Baden in Baden-Baden
Een kuuroord met een Russisch tintje
1-dec-2005
Het riviertje de Oos dendert en kolkt door het stadje. In het legendarische hotel Europäischer Hof, waar de Steigenberger-familie haar hotelimperium begon, overstemmen drilboren de bestellingen. Nu de laatste sneeuwmassa’s via de Oos wegspoelen en de eerste krokussen langs de lange, groene Flaniermeile van de Lichtentaler Allee de kop opsteken, maakt Baden-Baden zich op voor het nieuwe ‘badseizoen’.
Uit de Schloßberg, genoemd naar het grauwe kasteel erbovenop, borrelt Baden-Badens schat op. Het hete bronwater van het type ‘fluoride bevattende natriumchloride’ zou kinderloosheid en reuma verhelpen, evenals Frauenleiden en natuurlijk Kreislaufstörungen – dat onvertaalbare begrip waarmee de Duitser ongeveer al zijn overige kwalen aanduidt.
Tegen de heuvel liggen, naast elkaar, de twee openbare pronkbaden die het mineraalrijke water aftappen. Ze lijken in niets op elkaar, het Friedrichsbad en de Caracalla-Therme. De eerste locatie is een fraai geconserveerd badpaleis uit 1877, gebouwd boven op de ruïnes van Romeinse thermen. De tweede is een eigentijdse glastempel, bestaande uit transparante kubus van diverse etages die is verbonden met een zwemarena.
Zeepmassage
Het Wellness-gebeuren in het Friedrichsbad vindt plaats volgens ‘Romeins-Ierse’ principes. In de praktijk betekent dat een straf Duits schema van zestien stadia in dwingende volgorde, van warm-warmer-kouder-koud, droog-nat-droog en seksegescheiden-verenigd-kuurgenot. Een gemengd gezelschap dat elkaar in het hart van het gebouw, het bewegendestroom-looprondjesbad onder de fraai versierde hoge koepel, wil ontmoeten, moet vele obstakels slechten. "Nee, u mag niet met uw handdoek naar bad 6". "U wilt nóg een handdoek? Bij 13 krijgt u pas een droogdoek." "Nee, u moet nu eerst een kwartier in 3 op een houten bank gaan liggen". "In de inzeepruimte 5 moet u uw handdoek afgeven. Wilt u echt geen zeepmassage?" "Een derde handdoek? U hoort ook niet terug te lopen, u moet de pijlen volgen."
Op zijn allerkleinst wordt de kuurgast van het grootse Friedrichsbad bij de grande finale in ruimte 16: de incrème-sessie. In een soort fel verlichte schminkkamer moet je je ten overstaan van menshoge spiegels en het spiedende personeel insmeren, naakt en wankelend. In de nieuwe Caracalla-Therme mag daarentegen alles, zolang je boven in het Saunalandschaft maar naakt bent en beneden in de zwemarena gekleed.
Spelonken
Hotel Badischer Hof, eveneens van de Steigenbergers, is de enige andere locatie die het bronwater in huis heeft. Voor 18 euro kun je er een bad nemen. De hotelhal geurt naar de geparfumeerde waterdampen die uit zijn spelonken opstijgen.
Die hal is een glitterend decor in goud- en zilvertinten, met ‘kristallen’ pegels aan de balie. Zo wil Badischer Hof het zijn Russische gasten naar de zin maken. Rond 1870 logeerden ze hier ook al graag, aldus het foldertje. Maar dit is toch een splinternieuw hotel? Nee, in het hart van het gebouw wacht een verrassing: een prachtig stuk oud hotel. Daaromheen is echter, in een vlaag van vooruitgangsdenken, een strakke nieuwe huls gebouwd.
OliebaronnenZe waren er opeens weer, de Russen. Met kapitaal dat uitgegeven, zo niet witgewassen moest worden. Tien jaar geleden was Baden-Baden met zijn vijftigduizend inwoners nog een ordinair Duits kuurstadje in een noordwestelijke uithoek van het Zwarte Woud, op vijftig kilometer van Straatsburg.
Maar de laatste tien jaar heeft er een ware Russische revolutie plaatsgevonden, die geen Duitser had voorzien. Zestienhonderd Russen wonen nu permanent in het district Baden-Baden, waarvan zo’n tweehonderd in het stadje. Zij zijn rijke Russen en arme Russen, Russen van Duitse afstammeling en Russische joden die de Bondsrepubliek genereus heeft opgenomen, maar ook oliebaronnen en politici.
In het historische stadsmuseum zijn de kaartjesverkoopster, de bewaakster alsmede hun chef Rus. Overal ontmoet je Russen – overal, behalve in het Friedrichsbad. Voor de Russen is gemengd een sauna genieten geen optie. Hooguit huren ze paarsgewijs de inpandige tweepersoonssuite, het ‘Kaiserbad’af. Daar wordt net schoongemaakt – door Russische dames. De champagneglazen zijn leeg, net als het diepe, maar weinig spektakulaire tegelbad.
Tsaren
In het stadshart van Baden-Baden tippelen rijke Russische vrouwen op hun naaldhakken over de oude Kurhauspromenade, waar de chique commercie heerst. De promenade mondt uit in twee monstrueuze bankgebouwen. Het plein waaraan ze liggen is voor het loopgemak tot over het riviertje heengetrokken. Baden-Badens naoorlogse optimisme heeft meer kapotgemaakt dan bombardementen hadden kunnen doen.
Voor haar oude grandeur had het stadje de afgelopen decennia bar weinig aandacht. Grote negentiende-eeuwse Russische schrijvers als Gontsjarov, Dostojevski, Toergenjev, Gogol en Tolstoj waren hier al thuis en hun tsaren vergaderden hier met de Europese keizers. Het zijn de nieuwgekomen Russen die nu het verleden herstellen. Toergenjevs eerste villa – de schrijver woonde zeven jaar lang permanent in Baden-Baden – ging nog in 1990 tegen de vlakte. Dat diens volgende villa in de heuvels om de stad nog overeind staat, is aan een rijke nieuwkomer te danken, die het pand onlangs heeft gerenoveerd.
Een Russische oliemagnaat heeft een beeld van Toergenjev geschonken, dat de Lichtentaler Allee nu siert. En binnenkort zal aan de gevel van villa Ascona, een chic bordeel in de Schillerstraße, ook wel een plaquette verschijnen die herinnert aan de Russische kanselier vorst Gortsjakov, die er woonde. Gortsjakov was minstens zo belangrijk als zijn tijdgenoot en collega Otto von Bismarck, die menig zomer in Baden-Baden doorbracht. Bismarck werd door het stadje al herdacht: in een gigantisch standbeeld dat hem als een roofridder met zwaard uitbeeldt.
Gokavonturen
Pas sinds kort valt een drie meter hoge bronzen Dostojevski te bewonderen, aan de voet van de Schloßberg. Het beeld is een geschenk van een Russische bank. De auteur staat op blote voeten naar een onooglijk reumacentrum uit de jaren zeventig te staren, alsof hij daarvan verlossing verwacht. In werkelijkheid hoopte Fjodor Dostojevski op verlossing via het casino.
Altijd in geldnood, had hij met zijn vrouw in 1867 twee kamers boven de smederij gehuurd – al kwam hij officieel voor zijn epilepsie naar Baden-Baden. Dostojevski’s gokavonturen werden een ramp. De schrijver zou zelfs de kleren en juwelen van zijn vrouw belenen en zich verlagen tot een bedelactie bij collega Toergenjev, die hij niet kon uitstaan. Het casino van Baden-Baden vormt het decor van zowel Toergensjevs roman Rook als Dostojevski’s korte roman De Speler, beide uit 1867.
Het legendarische gokpaleis, de Spielbank, is ook weer zeldzaam weggestopt: in het Kurhaus uit 1838. Van buiten oogt het gebouw strak witgepleisterd en is het aangekleed met van die ronde badkamerlampen. Maar binnen sta je opeens in het overdadig barokke, oorspronkelijke casino-interieur: onder kroonluchters en roulettetafels, tussen Ming-vazen, oud verguld houtwerk en rood pluche. Wie ‘s ochtends door het lege casino doolt, kan zich de wanhopig spelende Dostojevski er zo voorstellen.
Slungelig
In 1872 werden alle casino’s in het Duitse rijk gesloten. Had rijkskanselier Bismarck een hand in dit besluit? Hij had zelf een vermogen verspeeld. Het goktaboe zou tot 1933 duren, toen Hitler het ongedaan maakte. In het Baden-Baden van nu komt het leeuwendeel van de speelwinsten allang niet meer van de roulette of de baccaratafels, maar uit de speelautomatenkelder.
En wat voor mens is de huidige Homo Badensis? Een van zijn lievelingsetablissementen is het knusse restaurant Prager Stuben, dat uitzicht biedt op het Friedrichsbad. Een slungelige Tsjech met lange grijze lokken shuifelt daar tussen de tafeltjes. Jonge Russische zakenlieden babbelen er met Duitse vrienden in het Engels. En achter het volgestouwde bureau van Prokopius Pustina, de Tsjechische baas van het restaurant-hotel, hangen ansichtkaarten uit Israël en prenten van Kafka. Waar is Duitsland Europeser dan hier, in de Prager Stuben te Baden-Baden?
Annemieke Hendriks is journaliste en werkt in Berlijn en Amsterdam.









Het kuuroord Baden-Baden is wereldberoemd om zijn warme bronnen. De kleine stad ligt in de deelstaat Baden-Württemberg aan de rand van het Zwarte Woud. Er wonen ongeveer 54.000 mensen. Bekende gasten die in het kuuroord vertoefden, zijn onder meer kanselier Otto von Bismarck (1815-1898) en filosoof Friedrich Nietsche (1844-1900). Eeuwenlang heette de stad Baden, in 1931 werd de naam gewijzigd in Baden-Baden. Dat staat voor Baden in Baden ('Baden in de deelstaat Baden').
