© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

"Ohne uns"

Het buitenlandbeleid van Duitsland inzake Irak

19-feb-0003Mark Schenkel

(19 februari 2003) Op 5 augustus 2002 verklaarde bondskanselier Gerhard Schröder dat Duitsland onder zijn leiding niet zou deelnemen aan een "avontuur" in Irak. Daarmee reageerde hij op de signalen uit Washington dat het wat de Verenigde Staten betreft maar eens uit moest zijn met het spel van Saddam Hussein, en dat de Irakese dictator desnoods met geweld tot de orde moest worden geroepen. Schröder stond met zijn kritiek op de Amerikaanse voornemens als zodanig niet alleen binnen de internationale gemeenschap, maar wel met de wijze waarop hij deze kritiek tot uitdrukking bracht: Schröder was de enige regeringsleider die bij voorbaat ook deelname van zijn land aan een gewapend ingrijpen onder de vlag van de Verenigde Naties uitsloot.

'Streit' tussen Schroeder en Bush? Dit resolute "Nein" legde Schröder in de binnenlandse politiek weliswaar geen windeieren - de campagne "Ohne uns" droeg in sterke mate bij aan zijn herverkiezing als bondskanselier op 22 september - maar vanuit het perspectief van de buitenlandse politiek mocht het opmerkelijk worden genoemd. Immers, er was überhaupt nog geen sprake van een resolutie van de VN die oorlog legitimeerde. Het optreden van Schröder was daarom voorbarig en weinig diplomatiek ten aanzien van bondgenoot Amerika. Het was echter te vroeg om te spreken van een man overboord.

Serious consequences

Daar kwam echter drastisch verandering in toen de VN-Veiligheidsraad op 8 november de inmiddels welbekende resolutie 1441 aannam. Deze resolutie eiste volledige medewerking van Irak met de wapeninspecteurs van de VN en dreigde in het geval van een schending van de resolutie met "serious consequences" - lees: oorlog. De Veiligheidsraad, met daarin onder andere de Duitse EU-bondgenoot Frankrijk, had met deze resolutie ingestemd onder 'dreiging' van een unilateraal, Amerikaans ingrijpen in Irak. De VS hadden op behendige wijze hun eigenbelang tot VN-belang verheven en daarmee Duitsland potentieel geïsoleerd. Frankrijk deelde weliswaar de Duitse bedenkingen over de Amerikaanse voornemens, maar had met '1441' ingestemd omdat het altijd nog kon bezien of het uiteindelijk de zijde van Amerika en de VN zou kiezen.

Deze resolutie plaatste Schröders "Nein" in een geheel nieuw perspectief: vanaf dit moment bestond de mogelijkheid dat Irak zou worden aangevallen door de internationale gemeenschap onder leiding van de VS, opererend onder de vlag van de VN - een optie die Duitsland als enige land bij voorbaat had uitgesloten. Zou het zover komen, dan zou Duitsland dus in een internationaal isolement terechtkomen. Kortom, de internationale positie van Duitsland was vanaf dit moment afhankelijk van de consequenties die de leden van de VN-Veiligheidsraad zouden verbinden aan een eventuele schending van '1441'.

NATO Daarom was het buitenlandbeleid van de regering-Schröder na 8 november gericht op het zoeken naar partners in haar verzet tegen de VN. Schröder had natuurlijk ook zijn "Nein" kunnen herzien, maar dat zou hem in Duitsland zelf de kop hebben gekost vanwege het breken van zijn verkiezingsbelofte. De oplossing moest daarom worden gezocht in de internationale arena. Eind november deed Berlijn een indirecte poging om toenadering tot de VS te zoeken door haar NAVO-bondgenoten toestemming te geven om in het geval van een oorlog met Irak gebruik te maken van het Duitse luchtruim. Toen de VS in december echter reeds een schending van resolutie 1441 constateerden, werd het duidelijk dat een oorlog, en daarmee een Duits isolement, met rasse schreden dichterbij kwam. Zaak was om voor 27 januari, de dag waarop VN-wapeninspecteur Blix verslag zou doen van de Irakese medewerking, partners te vinden die een 'oorlogsresolutie' van de VN zouden kunnen tegenhouden.

Moment suprème

Vanaf januari 2003 trachtte Duitsland EU-partner Frankrijk aan zich te binden. De Fransen beschikten immers over een veto in de Veiligheidsraad en konden daarmee een 'oorlogsresolutie', die Duitsland zou isoleren, voorkomen. De viering van het veertigjarig bestaan van het Frans-Duitse vredesverdrag van Elysée op 22 januari werd door beide landen aangegrepen voor een plechtige beginselverklaring over een gemeenschappelijk buitenlands- en defensiebeleid. Wat Duitsland betreft zou dat al op 27 januari gestalte moeten krijgen door een Frans veto tegen een 'oorlogsresolutie' van de VN. De Duitse afhankelijkheid van Frankrijk was des te groter, omdat Schröder op 21 januari definitief had aangegeven in de VN-Veiligheidsraad - waarvan Duitsland per 1 januari roulerend lid was - geen "Ja" te zullen zeggen tegen een 'oorlogsresolutie'. Ondanks alle mooie woorden over het vermijden van een oorlog behield Frankrijk zich het recht voor om op het moment suprème in VN-verband samen met de VS op te trekken tegen Irak - en Duitsland eenzaam achter te laten.

Nadat het Frans-Duitse initiatief de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld op 24 januari had verleid tot zijn beruchte uitspraken over Duitsland als "probleem" en als het "oude Europa", was het woord op 27 januari aan de Veiligheidsraad. Deze besloot Irak in elk geval tot 14 februari de tijd te geven. Voorlopig kon Duitsland verder zoeken naar een manier om een oorlog onder VN-vlag te voorkomen.

Chirac en Schroeder In het weekend van 8 en 9 februari ontstond de indruk dat Duitsland wederom een poging ondernam om met behulp van Frankrijk tegenwicht te bieden aan de Amerikaanse druk op de VN om ten strijde te trekken. Er zou een Frans-Duits vredesplan in de maak zijn. Dat bleek echter allesbehalve waar; pijnlijk was dat dit initiatief van Franse zijde zelfs werd ontkend.

Verkiezingsbelofte

Op 10 februari liet Duitsland de EU even voor wat zij was en besloot ditmaal via de NAVO druk uit te oefenen op de VN en de VS. De Bondsrepubliek steunde het Frans-Belgische veto op de levering van militair materiaal door de NAVO aan bondgenoot Turkije. Op 17 februari moesten de drie dwarsliggers echter inbinden en bleek dat de Duitse strategie grotendeels averechts had gewerkt: na de VN had Duitsland zich nu ook binnen de NAVO afgezonderd. Daar stond tegenover dat, tegen alle verwachtingen in, de regeringsleiders van de EU - dus ook Schröder - op dezelfde dag overeenkwamen dat zij geweld tegen Irak als laatste optie open hielden. Met andere woorden, toen na maanden van touwtrekken was gebleken dat Frankrijk niet te vermurwen viel en het Duitse isolement onvermijdbaar leek, gaf Schröder toe en kwam alsnog terug van zijn verkiezingsbelofte om onder geen beding in te stemmen met een eventuele oorlog.

Het internationale beleid van de Bondsrepubliek inzake Irak kan worden geïnterpreteerd als het voorkomen van het isolement dat voor haar dreigde, nadat zij haar bewegingsruimte binnen de VN al in een vroeg stadium had prijsgegeven. In haar pogingen een isolement te voorkomen, probeerde de Bondsrepubliek medestanders te vinden binnen de EU en de NAVO. Daarbij bleek dat Duitsland met name was aangewezen op Frankrijk. De Franse vasthoudendheid aan oorlog als laatste redmiddel deed Duitsland op 17 februari besluiten het "Ohne uns" alsnog op te geven. Wellicht dat de Duitse winst in de kwestie-Irak schuilt in een hernieuwd besef in de Bondsrepubliek van het belang van supranationale samenwerking.

Mark Schenkel is student Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en schrijft regelmatig artikelen voor het Duitslandweb.

Duitslandweb
feed link
Dossiers kwestie Irak