© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Het antwoord van de politiek

Het pensioenstelsel

1-feb-0004

GepensioneerdenDe politiek kan diverse maatregelen nemen om het ouderdomspensioen te beschermen tegen de vergrijzing. Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat in Duitsland ruim driekwart van het ouderdomspensioen wordt gefinancierd volgens het omslagstelsel. Dat betekent, dat de huidige generatie werkenden de huidige generatie gepensioneerden financiert. Als gevolg van de vergrijzing zal het percentage werkenden afnemen en het percentage gepensioneerden toenemen.

Een verhoging van de pensioenpremie

lverhogen pensioenpremie Nu: 19, 5 procent van het bruto maandloon

Pro: Er hoeft niet te worden bezuinigd op het pensioengeld. De pensioenen blijven stabiel.

Contra: Aangezien een Duitse werkgever meebetaalt aan de pensioenpremie van zijn werknemers, zou een premieverhoging een werknemer duurder maken, en dus minder aantrekkelijk voor (buitenlandse) investeerders. Dat leidt tot banenverlies in Duitsland, en dus tot meer werkloosheid. Daardoor moeten steeds minder werkenden het pensioengeld opbrengen. Gevolg: de pensioenpremie stijgt. Daardoor wordt een Duitse werknemer weer duurder- enzovoorts. De Duitse arbeidsmarkt dreigt in een neerwaartse spiraal te geraken.

  • Als een werknemer maandelijks meer geld moet uitgeven aan zijn pensioenpremie, houdt hij minder geld over om aan consumptiegoederen te besteden. Een dalende koopkracht is ongunstig voor de Duitse economie.
  • Een verhoging van de pensioenpremie botst met het idee van de 'solidariteit tussen de generaties', het basisprincipe van het omslagstelsel. De huidige generatie werkenden zou namelijk relatief meer moeten gaan betalen dan de huidige generatie gepensioneerden destijds heeft gedaan.
Een verlaging van het pensioengeld

Nu: 70 procent van het laatst verdiende netto loon

Pro: de pensioenpremie hoeft niet te worden verhoogd. Dit is gunstig voor de Duitse economie.

Contra: een verlaging van het pensioengeld botst met het principe van de 'solidariteit tussen de generaties'. Toen de huidige generatie gepensioneerden nog werkzaam was, heeft zij de toenmalige generatie gepensioneerden gefinancierd. Daarom heeft zij nu zelf recht op een stabiel pensioen, dat gelijkwaardig is aan dat van de generatie voor haar.

Een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd

langer doorwerken Nu: 65 jaar

Pro: Omdat men langer doorwerkt, draagt men gedurende een langere periode bij aan de financiering van de pensioenen en maakt gedurende een kortere periode zelf aanspraak op pensioengeld. Het mes snijdt in dit geval dus aan twee kanten. Als alle huidige Duitse werknemers tot hun 65ste blijven doorwerken, bedraagt het ouderenquotiënt (het aantal 60-plussers per honderd mensen tussen 20 en 60 jaar; feitelijk het percentage gepensioneerden op de beroepsbevolking) in 2050 ongeveer 55. Nu is dat nog 40. Zou men bijvoorbeeld tot 67 jaar doorwerken, dan zou het ouderenquotiënt in 2050 bij 48 liggen.

  • Mensen leven steeds langer en blijven steeds langer gezond. Zij zouden dus ook langer kunnen blijven werken. Maar terwijl de inwoners van Duitsland tegenwoordig gemiddeld genomen bijna 30 jaar langer leven dan 100 jaar geleden, is de pensioengerechtigde leeftijd sinds 1916 bij 65 jaar gebleven.

Contra: Een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd is zinloos, zolang men in de praktijk eerder met pensioen gaat (Frührentnerschaft). De leeftijd waarop een Duitse werknemer met pensioen gaat, ligt gemiddeld bij 60,4 jaar. Verandert er niets aan deze leeftijd, dan zal het ouderenquotiënt in 2050 tot 78 zijn opgelopen (nu: 40).

Concrete maatregelen

SPD De regering-Schröder wil in eerste instantie voorkomen dat de pensioenpremie moet worden verhoogd. Een verhoging zou namelijk arbeid duurder maken en de werkloosheid vergroten. Daarom heeft de rood-groene meerderheid in de Bondsdag op 6 november besloten het gat van 8 miljard in het staatspensioen in 2004 te dichten met een 'nulronde' voor gepensioneerden. Dat betekent dat de pensioenen volgend jaar niet voor inflatie worden gecorrigeerd. Zonder tegenmaatregelen zou de pensioenpremie in 2004 tot 20,5 procent van Bündnis 90/Die Grünen het bruto maandloon moeten stijgen, om de pensioenen stabiel te houden.

Om het pensioenstelsel op lange termijn betaalbaar te houden, bezint de regering zich op de onderstaande maatregelen. De eerste twee daarvan zijn gebaseerd op de aanbevelingen van de commissie-Rürup, een 26-koppig gezelschap van deskundigen op het terrein van de gezondheidszorg en de economie. Eind augustus heeft zij haar eindrapport gepresenteerd. De regering wil begin 2004 een definitief wetsvoorstel indienen.

  • De invoering van een duurzaamheidfactor ('Nachhaltigkeitsfaktor'). Vanaf 2005 moet de inflatiecorrectie van het pensioengeld afhankelijk worden gemaakt van de verhouding tussen het aantal werkenden en het aantal gepensioneerden. Daalt het percentage werkenden, dan wordt de stijging van het pensioengeld afgeremd.
  • De pensioengerechtigde leeftijd voor werklozen moet tussen 2006 en 2008 tot 63 worden verhoogd (feitelijke leeftijd waarop men nu met pensioen gaat: 60,4 jaar). Dat betekent dat iemand die een werkloosheidsuitkering ontvangt, pas later pensioengeld kan krijgen. De SPD wil in 2010 een besluit nemen over een algemene verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 tot 67 jaar.
  • Het volgen van minimaal drie jaar onderwijs na het 17de levensjaar wordt niet - zoals nu nog het geval is - door de staat berekend als individuele bijdrage aan het pensioenstelsel gedurende drie jaar. Dat betekent bijvoorbeeld dat een academicus die met pensioen gaat, minder jaren heeft bijgedragen aan het staatspensioen en dus minder pensioengeld ontvangt.
  • Een vereenvoudiging van de zogeheten 'Riester-Rente'. Sinds 2002 biedt de overheid belastingvoordeel aan mensen die een pensioenverzekering afsluiten bij een bedrijfspensioenfonds of een private verzekering. Doel is het verminderen van de financiële druk op het staatspensioen. De vereenvoudiging moet het ondermeer mogelijk maken voor een werknemer, om het in een pensioenfonds opgebouwde kapitaal mee te nemen, wanneer hij van werkgever wisselt. In Nederland bestaat deze mogelijkheid reeds. Op dit moment hebben ongeveer vijf miljoen mensen een 'Riester-Rente' afgesloten; drie miljoen op particuliere basis en twee miljoen via een bedrijfsfonds.
Plannen oppositie

CDU Tussen de CDU en zusterpartij CSU bestaat onenigheid over de manier waarop het ouderdomspensioen beschermt dient te worden tegen de vergrijzing en de te varen koers ten opzichte van de maatregelen die de regering wil nemen.CSU

De CDU baseert haar plannen grotendeels op de voorstellen van de commissie-Herzog, de oppositionele tegenhanger van de commissie-Rürup. De commissie-Herzog heeft haar eindrapport eind september gepresenteerd. De voornaamste twee punten die de CDU daaruit heeft overgenomen:

  • Een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 tot 67 jaar. Zusterpartij CSU is hier tegen.
  • De invoering van een 'demografische factor', die de inflatiecorrectie van het pensioengeld afhankelijk maakt van de verhouding tussen het aantal werkenden en het aantal gepensioneerden. Dit principe functioneert op dezelfde wijze als de duurzaamheidsfactor die de regering op het oog heeft.

Voorts vindt de CDU dat iemand die eerder met pensioen wil, maar desondanks het volledige pensioengeld wil ontvangen, minimaal 63 moet zijn en 45 jaar lang premie moet heben betaald. De CSU is hier tegen.

Invoering kinderrente De CSU is voorstander van een zogeheten Kinderrente: vanaf 2005 hoeven
ouders per kind 50 euro pensioenpremie minder te betalen; bovendien
ontvangen zij later 130 euro pensioengeld meer dan mensen zonder kinderen.

Vooruitblik

Het is onwaarschijnlijk dat op de lange termijn valt te ontkomen aan een relatieve verhoging van de pensioenpremies enerzijds, en een relatieve verlaging van het pensioengeld anderzijds. Bovendien zal men langer moeten doorwerken en meer eigen verantwoordelijkheid gaan dragen voor de oudedagsvoorziening. Indien de toenemende lasten gelijkmatig worden verdeeld tussen oud en jong, blijft er in Duitsland in zekere zin sprake van 'solidariteit tussen de generaties'.

Duitslandweb
feed link
Links
Citaat
Trivia

Angela Merkel, CDU
"Es bleibt nur der Umbau des bisherigen Generationenvertrages. Erstens dürfen die Beiträge nicht wesentlich angehoben werden, sie sind jetzt schon an der Grenze des Zumutbaren. Zweitens wird das Rentenniveau langsam, aber deutlich sinken müssen. Dennoch darf es drittens für normale Rentenbiographien nicht unter das Sozialhilfeniveau abrutschen, der Generationenvertrag würde sich sonst selbst deligitimieren."
oktober 2003

Quo Vadis-Rede