© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Overzicht

1-nov-0002

Europese Unie (EU)

Europese vlaggen De Europese Unie wordt op 7 februari 1992 in Maastricht, met de ondertekening van het Verdrag over de Europese Unie (EU-Verdrag) officieel opgericht. Het Verdrag treedt vervolgens op 1 november 1993 in werking in de twaalf lidstaten. Vanaf 1 januari 1995 vallen ook Oostenrijk, Zweden en Finland binnen de grenzen van de Unie waarin tegenwoordig 375 miljoen mensen wonen. Het beleid van de EU concentreert zich in de eerste plaats op de drie Europese Gemeenschappen (EG, Euratom en EGKS), daarnaast op de coöperatie in de buitenlandse en veiligheidspolitiek van de lidstaten, en ten derde op de samenwerking op het gebied van politie en justitie (de pijlerstructuur). Vanaf 1 januari 1993 wordt niet meer gesproken van de EG als het gaat over de Europese samenwerking, maar van de EU.

Europese Gemeenschap (EG)

Het is de opgave van de EG om de harmonische en evenwichtige ontwikkeling van de economie, een hoge sociale standaard en een hoog ontwikkelingsniveau in alle lidstaten te verzekeren. De EG beschikt over een eigen rechtsorde. De gemeenschap heeft vele bevoegdheden die ook invloed hebben op de soevereiniteit van de nationale parlementen. De EG heeft algemeen geldende regels op het gebied van bijvoorbeeld geld- en wisselkoerspolitiek, de landbouw, het verkeer, de handel en de visserij. De EG is één van de drie Europese Gemeenschappen binnen de eerste pijler van de Europese Unie vanaf 1993.  

Europese Gemeenschappen

Bij de aanduiding van de Europese Gemeenschappen gaat het om een verzameling van in West-Europa na de Tweede Wereldoorlog ontstane multinationale organisaties (de Europese Economische Gemeenschap (EEG), de Europese Atoomgemeenschap (Euratom) en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS)). Sinds de ondertekening van het Fusieverdrag (in 1986) bezitten de drie organisaties één gemeenschappelijke Europese Commissie en Europese Raad. Het Europees Parlement en het Europees Gerechtshof zijn van het begin af aan door de drie Gemeenschappen bevoegde instanties. Sinds 1993 vallen de drie Europese Gemeenschappen onder de Europese Unie.

Europese Monetaire Unie (EMU)

Met het Verdrag van Maastricht (1991) wordt ook de basis gelegd voor een Europese Monetaire Unie die gestalte moet krijgen in een driestappenplan:
1. Ten tijde van het Verdrag van Maastricht is de eerste stap, die loopt van 1990 tot 1993, al in volle gang. De Europese binnenmarkt dient op 1 januari 1993 voltooid te worden.
2. In de tweede fase (1993-1998) moeten instituten zoals het Europese Monetair Instituut (EMI), de voorloper van de Europese Centrale Bank (ECB), worden op- en uitgebouwd. Daarnaast dient de invoering van een gemeenschappelijke munt voorbereid te worden.
3. De laatste fase begint op 1 januari 1999. Sinds die datum heeft het Europese Systeem van Centrale Banken de verantwoordelijkheid voor de monetaire politiek van de eurolanden. Daarnaast is de euro sinds het begin van 1999 als officiële munteenheid ingevoerd, eerst alleen nog op papier, vanaf 1 januari 2002 ook in de praktijk. Daarmee komt de derde fase tot een eind en is de EMU voltooid.        

Europese Raad (Top)

Europese Raad Driemaal per jaar komen de regeringsleiders van de lidstaten bijeen voor een zogenaamde 'Europese Top.' In 1987 treedt de Europese Akte in werking en krijgen de Europese Gemeenschappen een nieuwe definitie en bij deze gelegenheid wordt ook de Europese Raad als gemeenschapsinstituut omschreven. De Europese Raad heeft zeggenschap tegenover de Europese Ministerraad. De staatshoofden van Finland en Frankrijk en de regeringshoofden van de andere lidstaten ontmoeten elkaar in de Europese Raad, meestal in het land dat op dat moment voorzitter is van de Raad van de Europese Unie (het voorzitterschap wisselt elk halfjaar).

Europese Commissie

De Europese Commissie bestaat uit twintig leden die onafhankelijk functioneren van de nationale overheden. Elk van de Commissieleden heeft eigen verantwoordelijkheden, maar de Commissie neemt haar besluiten als college bij meerderheid. De Commissie neemt het initiatief voor Europese wetgeving, als enige kan zij voorstellen voor gemeenschappelijke wetten doen. Daarnaast is de Commissie het uitvoerend orgaan van de Europese Gemeenschap en controleert zij of de taken die in de raadsbesluiten en verdragen zijn vastgelegd wel worden uitgevoerd. De Commissie staat onder de controle van het Europees Parlement en diens bevoegdheden worden steeds groter. Sinds het Verdrag van Amsterdam moet het Europees Parlement de benoeming van de voorzitter van de Europese Commissie goedkeuren. Daarna kan de kandidaat-voorzitter samen met de regeringen van de lidstaten de Commissie samenstellen. De gehele Commissie wordt vervolgens nog aan een tweede stemming van het Parlement onderworpen. De Europese Commissarissen vergaderen normaal gesproken elke week met elkaar, en nemen gezamenlijk beslissingen, op basis van meerderheid van stemmen. De grotere lidstaten Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Groot-Brittannië hebben elk twee afgevaardigden in de Commissie, de andere tien leden van de EU hebben één Commissaris. De Commissieleden worden benoemd voor een periode van vijf jaar. In december 2000 is in Nice een voorschot genomen op de uitbreiding van de EU naar het Oosten: elke nieuwe lidstaat krijgt, ongeacht z'n grootte, één Commissaris en pas wanneer de EU is uitgebreid naar 27 leden wordt over een herziening van de samenstelling van de Europese Commissie nagedacht.

Europese Ministerraad

In deze instelling zijn de lidstaten rechtstreeks vertegenwoordigd. Bij besluiten van algemeen politieke aard komen de ministers van Buitenlandse Zaken in de Ministerraad bijeen, voor specifiekere onderwerpen (zoals landbouw of justitie) spreken de ministers die verantwoordelijk zijn voor dat departement met elkaar af. De stemverhouding in de Raad is als volgt: Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk hebben tien stemmen; Spanje acht; België, Griekenland, Nederland en Portugal vijf; Zweden en Oostenrijk vier; Denemarken, Finland en Ierland drie; Luxemburg heeft twee stemmen. Het voorzitterschap wordt, bij toerbeurt, door de leden van de Raad uitgeoefend voor een periode van zes maanden. 

Europees Parlement

Europees Parlement in Brussel Het Parlement wordt in juni 1979 voor het eerst rechtstreeks door de burgers van de EU-lidstaten gekozen. Deze algemene verkiezingen vinden elke vijf jaar in de lidstaten plaats. Sinds 1 januari 1995 (na de laatste uitbreiding van de EU) telt het Europees Parlement 626 leden. De zetelverdeling over de landen is als volgt: Duitsland heeft 99 zetels; Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk elk 87; Spanje 64; Nederland telt 31 afgevaardigden; België, Griekenland en Portugal 25; Zweden 22 en Oostenrijk 21; Denemarken en Finland hebben 16 zetels; Ierland 15 en Luxemburg 6. De afgevaardigden in het Europees Parlement vormen fracties zoals in de nationale parlementen, of ze opereren onafhankelijk in het Parlement. Zittingen worden in Straatsburg en Brussel gehouden. Het Europees Parlement neemt in de Europese samenwerking een zeer belangrijke plaats in en heeft een aantal functies:

De wetgevende functie
Bij de totstandkoming van de Europese wetgeving is het Europees Parlement nauw en actief betrokken. Het Europees Parlement spreekt zich uit over wetsvoorstellen die door de Europese Commissie worden ingediend. Het Parlement kan advies geven over wetsvoorstellen, mag wetsvoorstellen tegenhouden en kan optreden als medewetgever.

De budgettaire functie
Het Parlement keurt de begroting van de Europese Unie goed of af. In het laatste geval, dat zich tweemaal heeft voorgedaan, dient er een nieuwe begroting te worden opgesteld, die wederom ter goedkeuring aan het Parlement moet worden voorgelegd.

De controlefunctie
Het Parlement kan met een tweederde meerderheid de Commissie naar huis sturen door middel van een motie van afkeuring. Sinds 'Maastricht' kan het Parlement zich door hoorzittingen een oordeel vormen over Commissarissen in spé en zich bemoeien met de samenstelling van de Europese Commissie.

Europese Conventie

De Conventie is in december 2001 opgericht tijdens een Top van de Europese regeringsleiders in Laken (België). Deze organisatie heeft als doel om de Europese Unie voor te bereiden op de organisatorische aanpassingen die de uitbreiding van de Unie naar het Oosten met zich meebrengt. Bovendien wil de Conventie met de herstructurering van de Europese Unie de burgers dichter bij het Europese integratieproces betrekken, door bijvoorbeeld de transparantie van de Europese instellingen te vergroten en het proces van de besluitvorming te bespoedigen. Het is voor het eerst dat de EU vertegenwoordigers van regeringen, nationale parlementen (ook van de kandidaat-lidstaten), het Europees Parlement en de Europese Commissie bij elkaar laat komen om over de toekomst van de Unie te discussiëren. Deze besprekingen zijn openbaar en ook niet-politieke organisaties hebben de mogelijkheid om hun bijdrage aan het debat te leveren. Dat ook Duitsland grote waarde aan de Conventie en een structuurwijziging van de Europese Unie hecht, toont wel de deelname van Minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer aan de discussie.

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

Elke lidstaat levert één rechter aan het Hof. Dit Hof van Justitie toetst wetten van de individuele lidstaten aan de overeengekomen Europese verdragsbepalingen. Daarnaast kan elk land dat lid is van de EU, en iedereen die betrokken is bij een gemeenschapsregel, bij het Hof te rade gaan. Uitspraken van het Hof geschieden op basis van meerderheid van stemmen en deze zijn in alle gevallen bindend. Nationale rechters moeten er op toezien dat de arresten van het Hof worden uitgevoerd en ze moeten de interpretatie van het Hof altijd volgen.

Europese Rekenkamer

In het Verdrag van Maastricht heeft de Rekenkamer, die in 1977 officieel werd ingesteld, de status van instelling gekregen. Net als bij het Hof van Justitie telt de Rekenkamer vijftien leden, uit elke lidstaat, die voor een periode van zes jaar worden benoemd door de Europese Raad. De Rekenkamer opereert onafhankelijk van de andere instellingen en controleert de ontvangsten en uitgaven van de Europese Gemeenschap.

Europese Investeringsbank (EIB)

De Investeringsbank is geen officiële instelling van de Europese Unie, maar is reeds bij het Verdrag van Rome in 1957 opgericht. De EIB moet bijdragen tot een evenwichtige economische ontwikkeling van de Europese Unie, bijvoorbeeld door onder gunstige voorwaarden leningen te verstrekken voor investeringsprojecten.

Europese Centrale Bank (ECB)

Wim Duisenberg (president ECB) De Centrale Bank heeft als primaire taak het handhaven van de prijsstabiliteit in de Europese Unie. De ECB wordt op 1 juni 1998 opgericht als plaatsvervanger van het Europees Monetair Instituut. Zeven maanden later gaat de derde en laatste fase van de Europese Monetaire Unie (EMU) van start. Het is de fase waarin de wisselkoersen van de munten van de twaalf lidstaten die op de euro over zullen gaan, aan elkaar worden gekoppeld. Vanaf 1 januari 1999 wordt één monetaire politiek gevoerd onder leiding van de ECB. De ECB vormt samen met de centrale banken van de lidstaten het Europees Systeem van Centrale Banken (ESCB). Deze combinatie is belast met het formuleren van de gemeenschappelijke monetaire politiek van de EMU.

Europol

De Europese Rechtshandhavingorganisatie Europol dient het optreden van de politie, justitie en veiligheidsdiensten van de lidstaten doeltreffender te maken. Het gaat hierbij om het voorkomen en bestrijden van terrorisme, de illegale handel in verdovende middelen en andere vormen van internationale georganiseerde misdaad.

Duitslandweb
feed link
Links
Europese Partijen
Info

Europese Volkspartij (christen-democraten) en Europese democraten

Europese Sociaal-democraten

Europese Liberale en Democratische Partij

Europees Unitair Links/ Noords Groen Links

De Groenen - Vrije Europese Alliantie

Democratieën in Diversiteit

Conventie
Info

Nederlandse leden
De heer G. de Vries (VVD)

De heer R. van der Linden (CDA)

De heer F. Timmermans (PvdA)

Mevr. H. Maij-Weggen (CDA)

Duitse leden
De heer J. Fischer (Bündnis 90/ Die Grünen)

De heer J. Meyer (SPD)

De heer E. Teufel (CDU)

De heer K. Hänsch

Commissie
Info

Nederlandse leden
De heer F. Bolkestein
(Commissaris Interne Markt, Belastingen en Douane-Unie)

Duitse leden
Mevrouw Michaele Schreyer(Commissaris Begrotingj)

De heer G. Verheugen
(Commissaris Uitbreiding)