© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

De Verenigde Staten en West-Berlijn

Moeder en zoon

1-feb-0003Hans Verbeek

(19 februari 2003) Zijn de Berlijners ondankbare kinderen? Soms lijk het erop. Decennialang stonden de Amerikanen garant voor de vrijheid van West-Berlijn, dat als een enclave in de Duitse Democratisch Republiek lag, omsingeld door vijandige Sovjettroepen. De luchtbrug van 1948/1949, de opmars van Amerikaanse tanks bij Checkpoint Charlie in 1961, de legendarische bezoeken van John F. Kennedy (" Ich bin ein Berliner") en Ronald Reagan (" Mr. Gorbachov, tear down this wall"), en de uitdrukkelijke steun van Bush sr. voor de Duitse eenwording staan symbool voor de speciale band tussen de VS en West-Berlijn.

Maar van enige erkentelijkheid was de afgelopen weken niets te merken. Meer dan 500.000 demonstranten trokken zaterdag 15 februari door de stad, om tegen de Amerikaanse politiek te demonstreren. Ook vorig jaar mei, toen president Bush Berlijn bezocht, vonden in de stad grote demonstraties plaats. Op spandoeken werd Bush 'de grootste terrorist ter wereld' genoemd. Sommigen hadden op zijn foto een Hitler-snorretje gekrabbeld. In Washington vroeg men zich verontwaardigd af, of de Berlijners dan nu al vergeten zijn wat de Amerikanen voor hun stad hebben gedaan?

Amerikaanse militairen in Berlijn
Kennedy tijdens zijn legendarische bezoek aan berlijn in 1963 Bijna vijftig jaar lang, van 1945 tot 1994, duurde de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in Berlijn. Het hoogste aantal Amerikaanse militairen in West-Berlijn werd een half jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog bereikt: ruim 24.000. Tijdens de crises van 1948/1949 (de Sovjet-blokkade) en 1961 (de bouw van de Muur) bevonden de troepen zich in hoogste staat van paraatheid. Aan het eind bedroeg de totale grootte van het Amerikaanse garnizoen nog slechts 2215 man.

Een echte integratie met de Berlijnse bevolking vond nauwelijks plaats. De soldaten leefden in hun eigen Amerikaanse wereld, kochten Amerikaanse waar met Amerikaanse dollars en spendeerden hun geld liever aan lange telefoongesprekken met vrouw en kinderen in de VS, dan aan cursussen Duits. Alleen tijdens het jaarlijkse Deutsch-Amerikanische Volksfest en de open dagen in de kazernes vonden er directe contacten plaats. Vanaf halverwege de jaren vijftig waren Amerikaanse soldaten in uniform nauwelijks meer in het Berlijnse straatbeeld te zien, behalve in de onmiddelijke omgeving van kazernes.

Getuigen
In de wijken die tot de Amerikaanse zone hoorden (Kreuzberg, Neukölln, Tempelhof, Schöneberg, Steglitz en Zehlendorf) getuigen nog veel gebouwen van de aanwezigheid van de Amerikaanse troepen. In de vroegere Amerikaanse bioscoop Outpost aan de Clayallee (genoemd naar de eerste militair gouverneur van de Amerikaanse zone) is tegenwoordig het Allierten-Museum gevestigd, dat de rol van de westelijke machten in Berlijn belicht. In de luchthaven Tempelhof, waar niet alleen de Amerikaanse luchtmacht maar ook de CIA was ondergebracht, zijn tijdens speciale rondleidingen nog de bowlingbanen te zien, die voor de Amerikanen in het enorme complex werden aangelegd. Ook instellingen als de Amerika Gedenkbibliothek, het Amerika Haus of het gebouw van de RIAS (de radiozender voor de Amerikaanse sector) houden het verleden levend.

Kinderen die meedoen aan de jaarlijkse 'Seifenkistenrace' in Berlijn Een bijzonderheid zijn de zeepkistenraces, die jaarlijks voor Berlijnse kinderen worden georganiseerd in Kreuzberg. Vanaf een uiterst symbolische plek (het monument bij vliegveld Tempelhof voor de Amerikaanse piloten, die bij de luchtbrug om het leven gekomen zijn) roetsjen de kinderen in zelf geknutselde voertuigen de licht aflopende Mehringdamm af. De zeepkistenraces werden in 1949 door de Amerikanen naar Berlijn gehaald, om de Berlijnse kinderen tussen de puinhopen van de stad wat vertier te bieden.

Dit soort symboliek tekent vanaf 1945 de verhouding tussen de Berlijners en de Amerikanen, die weliswaar de stad grotendeels hadden platgebombardeerd, maar tegelijkertijd de Duitsers hadden bevrijd van de nazi-terreur. Bevrijders en bezetters tegelijk. Die ambivalente gevoelens zijn, over en weer, gebleven.

Opstandige puber

De onderlinge verstandhouding is als een moeizame moeder-zoon-verhouding. Voor de Amerikanen was West-Berlijn, als voorpost temidden van de Sovjet-invloedssfeer, van groot strategisch belang. Andersom was West-Berlijn van de Amerikanen afhankelijk om te kunnen overleven. Dat gold des te meer tijdens de luchtbrug, die tijdens de Sovjet-blokkade als een moederborst fungeerde voor de ingesloten West-Berlijners. In de daaropvolgende periode maakten de Berlijners dankzij de Amerikanen kennis met Coca-Cola en McDonalds.

Met het 2+4-verdrag, dat in 1990 werd ondertekend, werd de navelstreng definitief doorgeknipt. Berlijn, dat altijd al een lastige puber was geweest, staat sindsdien op eigen benen.

Nu de Amerikaanse soldaten de stad hebben verlaten zet Berlijn zich, indien het dat nodig acht, tegen de vroegere voogd af. De Amerikanen brachten vrijheid en democratie naar Berlijn. Daarvan maakten de honderdduizenden Berlijners bij de recente vredesdemonstratie dankbaar gebruik. Toch een bepaalde vorm van dankbaarheid.

Hans Verbeek werkt in Berlijn als freelance-journalist en schrijft o.a. voor Het Parool en Elsevier.

Duitslandweb
feed link
Berlijn en de Verenigde Staten
Berlijn-Amerika
Informatie

Friedrich Jeschonnek, Dieter Riedel, William Durie: Allierte in Berlin, 1945-1994 (Berlin Verlag, 2002)

Tamara Domentat: Coca-Cola, Jazz und AFN. Berlin und die Amerikaner. (Schwarzkopf & Schwarzkopf Verlag, Berlin,1995)