Film in de DDR
De Deutsche Film AG
1-nov-0004
Inleiding
Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog werden in de Russische bezettingszone in Duitsland al de eerste stappen genomen om een filmmaatschappij op te richten. De bezettingsmacht zag de film als middel om haar ideologie te verspreiden en om het Duitse volk van deze ideologie te overtuigen. Alle Duitse betrokkenen bij de oprichting van de Deutsche Film AG (DEFA) waren dan ook leden van de KPD, de communistische partij. In tegenstelling tot de Amerikanen - die samen met de Fransen en de Engelsen als geallieerden de andere zones bezet hielden - wilden de Russische bezetters graag op veel gebieden actief samenwerken met Duitse partners - en dan vooral met partners die voor de communistische zaak te winnen waren. Bovendien was voor de Amerikanen een Duitse filmmaatschappij oninteressant, omdat zij Duitsland als markt voor hun eigen filmindustrie zagen. Toen de DEFA op 17 mei 1946 haar licentie kreeg, waren de opnames voor de eerste film, 'Die Mörder sind unter uns' (Wolfgang Staudte, 1946), al begonnen. Zo ontstond de filmmaatschappij van de DDR al drie jaar voordat de Deutsche Demokratische Republik zelf werd opgericht. De DEFA heeft nooit losgestaan van de ideologie van de DDR. Film had in de ogen van de nieuwe communistische staatspartij SED de duidelijke taak om het volk op te voeden tot goede communisten, om boodschappen over te brengen aan een groot publiek. Uit veel DEFA-films blijkt dan ook onmiskenbaar de hand van de partij. De filmmakers stonden zoals alle kunstenaars in de DDR vaak in conflict met de controlerende instanties. Hen werd maar een beperkte ruimte gegund om hun ideeën uit te voeren. De overtuigde en enthousiaste communisten onder de filmmakers daalden met de tijd in aantal en de behoefte om niet het ideaalbeeld, maar de realiteit in de DDR te laten zien, groeide. Alles wat als te kritisch werd ervaren of niet in het socialistische ideaalbeeld paste, moest echter worden geschrapt. De DEFA-geschiedenis laat dan ook de fricties zien tussen het systeem en de maatschappij. Het laat het idealisme van de oprichting van de DDR-staat zien, de resignatie van latere jaren, de restricties die de maatschappij op werden gelegd, de pogingen van de partij om de macht te behouden en de problemen die de staat uiteindelijk tot val brachten.
De jaren veertigDe eerste DEFA-film, 'Die Mörder sind unter uns' (Wolfgang Staudte, 1946), een uiterst actuele en confronterende productie, behandelde de Duitse schuldvraag, de oorlog en het leven daarna. Staudte, de regisseur van de eerste DEFA-film, had met zijn script al een hele odyssee achter de rug. Hij woonde zelf in de Britse sector van Berlijn, en was met de idee voor een film in eerste instantie ook naar het Britse bestuur gegaan. Hier noch bij het Franse bestuur had men echter interesse in een filmproject. Van de bevoegde Amerikaanse officier kreeg hij zelfs te horen, dat er in de komende twintig jaar niet eens aan een Duitse filmproductie te denken was. Alleen de Russische cultuurofficier toonde interesse en wil om Staudte te helpen het project tot uitvoering te brengen. Zo moet de eerste DEFA-film eigenlijk ook vooral als een productie van vóór de deling van Duitsland worden gezien. De DDR bestond nog niet, de bij de productie betrokkene kunstenaars, zoals de bekende Hildegard Knef die de vrouwelijke hoofdrol speelde, hoorden nog bij één land en maakten een film die voor het gehele Duitsland was bedoeld.
Vooral in de periode direct na de Tweede Wereldoorlog, maar ook nog in latere jaren, was het antifascisme één van de belangrijkste onderwerpen van de DEFA. De doelstelling van de geallieerden was het fascisme uit de hoofden van de Duitsers krijgen. De Russische bezettingsmacht combineerde dit met het in beeld brengen van het communisme als de juiste weg naar een betere toekomst. Ook veel Duitsers zelf steunden het beginsel, dat het fascisme uitgeroeid moest worden en het gebeurde verwerkt.
De jaren vijftigIn de jaren vijftig veranderde de vruchtbare sfeer van de naoorlogse tijd binnen de DEFA in verstarring. De oprichting van de DDR, het begin van een gedeeld Duitsland, had tot gevolg dat ook de filmmaatschappij een veel nauwere weg moest volgen. Het bestuur van de DEFA werd vanaf nu vooral door partijfunctionarissen gevormd. Verder werden in de structuur van de DDR censuurorganen opgericht. Daardoor hielden meerdere instanties strenge toezicht op de DEFA-producties. Zo kwam het dan ook snel tot het eerste verbod in de geschiedenis van de DEFA. Het was zelfs een antifascistische film die de aanstoot vormde, 'Das Beil von Wandsbeck' (Falk Harnack, 1951).
Moeilijker dan films over de Tweede Wereldoorlog lagen films over het alledaagse leven in de DDR. De filmmakers zochten hun onderwerpen namelijk ook in de actualiteit, maar actuele onderwerpen werden door de SED snel als te kritisch ervaren. Een korte periode van relatieve artistieke vrijheid waren echter de jaren na Stalins dood in 1953, ook bekend als Tauwetter of Neuer Kurs. Er heerste onzekerheid over hoe men politiek verder moest en daardoor waren er meer mogelijkheden
De jaren zestigDe censuur bereikte haar hoogtepunt in de jaren zestig. Een treurige faam heeft in deze samenhang het elfde partijcongres verworven. Toen sprak de staatspartij SED een verbod op elf DEFA-films uit - een hele jaargang. Onder de verboden films waren onder andere 'Spur der Steine' (Frank Beyer, 1966), 'Das Kaninchen bin ich' (Kurt Maetzig, 1965) en 'Denk bloß nicht, ich heule' (Frank Vogel, 1965). Veel van de in 1965 verboden films zijn pas na de Duitse vereniging in 1989 in de bioscopen gekomen. Het massale verbod trof de filmmakers hard, want de films waren allemaal al aangepast naar aanleiding van kritiek én wijzigingen die bij elk productiestadium door de controlerende instanties werden toegepast.

In 1971 werd Walter Ulbricht opgevolgd door Erich Honecker. Dit had een zekere liberalisering van het cultuurbeleid tot gevolg, mede omdat Honecker graag zag dat culturele producties uit de DDR ook internationaal werden gewaardeerd. Dankzij deze doelstelling ging zelfs de in de jaren zestig zo fel bekritiseerde regisseur Frank Beyer weer een film voor de DEFA maken. Deze film was 'Jakob der Lügner' (1974) en overtrof alle verwachtingen: in 1976 werd de film als enige DEFA-productie ooit voor een Oscar genomineerd. In 1999 werd er een Amerikaanse remake van gemaakt met Robin Williams in de hoofdrol. In beide versies speelt de acteur Armin Mueller-Stahl mee, die de DDR op een gegeven moment voor een vrijer land had verruild. Hij ging echter niet naar West-Duitsland maar naar de Verenigde Staten, waar het hem met succes lukte om zijn carrière voort te zetten. Een andere belangrijke film uit de jaren zeventig is 'Die Legende von Paul und Paula' (Heiner Carow, 1972).
De jaren tachtigIn de jaren tachtig werden er veel zogenoemde vrouwenfilms gemaakt. Dit zijn film waarin een sterke vrouw het hoofdpersonage is. Een voorbeeld hiervan is het bioscoopsucces 'Solo Sunny' (Konrad Wolf, 1980), een film waarin een jonge en eigenwijze zangeres tegen alle moeilijkheden in toch haar eigen weg weet te gaan. Deze film laat zien dat er gedurende de laatste tien jaar van de DDR meer vrije ruimtes en niches waren in de maatschappij. In de bioscopen kreeg de DEFA nu concurrentie, omdat ook films van buiten de DDR werden vertoond. Verder ontstonden er in de DDR weer kritische films. Bekend als laatste en pas na de vereniging afgeronde DEFA-productie staat 'Die Architekten' (Peter Kahane, 1999). Deze film laat op een mooie manier zien hoe verstikkend de DDR-maatschappij was voor iedereen die iets wilde veranderen, ook al was dat uit geloof aan een betere toekomst van de DDR.
Einde van de DEFA
De DEFA heeft de DDR met drie jaar overleefd. Het bleek na de Wende niet mogelijk de filmmaatschappij in het verenigde Duitsland als privé-bedrijf verder te voeren. De rechten op alle in het 46-jarige bestaan van de DEFA gemaakte producties kwamen bij de nieuw opgerichte DEFA Stichting te liggen. In het Westen is het oeuvre van DDR-filmmakers nog steeds vrij onbekend en in het Oosten hoort het bij een verleden tijd. Deze tijd is onlangs wel onderwerp in een aanzienlijk aantal nieuwe films geweest. Denk alleen al aan de internationaal buitengewoon succesvolle 'Good Bye, Lenin!' (Wolfgang Becker, 2002), de cultfilm 'Sonnenallee' (Leander Haußmann, 1999) en aan 'Helden wie wir' (Sebastian Peterson, 1999). Hoeveel fans van 'Good Bye, Lenin!' echter hebben ooit een DEFA-film gezien? En kennen zij de producties waarin Kathrin Saß - één van de hoofdrolspeelsters uit 'Good Bye Lenin' - als DDR-actrice speelde?
Dit artikel is geschreven door Anne Renner, van mei tot en met augustus 2004 stagiair aan het Duitsland Instituut Amsterdam
![]()
Wie nog meer wil weten over de DEFA, moet beslist de website DEFA Sternstunden eens bekijken. Deze website bevat een enorm archief met informatie over alle films die de DEFA heeft voortgebracht en alle mensen die in deze films hebben gespeeld.
