikbaar had gesteld voor een tentoonstelling die in de ogen van sommige Duitsers neerkwam op mystificatie van de terroristische Rote Armee Fraktion. De tentoonstelling, door galerie Kunst-Werke gepland voor het einde van het jaar 2003, moest gaan over de wijze waarop de RAF sinds de jaren zeventig in de (West-)Duitse cultuur werd verbeeld. Het veelvuldig gebruik van het RAF-logo in film, fotografie en mode zou bijvoorbeeld een centrale rol gaan spelen.
Nabestaanden van slachtoffers van de RAF zagen het anders. De oudste zoon van de in 1977 door de RAF vermoorde werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer vreesde, net als de weduwe van een later RAF-slachtoffer, voor “legendevorming en glorificatie van de RAF”. Aanleiding hiervoor was onder meer een passage uit een memo van de cultuur-afdeling van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, die interesse toonde voor de tentoonstelling. In het papier werd de vraag gesteld “Welke ideëen, idealen [van de RAF] hebben hun waarde in de loop der tijd behouden en kunnen niet als naïef worden afgedaan [...]?" Hoewel door de curators niet zo bedoeld, kon deze passage worden geïnterpreteerd als uitdrukking van een wel erg onkritische omgang met het gewelddadige RAF-verleden. Ook het feit dat Felix Ensslin, de zoon van RAF-kopstuk Gudrun Ensslin, optrad als curator, mocht opmerkelijk worden genoemd. Geheel onbegrijpelijk was de verontwaardiging bij de nabestaanden dus niet.
Begin juli 2003 richtten de nabestaanden zich per brief tot bondskanselier Gerhard Schröder. Zij verzochten hem de financiering van de gewraakte tentoonstelling nog eens kritisch onder de loep te nemen. Bild – wier uitgever Springer in de jaren zeventig zelf doelwit was geweest van RAF-aanslagen – greep deze gelegenheid aan om flink stemming te maken tegen de tentoonstelling. Op 24 juli 2003 repte het blad zelfs van een “terreur-tentoonstelling”.
Veiling
Daarmee was de geplande tentoonstelling tot politiek object geworden. De Berlijnse afdeling van de CDU keerde zich tegen het plan om honderdduizend euro gemeenschapsgeld uit te geven aan een tentoonstelling die naar mening van de christen-democraten niet voldoende afstand nam van de RAF. Voorstanders van de tentoonstelling verweten de tegenstanders - naast Bild onder andere minister van Binnenlandse Zaken en ex-RAF-advocaat Otto Schily (SPD) - dat zij de vrijheid van meningsuiting wilden inperken. De publieke opinie bracht de Berlijnse bestuurders ertoe om extra voorwaarden aan de subsidie te stellen. KunstWerke zou meer aandacht moeten besteden aan de 'historische dimensie' van het terrorisme. Om verdere commotie te voorkomen, en om zich te vrijwaren van verwijten als zou zij zich voor politieke karretjes laten spannen, liet organisator KunstWerke eind 2003 weten van de subsidie af te zien.
Dat betekende echter geenszins het einde van de geplande tentoonstelling. Met een aangepast concept – minder politiek, meer kunst – en met instemming van de nabestaanden – zij kregen het concept ter inzage – werd een nieuw plan uitgestippeld. Het ontbrekende geld werd in december vorig jaar bijeen gebracht via een tiendaagse online-veiling van kunstwerken. Deze veiling leverede KunstWerke naar eigen zeggen bijna 250.000 euro op – veel meer dan zij van de stad Berlijn zou hebben gekregen. Mede dankzij dit geld wordt op 29 januari van dit jaar de tentoonstelling geopend.
Voor de historicus en RAF-expert Wolfgang Kraushaar bewijst alle ophef omtrent de RAF-tentoonstelling dat Duitsland nog altijd een “neurotische reflex” vertoont wanneer het terroristische verleden ter sprake komt. Welbeschouwd een goede reden voor de actuele tentoonstelling.

De tentoonstelling 'Over de voorstelling van terreur' wordt op 29 januari van dit jaar geopend. Deze zal tot 26 mei te bezichtigen blijven. Bekijk voor meer informatie de site van galerie Kunst-Werke in Berlijn.

