© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Wachten op rugwind?

De economische consequenties van de uitbreiding voor Duitsland

20-nov-0002

(20 november 2002) Met de toetreding van de nieuwe lidstaten komt Duitsland in het centrum van Europa te liggen en gaan de grensen met Polen en Tsjechië volledig open. Joop Meijnen kijkt naar de economische consequenties die de uitbreiding kan hebben voor de toch al beroerde situatie op de Duitse arbeidsmarkt.

Een mevrouw op weg naar het arbeidsbureau De cijfers liegen er niet om. Saksen is de enige deelstaat in heel Duitsland die de werkloosheid het afgelopen jaar zag dalen: van 16,8 naar 16,4 procent van de beroepsbevolking. Saksen is ook de enige deelstaat die de migratie liet onderzoeken: vorig jaar gingen meer dan 62.000 inwoners weg, het hoogste aantal sinds tien jaar. En wat nog het meest zorgen baart: het zijn vooral beter opgeleide jongeren die hun geluk in West-Duitsland beproeven. Als hun belangrijkste vertrekmotief noemden ze dat daar meer kans is op werk, en ook meer kans op een hogere beloning. Het is een van de vele illustraties die laten zien dat er na de val van de Muur iets grondig mis is gegaan bij de Duitse vereniging. Ondanks de fabelachtige transfersubsidies en ondanks het vertrek van in totaal ongeveer drie miljoen 'Ossies', is de werkloosheid in het oostelijk deel van Duitsland nu twee tot drie keer zohoog als in het 'oude' westen. De eerste cynici die hardop zeggen dat de werkloosheid in het oosten alleen nog zal verdwijnen door migratie en vergrijzing gewoon hun werk te laten doen, zijn inmiddels opgestaan.

Ontnuchterend
Van zo'n capitulatie wil de nipt herkozen rood-groene coalitie van bondskanselier Gerhard Schröder niet horen. Zij heeft in VW-topman Peter Hartz een toegewijde medicijnman gevonden, wiens recepten voor gezondere verhoudingen op de arbeidsmarkt tot hoogste prioriteit zijn verheven. Twee miljoen werklozen minder in 2005, een halvering in drie jaar tijd. Daarmee lijkt een nieuw Wirtschaftswunder geboren, een Superminister waardig. Totdat de gezaghebbende denktanks voor economische politiek - bijgenaamd de Vijf Wijzen - de aanbevelingen onlangs wogen en veel te licht bevonden. Hun tamelijk ontnuchterende conclusie luidde dat Hartz' voorstellen een offensieve groei- en werkgelegenheidspolitiek weliswaar nuttig kunnen aanvullen, maar nooit en te nimmer kunnen vervangen. Kortom, Schröder-II doet vooral aan symptoombestrijding die structurele weeffouten in het Duitse bestel ongemoeid laat en de hamvraag - hoe komen we aan meer banen? - uit de weg gaat.

Dit doet de vraag rijzen wat de volgende 'vereniging' - de op stapel staande uitbreiding van de Europese Unie - teweeg zal brengen. Tien landen, waarvan acht in Midden- en Oost-Europa, zullen zich in mei 2004 waarschijnlijk bij de Europese Unie voegen. In politiek en moreel opzicht is opnieuw sprake van een belangwekkende, zoniet historische stap, en opnieuw ook ligt meer welvaart en voorspoed in het verschiet, al heeft niemand meer blühende Landschaften durven beloven.

Afhankelijk
Landbouw in Duitsland Voor het economische wel en wee van de 'nieuwkomers' in de Europese Unie is Duitsland cruciaal. Voor hun exportgroei zijn ze voor meer dan de helft van Duitsland afhankelijk. Kwakkelt de economie ten westen van de Oder-Neisse, dan hapert de inhaalgroei in Oost-Europa navenant en loopt de convergentie in werkgelegenheid en loonniveau extra vertraging op - precies de twee factoren die in Saksen blijven motiveren tot migratie. Alleen in Hongarije (5,7 procent) en Slovenië (idem) ligt de werkloosheid onder het Duitse gemiddelde (bijna 10), met uitschieters naar boven in Polen (18,4) en Slowakije (19,4). Qua koopkracht zijn de onderlinge verschillen eveneens groot, uiteenlopend van 33 procent (van het EU-gemiddelde) in Letland tot 69 procent in Slovenië. Hier zit Polen op 40 procent.

Prikkeling
Onderzoek naar de mogelijke gevolgen van de oostwaartse uitbreiding van de Europese Unie voor de westwaartse migratie laat zien dat deze economische prikkels nog geruime tijd blijven bestaan, maar dat de maatschappelijke belemmeringen (onder andere taal en familierelaties) aanzienlijk zijn. Geschat wordt dat bij volledig vrij personenverkeer in het begin tussen de 200.000 en 250.000 Oost-Europeanen per jaar naar de 'oude' EU-landen zullen gaan, waarbij de buurlanden Duitsland (60 procent) en Oostenrijk (11 procent) het meest in trek zijn. Na verloop van tijd zou dit dalen tot zo'n 50.000 migranten per jaar.

Schröder en Kwasnieuwski (president van Polen) Onveranderlijk wordt in deze studies ook verwezen naar de geruststellende ervaringen die in de jaren tachtig en daarna zijn opgedaan bij de toetreding van Griekenland, Spanje en Portugal tot de Europese Unie. Ook toen bestond binnen de gevestigde EU aanvankelijk de vrees dat inwoners uit deze landen, in het kielzog van de eerdere 'gastarbeiders', naar het rijkere noorden zouden trekken. Maar die bleek al gauw ongegrond. De economieën van Griekenland, Spanje en Portugal veerden na de EU-aansluiting zó op, dat de migratieneiging snel wegebde. In plaats daarvan ontstond juist een trek van bemiddelde noordelingen naar de zonovergoten kusten van de Middellandse Zee.

Het is echter de vraag of deze Zuid-Europese ervaringen wel zo relevant zijn voor de actuele uitbreidingsronde. In de eerste plaats was de 'achterstand' van de Zuid-Europese toetreders tot de toenmalige EU kleiner, zodat ze sneller bij het Europese peloton konden aanpikken. En in de tweede plaats waren ze op het moment suprême veel minder dan de huidige EU-kandidaten eenzijdig afhankelijk van een land dat zelf in financiële en sociaal-economische malaise verkeert.

Geleidelijk
Joop Meijnen is redacteur van NRC Handelsblad

 
Joop Meijnen is redacteur van NRC Handelsblad

Duitslandweb
feed link
Links
Dossiers uitbreiding