Symboolstad Altenburg
Locatie van Ingo Schulze's 'Wende'-romans
1-dec-0005
Altenburg, wat zou een mens daar zoeken? Het stadje dankt zijn naam aan een kasteel dat de burgers tot voor kort als een zwartgeblakerde, vervallen dreiging vanaf een rots in de gaten hield. Nu zelfs de Oost-Duitse provincie is opgeknapt, is het slot inwisselbaar geworden met zovele andere kastelen en landhuizen in de voormalige DDR. Daar doet de collectie speelkaarten die er te bewonderen valt, weinig aan af.
Op het uitgestrekte marktplein van Altenburg waan je je in Peyton Place of een ander ‘westers’ oord uit de jaren vijftig: alles is opgeruimd, alles lijkt dik in orde en er gebeurt niets. Maar ondertussen broeit het er. De Ostshop die zich kort na de val van de Muur met Ostalgie-producten aan de rand van het marktplein vestigde, zou een mooi decor voor een Krimi kunnen zijn: zo’n plek waar in de schemering, wanneer de paar verdwaalde toeristen er hun inkoopjes hebben gedaan, Altenburgers hun frustraties over de Duits-Duitse werkelijkheid bij een flink glas met elkaar delen.
Barbarossa's baardOok vóór de val van de Muur was Altenburg bepaald geen flitsend oord. Het lag toen verkommerd te midden van uraniummijnen en andere zware industrie. De millenniumoude vleugels van keizer Barbarossa’s kasteel en andere architectonische juweeltjes die ongeschonden door de oorlog waren gekomen, boden weinig vermaak. Van een afstandje was er nog enig stedenschoon te genieten.
In Ingo Schulzes nieuwe roman ‘Neue Leben’ (‘Nieuwe levens’) beschrijft hoofdpersoon Enrico Türmer in een van zijn brieven het uitzicht na een klimpartij over een stijl pad: “Onder een lila hemel lag de stad aan onze voeten, rechts de Schlossberg, links Barbarossa’s Rote Spitzen!” Als fictieve ‘noot van de uitgever’ heeft Schulze toegevoegd dat met die rode punten van de keizerlijke baard de twee behouden spitse torens worden bedoeld van een klooster dat Barbarossa gesticht zou hebben.
Maar aan deze torens, die het waarmerk van Altenburg vormen, valt verder bar weinig te beleven. Evenmin zullen de twee jaarlijkse hoogtepunten van het stadje, het vissersfeest van eind oktober en de kerstmarkt, de harten sneller laten kloppen. Ook Altenburgs enige beschermde product, een geitenkaas, zal dat niet doen. Dit zachte geitenkaasje uit 1862 blijkt bij nadere kennismaking voornamelijk uit koeienmelk te bestaan.
Nee, er is maar één reden om Altenburg aan te doen. Dat is wel een goede reden: het stadje is zelf tot symbool geworden. Nergens anders is het complexe, beklemmende maar ook hilarische proces van de Duitse vereniging zo zichtbaar geworden als hier. Dat is te danken aan Ingo Schulze, die het hele proces in Altenburg meemaakte en zijn herinneringen in twee grote romans verwerkte.
Nieuwe wereld
In zijn ‘Simple Storys’ (vertaald als 'Simpele Story's') uit 1998 schildert Schulze hoe gedesoriënteerd de Altenburgers tussen 1990 en 1997 rondliepen. Met een enorme levensdrang baanden ze zich een weg door de harde nieuwe wereld waar de wetten van de markt heersen. Die wetten konden ze zelfs horen. “Om iets heel simpels te noemen: de Oost-Duitser werd vlak na de Wende geregeld bijna omver gereden”, vertelde Schulze destijds De Groene Amsterdammer. “In de DDR hoefde je nooit op te kijken als je ging oversteken, je hoorde de auto's al van verre aankomen.”
Schulze legde dit nieuwe, snelle en verbrokkelde leven in flarden vast. ‘Simple Storys’ ontleent zijn vorm aan Robert Altmans film ‘Short Cuts’. Deze ‘Roman aus der Ostdeutschen Provinz’ (ondertitel) sloeg in als een bom. Een reden voor het succes is ongetwijfeld Schulzes on-Duitse, commentaarloze aanpak. Schulze vermijdt in zijn roman elke reflectie op de Grote Gebeurtenissen. Met een half woord bij de afwas maken de Altenburgers hun onderhuidse wonden zichtbaar.
En wonden werden er in die jaren genoeg gemaakt. Altenburg raakte al snel in de ban van een schreeuwerig soort oerkapitalisme. Het stadje werd veroverd door het Meubelparadijs, de partijkrant maakte plaats voor het advertentieblad. Schulze kan het weten, want hij werkte er toen zelf voor zo’n blad. Wat moest hij nog als dramaturg bij het Altenburgse theater, toen er geen Muur meer was waar je je als kunstenaar tegen af kon zetten?
KikvorspakIn het laatste hoofdstuk van ‘Simple Storys’ ziet een Altenburgse intellectueel zichzelf in een kikvorspak staan in het nieuwe voetgangersgebied, dat vanaf de Schlossplatz stadinwaarts loopt. In zijn nieuwe baantje moet deze man zijn medeburgers naar het Noordzee-visrestaurant lokken. Een enkeling toont zich blij verrast dat de Noordzee opeens zo dichtbij is. Maar iemand geeft de man in het duikerspak een optater. Omdat hij met zijn zwemvliezen op de tenen van deze medeburger is gaan staan? Omdat hij in het nu bij Thüringen ingedeelde stadje met zijn Saksische accent als representant van de gehate DDR-nomenklatoera wordt beschouwd? Of wellicht om niets? Schulze schuwt simpele verklaringen. Hij registreert het gebeuren in Altenburg als een cameraman.
Werd ‘Simple Storys’ als dé langverwachte roman over de Duitse vereniging beschouwd, zo is Schulzes ‘Neue Leben’ deze herfst begroet als de beste roman over de periode rond de val van de Muur. Ditmaal kijkt Schulze niet met de hoofdpersoon naar voren, maar laat hij een man in 1990 terugblikken in brieven. Deze Enrico Türmer is het alter ego van de auteur, met diens eigen Altenburgse carrière.
Emotie
In ‘Neue Leben’ heeft Schulze al zijn emoties en gedachten van toen in briefvorm gegoten. Türmer en zijn Altenburgse stadgenoten, zo valt te lezen, verkeerden rond 1990 in een zeer verwarrende stemming tussen angst en hoop, idealisme en cynisme. De achthonderd bladzijden tellende roman is welwillend ontvangen: als de beste fictie die tot nu over de Wende-tijd is geschreven. Maar de vorm die Schulze heeft gekozen lijkt een succes als met ‘Simple Storys’ in de weg te staan.
In elk geval heeft de auteur Altenburg andermaal onsterfelijk gemaakt. En hoewel hij zelf al vele jaren in Berlijn leeft, ligt zijn hart nog steeds bij dit stadje in de Oost-Duitse provincie. In 1999 formuleerde hij dat aldus: “Weliswaar ben ik inmiddels rijker geworden in mijn contacten, maar de mensen die echt belangrijk voor me zijn, zijn die van destijds, vooral die in Altenburg. Wij hebben een gemeenschappelijke taal.”
De citaten zijn uit een interview van de auteur met Ingo Schulze in De Groene Amsterdammer, 17-2-1999.
Annemieke Hendriks is freelance journalist in Berlijn en Amsterdam.
- Ingo Schulze, Simple Storys. Ein Roman aus der ostdeutschen Provinz (DTV), 313 blz, € 9,-, ISBN 3423127023.
- Ingo Schulze, Neue Leben. Die Jugend Enrico Türmers in Briefen und Prosa (Berlin Verlag), 789 blz, € 24,-, ISBN 3827000521.








Altenburg (ca. 38.000 inwoners) ligt in de deelstaat Thüringen in het voormalige Oost-Duitsland. De stad heeft naam gemaakt als de plaats waar het traditionele kaartspel Skat werd ontwikkeld en als de stad waar de Duitse schrijver Ingo Schulze zijn romans heeft gesitueerd.
