© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Baat bij grote buur

Nederlands-Duitse as in Europa?

14-sep-2006

(6 januari 2003) Mocht het na de uitbreiding van de Europese Unie (EU) tot blokvorming in Europa komen, dan kan Nederland zich het best aansluiten bij de groep waarvan Duitsland deel uitmaakt. Dat vindt althans Bernard Bot, scheidend Nederlands ambassadeur bij de Europese Unie in Brussel.

door Bernard Bot

Duitsland is belangrijk voor Nederland, net zo goed als Nederland belangrijk is voor Duitsland. Beide landen hebben doorgaans gemeenschappelijke opvattingen over ontwikkelingen op politiek, economisch en maatschappelijk terrein. Bovenal kan Nederland zich goed vinden in de Duitse visie op de toekomst van Europa.

Duitsland Door de uitbreiding met tien nieuwe lidstaten wordt Duitsland, nu al het grootste land van de EU, ook geografisch het centrum van Europa. Deze nieuwe status zou Duitsland automatisch nog meer politieke invloed en macht moeten verschaffen dan het land nu reeds bezit. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog weet Duitsland dat andere landen een te grote Duitse machtspositie met een zekere argwaan bekijken. Om die reden hebben de Duitse autoriteiten altijd de nodige aarzeling getoond om in Europa de sturende rol op zich te nemen die bijvoorbeeld de Verenigde Staten binnen de NAVO vervullen.

Vraagteken
Er zijn echter andere factoren van meer recente datum die Duitsland kunnen belemmeren meer verantwoordelijkheid te nemen in Europa. Ik denk daarbij onder meer aan de minder rooskleurige binnenlandse ontwikkelingen op economisch en politiek gebied. Deze problemen zetten een serieus vraagteken achter Duitslands vermogen en bereidheid in de nabije toekomst sturend op te treden binnen de EU. Men krijgt soms de indruk dat de wil ontbreekt de pijnlijke economische aanpassingen door te voeren die zo broodnodig worden geacht. Ook politiek, zoals bijvoorbeeld bij de moeizame relatie met de VS, vergaloppeert Duitsland zich regelmatig.

Pleitbezorger

Dit alles mag zo zijn, toch blijft de grote buur voor Nederland een factor van essentieel belang, of het Duitsland economisch en politiek voor de wind gaat of niet. Duitsland is, meer dan welke andere grote lidstaat ook, een warm pleitbezorger van een Europees integratiemodel dat ook Nederland voor ogen staat. Bovendien is Duitsland, als geen andere grote lidstaat, bereid financiële offers te brengen voor de Europese eenwording. Het is tevens een geruststellende gedachte dat Duitsland rekening houdt met de opvattingen en belangen van kleinere lidstaten zoals Nederland.

Nederland Geheel toevallig is het overigens niet dat de Duitse en Nederlandse visie op het integratieproces op vele punten parallel loopt. De geografische ligging van beide landen draagt daar zeker toe bij, evenals de voortdurende Duits-Nederlandse uitwisseling van opvattingen en ideeën over de toekomst van Europa.

Veerkracht
Bovendien zijn onze economieën nauw met elkaar verweven. Duitsland vormt voor Nederland een belangrijke partner op de Europese binnenmarkt: de Nederlandse uitvoer gaat voor meer dan dertig procent naar Duitsland en de invoer vanuit Duitsland naar Nederland bedraagt meer dan 25 procent. Zelfs in slechte tijden blijft de Duitse economie een allerminst te verwaarlozen factor in Europa en mogen we de veerkracht ervan niet onderschatten. 

Legitimatie
Het is een feit dat geen enkele Europese lidstaat om Duitsland heen kan. Duitsland heeft echter tot nu toe nog geen bevredigend antwoord weten te formuleren op het dilemma dat het weliswaar de grootste lidstaat is, maar binnen de EU die status niet geheel waar kan maken. De vraag is of dit nodig is zolang de Duits-Franse samenwerking maar functioneel blijft. Deze vormt immers in essentie de legitimatie om op beslissende ogenblikken in de ontwikkeling van de EU toch sturend op te treden. Ik geloof nog steeds dat de Frans-Duitse as een nuttig dubbel doel dient: een 'aanjaagfunctie' voor verdere Europese integratie, en een geruststellende 'vredestakfunctie' richting de overige lidstaten die anders misschien zouden kunnen denken dat Duitsland weer een hegemoniale dominantie binnen de EU nastreeft.

Nederlands-Duitse as in Europa? Iedere keer dat er twijfels rijzen over de Duitse bereidheid de samenwerking met Frankrijk voort te zetten, blijkt dat Duitsland uiteindelijk toch geen alternatief ziet. Dat is, ook voor Nederland, een geruststellende gedachte. Het is immers voor iedereen wel duidelijk dat Frankrijk niet altijd de meest toeschietelijke partner is. Duitsland moet zich zelfs regelmatig aan de Franse eisen conformeren. Dat bleek bij de vaststelling van de Financiële Perspectieven voor de periode 1999-2006 in Berlijn en onlangs weer tijdens de Europese Raad van Brussel waar Duitsland een compromis voor de landbouwuitgaven accepteerde dat niet geheel spoorde met de Duitse financiële belangen. Alleen een vastberaden optreden van de Nederlandse premier Balkenende voorkwam groter schade, ook voor Duitsland.

Stuwende kracht

Van groter belang dan geld en landbouwbelangen was echter het herstel van de Frans-Duitse samenwerking op een cruciaal ogenblik. De EU gaat immers, na de uitbreiding, een lakmoestest tegemoet die moet uitwijzen of de Unie als hechte eenheid met de bestaande instellingen kan blijven functioneren. En dat zal niet lukken zonder Frans-Duitse samenwerking. Hopelijk mag men er van uitgaan dat de Duits-Franse motor, ondanks regelmatige pannes, de stuwende kracht achter de Europese integratie zal blijven.

De Europese vlag De nieuwe toetreders zullen zich vanwege geografische, economische en financiële redenen primair richten op Duitsland. Dit zou kunnen leiden tot een natuurlijke blokvorming tussen een groep landen waarbij Nederland, niet geheel toevallig, ook grote economische en financiële belangen heeft. Ik geloof overigens niet dat er een officieel directorium van alleen grote landen zal komen. Een intensievere samenwerking waarschijnlijk wel, al was het maar vanwege hun hypothetische angst voor de 'meute' van negentien kleinere lidstaten. Maar ook dan is het verstandig op goede voet te verkeren met de grote lidstaat, die bovendien nog bereid is regelmatig te overleggen met een land als Nederland over het te volgen integratietraject. Nederland moet echter ook een open oog houden voor eventuele deelname aan wisselende coalities, als ons belang dat vereist. De praktijk van de afgelopen jaren wijst wel uit dat Nederland steeds baat heeft gehad bij samenwerking met Duitsland.

Alternatief
Wat zou trouwens het alternatief kunnen zijn? Frankrijk streeft net als het Verenigd Koningrijk een vorm van integratie na die Nederland in bepaalde opzichten niet deelt. Ook lopen onze economische en financiële belangen niet steeds parallel met de Franse. Italië en Spanje komen om geografische en politieke redenen nauwelijks in aanmerking.

Samenvattend geloof ik daarom dat de wederzijdse afhankelijkheid tussen Nederland en Duitsland wel tot de conclusie moet leiden dat we maar het beste bij die grote buur kunnen aanhaken. Met demissionair minister de Hoop Scheffer zeg ik daarom dat "Duitsland het ankerpunt voor Nederland is en ook moet zijn in specifieke vraagstukken als de vormgeving van Europa."

Bernard Bot is scheidend Nederlands ambassadeur bij de Europese Unie in Brussel.

Links:
De Volkskrant
'Mijn advies is: altijd bij de Duitsers aanhaken'

Die Burger
'Uit Amsterdam: Europese droom ook 'n vir nagmerrie' 

Duitslandweb
feed link
Dossiers  uitbreiding