Derde generatie
1977 – 1998
1-feb-0005
Maar
net als na de uitschakeling van de eerste
generatie, staat na de ‘Duitse herfst’ een nieuwe groep aanhangers klaar om
het terroristische stokje over te nemen. De relatief onbekende ‘derde generatie’
richt zich, in tegenstelling tot haar voorgangers, niet op de bevrijding van
gearresteerde RAF-leden, maar op de vorming van een ‘anti-imperialistisch
front’. Prioriteit is het plegen van aanslagen op het Amerikaanse leger en
representanten van ‘het kapitaal’.
Identiteitsbewijs
Het eerste doelwit is NAVO-chef Alexander Haig. Hij ontsnapt in juni 1979 aan de
dood bij een aanslag. Halverwege de jaren tachtig volgt een nieuwe eruptie van
geweld, de laatste grote aanslagenserie van de RAF. Op 1 februari 1985 wordt
Ernst Zimmerman, directeur van een wapenconcern dat onderdelen levert voor de
Tornado-straaljagers van de Bundeswehr, in zijn slaapkamer geëxecuteerd. In
augustus van dat jaar vindt een bomaanslag plaats op de Amerikaanse legerbasis
in Frankfurt. Daarbij sterven twee Amerikaanse militairen. Vlak van tevoren
hebben de terroristen een Amerikaanse soldaat omgebracht om zijn
identiteitsbewijs te bemachtigen, nodig om toegang te verkrijgen tot de
legerbasis en het explosief te kunnen plaatsen. Als reactie op de brede,
publieke kritiek die zij met deze koelbloedige moord oogst, stuurt de RAF een
verklaring naar het dagblad Frankfurter Rundschau. Daarin rechtvaardigt
zij de moord: “De militaire bases, inrichtingen en commandocentrales van de
Amerikaanse strijdkrachten en de NAVO zijn oorlogsgebied.” Vijf maanden later
klinkt het in een opmerkelijk grote mate van zelfkritiek echter: “We zeggen nu
dat het doodschieten van de G.I. een fout was.” De publieke sympathie voor de
RAF is echter nagenoeg verdwenen.
Op 9 juli 1986 sterft Karl Heinz Beckurts, manager bij elektronicaconcern Siemens en sterk pleitbezorger van het gebruik van kernenergie, door een bom die naast zijn auto ontploft. Ook zijn chauffeur overlijdt. Op 10 oktober wordt de topdiplomaat Gerold von Braunmühl van dichtbij doodgeschoten. Eén van de afgevuurde kogels is afkomstig uit het pistool waarmee negen jaar eerder Hanns Martin Schleyer is omgebracht.
Stuiptrekkingen
De
laatste moorden van de RAF vinden plaats tijdens de sowieso al turbulente
periode rondom de val van de Berlijnse Muur en de Duitse eenwording. Op 30
november 1989, drie weken na de val van de Muur, bloedt bankpresident Alfred
Herrhausen dood nadat zijn gepantserde dienstauto op een door de RAF geplaatste
mijn is gereden. Op 1 april 1991 wordt Detlev Karsten Rohwedder, baas van de
Treuhand (de overheidsinstelling die na 1990 de Oost-Duitse industrie moet
privatiseren), in zijn slaapkamer doodgeschoten. Rohwedder is het laatste
slachtoffer van een organisatie die door de Duitse eenwording en het mislukken
van de wereldrevolutie is ingehaald.
De allerlaatste stuiptrekkingen vinden plaats op 27 juni 1993, wanneer terrorist Wolfgang Grams sterft bij zijn arrestatie door de elite-eenheid GS9 in Bad Kleinen. Volgens officieel onderzoek sloeg Grams, om arrestatie te ontlopen, de hand aan zichzelf, maar – net als na de dood van Meinhof, Baader en Enslinn – doen geruchten de ronde over een executie. Nadat in 1996 de wegens de moord op Alfred Herrhausen gezochte Christoph Seidler zichzelf heeft aangegeven, geeft de RAF in 1998 – dertig jaar nadat Andreas Baader en Gudrun Ensslin met hun brandstichting in Frankfurt de Bondsrepubliek een nieuwe fase van haar geschiedenis inloodsten – een verklaring af waarin zij haar strijd voor beëindigd verklaart. “Revolutionairen verlangen naar een wereld waarin niemand beslist over het recht op leven en dood.” Een opmerking die rijkelijk laat komt voor de minimaal 35 dodelijke slachtoffers van de Rote Armee Fraktion.

In de linkse Duitse krant Tageszeitung is in de loop van 1998 een serie interessante artikelen gepubliceerd over het einde van de RAF.
