© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Voortgezet onderwijs

Drie mogelijkheden

1-feb-2006

Jetzt Jung is een afgesloten dossier uit 2006. Sindsdien is er veel veranderd in het voortgezet onderwijs. Recente informatie daarover is te vinden in het dossier Onderwijs in Duitsland >>

Hauptschule

Ongeveer een kwart van de Duitse kinderen gaat na de Grundschule naar de Hauptschule. Dit niveau laat zich het beste met het Nederlandse VMBO vergelijken en wordt afgesloten met de Mittlere Reife. De Hauptschule duurt vijf of zes jaar - dit verschilt per deelstaat - en de leerlingen gaan daarna door met een beroepsopleiding van twee jaar, die vaak in deeltijd (duaal) wordt gevolgd. Na deze beroepsopleiding zijn de jongeren klaar om aan het werk te gaan. Ook is er de mogelijkheid zich daarna in een bepaald beroep te specialiseren aan een Fachschule.

Realschule

Zo'n veertig procent van de Duitse jongeren bezoekt na de Grundschule de Realschule, vergelijkbaar is met het Nederlandse HAVO. Na afsluiting van dit schooltype, dat zes jaar duurt, kunnen leerlingen ervoor kiezen door te leren in het beroepsonderwijs (Berufsfachschule, Fachoberschule) of door te stromen naar de Gymnasiale Oberstufe, de drie hoogste klassen van het Gymnasium, waarna men bevoegd is om aan een Universität of Hochschule te studeren. Dit doen echter weinig leerlingen.

Gymnasium

Het Gymnasium stoomt leerlingen klaar voor het wetenschapelijk onderwijs aan Universität of Hochschule, net als het gymnasium of atheneum in Nederland. Verschil is dat er op een Duits Gymnasium niet per se Grieks wordt gegeven, maar wel Latijn als keuzevak. Ongeveer een kwart van de Duitse jongeren voltooit het Gymnasium door het Abitur (eindexamen) te halen.

Beroepsonderwijs

Er zijn in Duitsland verschillende mogelijkheden om een beroep te leren. Erg succesvol is de duale leerweg. Leerlingen zitten deels op school waar ze theorie leren en deels in een bedrijf waar ze praktische kennis opdoen: werken en leren. De bedrijven die door de staat zijn aangewezen als opleidingsbedrijven moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen. Een speciale toetsingscommissie, waarin werkgevers, werknemers en beroepsopleiders zitting hebben, bepaalt of een leerling de opleiding met goed gevolg doorlopen heeft. Meer dan 500 duizend bedrijven in verschillende bedrijfstakken, alsmede overheidsdiensten, leiden werknemers op. Grotere bedrijven beschikken over speciale praktijkruimtes, in kleinere bedrijven gebeurt dat gewoon op de werkvloer. Zulke duale opleidingen duren gemiddeld drie jaar en worden afgerond met een afsluitend examen. De meest populaire opleidingen bij jongens zijn die tot automonteur en elektricien en bij meisjes zijn de opleidingen tot artsassisstente en verkoopster erg in trek.

Naast de duale leerweg zijn er ook vakscholen die in drie jaar opleiden tot een bepaald beroep. Dit zijn de Berufsfachschule en de Fachoberschule, die twee tot drie jaar duren. Naast theoretische lessen komt ook de praktijk aan bod in praktica en stages. Na afronding van de de Fachoberschule hebben de leerlingen de mogelijkheid zich verder te specialiseren aan een Fachhochschule.

Het PISA-onderzoek

In 2001 bleek uit het PISA-onderzoek van de OESO, een groot internationaal vergelijkend onderzoek, dat Duitse scholen over het algemeen ver onder de maat presteerden. Deze uitkomst van het onderzoek zorgde voor een hoop ophef. Tijdens de test werden in 32 industrielanden 180 duizend (waaronder 55 duizend Duitse) vijftienjarige leerlingen onderzocht op hun leesvaardigheid en hun kennis en inzicht op het gebied van natuurkunde en wiskunde. Nederland deed overigens niet mee wegens te weinig deelnemende scholen. Het ging vooral om het kunnen toepassen van kennis, en niet zozeer om 'weetjes'. Van deelstaat tot deelstaat bleken er grote verschillen te zijn in kwaliteit van het onderwijs. Sommige deelstaten eindigden op het niveau van landen als Hongarije of Polen. Een groot probleem vormen de kinderen uit zwakkere groepen in de maatschappij: de scholen slagen er maar zelden in om hen op een hoger niveau te brengen. Extra hulp moet eigenlijk al op de basisschool of daarvoor beginnen, anders is het te laat.

Er ontstond hevige een publieke discussie, waarin men op zoek ging naar oorzaken en mogelijke oplossingen. De kinderen krijgen te weinig les, de allochtone leerlingen drukken het gemiddelde in het onderzoek, het ligt aan ongemotiveerde leraren of aan de ongeïnteresseerde ouders, deze geluiden waren allemaal te horen. Bovendien beklaagden deskundigen zich over de verlammende bureaucratie in het onderwijs en het gebrek aan concurrentie tussen de scholen.

Het nationale ministerie van Onderwijs heeft niet zoveel te zeggen (vanwege de federale structuur) en de zestien deelstaten willen het recht om zelf te beslissen niet afstaan. Toch is de centrale overheid van plan regelmatig landelijke metingen aan het einde van de basisschool en landelijke examens op de scholen voor voortgezet onderwijs te houden. Dit om de kwaliteit te kunnen meten en te vergelijken. Ook wil men de komende jaren het aantal Ganztagsschulen (scholen waar je de hele dag op zit) sterk uitbreiden, een jaarlijks onderwijsrapport publiceren en een nationale onderwijsraad instellen.


Duitslandweb
feed link
 Links
Info
info

Aantal leerlingen (*1000) per schooltype (2002)

Kindergärten

36,7

Grundschulen

3211,5

Orientierungs-stufe

387,4

Hauptschulen

1114

Schularten
mit mehreren Bildungsstufen

440,5

Realschulen

1277,7

Gymnasien

2284,3

Integrierte gesamt-schulen

547,7

Sonderschulen

425,5


(bron: destatis)