© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Te rebels, te decadent en te westers

Popmuziek in de DDR in de jaren zestig

22-dec-0004Neeltje de Kroon

(22 december 2004) "De strijd in de Waldbühne" kopte Neues Deutschland, de grootste Oost-Duitse krant, op 17 september 1965. Het artikel ging over een concert dat de Rolling Stones twee dagen eerder in West-Berlijn, in stadion Waldbühne hadden gegeven.

Mick JaggerHelemaal overdreven was het niet om het optreden te beschrijven als een strijd. De avond was compleet uit de hand gelopen nadat duizenden jongeren in extase het podium hadden bestormd. De West-Duitse krant Bild-Zeitung prees een dag later de dapperheid van de bandleden. "De moed van die Steine is bewonderenswaardig. Ze staan midden in het uitzinnige publiek en gaan toch nog door." Na twintig minuten was het echter over met de pret voor de hysterische fans en zetten de Stones een punt achter het concert. Voor de West-Duitse fans was deze gebeurtenis een abrupt einde van een avondje rock 'n roll. Door de sluiting van de DDR-grenzen in 1961 konden hun Oost-Duitse lotgenoten niet bij het optreden aanwezig zijn. Toch had juist voor hen deze avond grote gevolgen: het betekende het einde van een periode.

Vrijheid

Twee jaar eerder, in september 1963, had de Oost-Duitse regering onder leiding van Walter Ulbricht, een revolutionair besluit genomen. De DDR-jongeren zouden als "toekomstige leiders van het land" meer eigen verantwoordelijkheid binnen de socialistische maatschappij krijgen. In de praktijk kwam dit erop neer dat de Oost-Duitse jeugd met name op cultureel gebied een grotere vrijheid kreeg dan voorheen. Enerzijds lijkt deze maatregel te zijn genomen in verband met de bouw van de Berlijnse Muur in 1961. Het verlenen van gunsten, in dit geval na het ontnemen van de mogelijkheid van vrij reizen, was een uitstekende methode om de bevolking tevreden te houden. Anderzijds was er in deze periode sprake van een leegloop van de Freie Deutsche Jugend (FDJ), de jeugdafdeling van de socialistische partij. De enige manier om jongeren weer een beetje warm te laten lopen voor het socialisme, zo luidde de redenering, was door ze niet alles te verbieden.

Waar de Oost-Duitse regering echter dacht dat de jeugd haar vrijheid wel op een verantwoordelijke manier zou benutten, bleek dit in de praktijk compleet anders uit te pakken. Op muzikaal gebied viel de jeugd niet voor 'socialistisch verantwoorde' muziek, maar voor westerse, dus kapitalistische, bands als de Beatles en de Rolling Stones. Platenspelers waren echter zeldzaam en om niet verstoken te blijven van hun favoriete muziek richtten duizenden jongeren eigen bandjes op waarmee ze de nieuwste Westsongs ten gehore brachten. De kwaliteit van deze bands was zeer wisselend, maar wat deed het ertoe? Zoals een van de muzikanten uit deze tijd zegt; "In eerste instantie klonk het nog vreselijk (..) maar het was onze muziek". De Oost-Duitse jongeren was het om het even; elk weekend dansten zij op muziek die door hun leeftijdgenoten werd uitgevoerd. Het was dé manier voor een groot publiek om met popmuziek, in de DDR Beatmusik genoemd, in contact te komen. Officiëel was er sprake van de zogenaamde 'veertig/zestig-regel', die inhield dat minstens 40 procent van de muziek die op de radio of bij optredens ten gehore werd gebracht, van 'socialistische bodem' moest komen, maar in de praktijk kwam hier weinig van terecht.

Duitstalige remake

Hoogtepunt in de periode van culturele vrijheid was de, naamloze, Beatles-plaat die door DDR-platenmaatschappij Amiga in april 1965 werd uitgegeven. Een plaat met 'decadente' westerse muziek, die ineens te koop was in het socialistische Oost-Duitsland: een duidelijker signaal dat er werkelijk sprake was van een culturele lente had de overheid niet af kunnen geven. Een andere, bijna lachwekkende, gebeurtenis uit deze periode is de Duitstalige remake van de Stonesnummers 'I can't get no satisfaction' en 'The last time'. Overigens werden deze nummers zo snel als ze waren opgenomen ook weer verboden door de overheid: de Stones waren bij nader inzien te rebels, te decadent en vooral te westers.

Langzamerhand begon de Oost-Duitse jeugd steeds meer gebruik, of misbruik, te maken van haar vrijheid. Kapsels werden wilder, broeken strakker en de muziek steeds harder. Muzikant Dieter Franke zegt hierover: "Ik had het gevoel dat door onze muziek een ventiel geopend werd (..) Emoties die normaal werden ingehouden kwamen nu naar buiten." De overheid begon grip te verliezen op haar eigen jeugd. Iemand die dit als een van de eersten zag aankomen was de latere regeringsleider Erich Honecker. Al vanaf 1964 verzamelde hij bewijzen van de excessen waaraan de jeugd zich schuldig maakte. Het enige wat hij nog nodig had was een overtuigend bewijs.

Dit werd hem in september 1965 op een presenteerblaadje aangeboden met het concert van de Rolling Stones in West-Berlijn. Eindelijk werd voor de hele natie zichtbaar tot wat voor seksuele, gewelddadige en alcoholische excessen westerse muziek leidde. Het concert was voor dagblad Neues Deutschland aanleiding om voor het eerst, en tevens voor het laatst in de geschiedenis van haar bestaan, een artikel met kop en al letterlijk over te nemen uit de West-Duitse krant Bildzeitung.

Op 1 november 1965, dus zes weken na het gewraakte concert, besloot de Oost-Duitse overheid tot een licentiesysteem voor alle Oost-Duitse bandjes. Het kwam erop neer dat maar enkele van de vele honderden bands een licentie kregen en dat optreden in het openbaar voor de rest er niet meer inzat. Voor een stad als Leipzig hield dit in dat 45 van de 49 bands de illegale muziekscene indoken. Plotsklaps lag het openbare muzikale leven van de Oost- Duitse jeugd volledig stil. Anderhalve maand na de invoering van het licentiesysteem vond een belangrijk partijcongres van de socialistische partij plaats. Dit congres zou later bekend komen te staan als het Kahlschlagplenum. De overheid gaf hier haar inschattingsfouten met betrekking tot de jeugd toe en de rechten die in 1963 aan de jongeren gegeven waren, werden onmiddellijk teruggedraaid. De komende jaren zou Beatmusik taboe zijn in de DDR. En dit alles naar aanleiding van een Stonesconcert dat door toedoen van West-Duitse jongeren in een chaos was geëindigd en dat niet eens op Oost-Duits grondgebied had plaatsgevonden.

Neeltje de Kroon studeert geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Momenteel loopt zij stage bij het Duitsland Instituut. 

Duitslandweb
feed link
Idolen van de jaren zestig

The Lunics

The Beatles

Theo Schumann Combo