'Don't mention the war!'
Tien jaar Duitslandweb 2002-2012
8-feb-2012
Duitslandweb bestaat vandaag tien jaar. Een decennium lang Duitsland voor Nederlanders verklaard. Waarom doen ze er toch zo moeilijk over Google Street View? Of wat kan voetbal ons vertellen over de Duits-Nederlandse betrekkingen? Opvallend hoe een aantal thema's telkens terugkeert.
Neem nou de rode sokken. Bij elk verkiezingsdossier dat Duitslandweb het afgelopen decennium maakte, vroeg de redactie zich af of ze weer uit de kast zouden worden gehaald. In 1994 gebruikte de CDU de neerbuigende term ‘rode-sokken-dragers’ voor het eerst voor aanhangers van de partij die nu Die Linke heet. Daarna doken de sokken bij elke verkiezingsronde weer op. Want een regeringscoalitie met oud-communisten blijft in Duitsland een schrikbeeld.
In zekere zin staan die rode sokken voor de terugkerende verschijnselen die telkens weer verklaring behoeven. De vaak moeizame relatie tussen Oost- en West-Duitsland, in dit geval. Maar ook de federale structuur is er zo een. En natuurlijk de Oorlog. Al laat de rol van de Tweede Wereldoorlog in de Duitse politiek en samenleving juist ook zien hoe bekende clichés achterhaald kunnen blijken. Het gaat in Duitsland traditioneel langzaam, toch zijn er diverse Duitslandbeelden die in tien jaar Duitslandweb flink gekanteld zijn.
Politieke kleurenleer
Zo is de Duitse politieke kleurenleer in de afgelopen jaren een stuk veelzijdiger geworden. Het bijzondere daarvan valt niet te begrijpen als je het traditionele Duitse partijenlandschap niet kent. Tien jaar geleden schilderde de redactie het Duitse coalitiecircus bij elke verkiezing, op deelstaatniveau of landelijk, volgens vaste kleurencombinaties. De christendemocratische CDU/CSU (zwart) regeerde nu eenmaal bij voorkeur met de kleine liberale FDP (geel), de sociaaldemocratische SPD (rood) sinds de jaren tachtig het liefst met de Groenen.
Veranderende verhoudingen maakten daaraan een einde. De traditionele volkspartijen CDU/CSU en SPD verloren de afgelopen jaren veel kiezers. Dat dreef hen in 2005, tot schrik van velen, voor het eerst sinds 36 jaar in elkaars armen. Op deelstaatniveau moest er de afgelopen 10 jaar veel met nieuwe kleurencombi’s worden geëxperimenteerd. Door de opkomst van een 'donkerrode' partij links van de SPD kreeg Berlijn een rood-rode regering. Ook werd gesproken over 'Jamaïca' - zwart-geel-groen - en over de 'stoplicht'-variant - rood-geel-groen. Zelfs zwart-groen, een decennium geleden een ondenkbare combinatie, is uitgeprobeerd. Maar dat was nog te vroeg: na twee jaar viel de Hamburgse regering van CDU en Groenen in 2010 ruziënd uit elkaar.
Duits-Nederlandse relaties
Duitsers,
waren dat niet die schreeuwerige, humorloze, worst-etende gatgravers die in
Nederland de stranden kwamen bezetten? Alleen al bij de berichtgeving over het
voetbal zag de webredactie de afgelopen tien jaar dat die vastgeroeste clichés
zijn verouderd. Steeds vaker klonk het geluid dat Duitsland voetbalde zoals
Nederland zou moeten - lees: aanvallend, technisch en met hoog tempo - terwijl
Nederland het in 2010 “op z’n Duits” - met
fysiek vechtvoetbal en schwalbes - tot vice-wereldkampioen schopte. Het heeft
ertoe bijgedragen dat de Nederlands-Duitse voetbalrivaliteit aanzienlijk is
verminderd. Tegelijk opende het WK van 2006 in Duitsland
voor Nederland en de rest van de wereld de ogen. Bleek dat anders zo serieus
ogende volk onze gepatenteerde Oranjegekte qua
uitbundige vrolijkheid naar de kroon te kunnen
steken! Bovendien toonde gastland
Duitsland zich niet arrogant en streng, maar vriendelijk en bescheiden.
Het gekantelde Duitslandbeeld heeft niet alleen met voetbal te maken. Ook het hippe imago van Berlijn als place-to-be heeft eraan bijgedragen. Andersom is het Duitse Nederlandbeeld de afgelopen tien jaar net zo veranderd. Wie Nederland alleen zou kennen uit de Duitse media, moet een in zichzelf gekeerd, argwanend land voor zich zien, sceptisch tegenover Europa en de niet-westerse wereld. Dat Nederland Duitse studenten van zijn hogescholen en universiteiten wil weren, werd in de Duitse media met verbazing geconstateerd. Zoals ze zich er ook over verbazen hoe snel Nederland zich verwijdert van zijn imago als progressief, tolerant land. Of het nu gaat om softdrugs, het poldermodel of het integratiedebat, het waren allemaal thema’s waarin Nederland ooit als voorbeeld voor Duitsland diende.
De invloed van de Tweede Wereldoorlog die minder werd...
Duitsland
was de afgelopen tien jaar in NAVO- of VN-verband permanent
betrokken bij internationale
vredesmissies, zoals in voormalig Joegoslavië, Somalië en
Afghanistan.
Duitslandweb besteedde veel aandacht aan die missies, omdat die een breuk
vormden met de naoorlogse Duitse buitenlandse politiek. Die werd tot ver in de
jaren negentig gedomineerd door een diepgeworteld pacifisme. Duitsland verkeerde
in de unieke positie geëxcuseerd te zijn als de NAVO soldaten zocht voor
militaire missies in oorlogsgebieden. Duitse soldaten zouden met de herinnering
aan het nationaal-socialisme in het geheugen nooit meer actief aan gewapende
conflicten deelnemen. Uitgerekend de eerste rood-groene regering zond in 1999
voor het eerst Duitse militairen uit, naar Kosovo. De meest vurige tegenstanders
had de Groene minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer aan zijn
eigen partijleden. Met een
emotioneel betoog overtuigde hij hen dat alleen met de wapens in de hand verder
bloedvergieten kon worden voorkomen. Het brak de Duitse ban.
Ook de veranderende Duitse rol in Europa illustreert dat het juk van de Tweede Wereldoorlog in de buitenlandse politiek steeds minder zwaar drukt. De inbedding in Europa paste volledig in de ‘wees maar niet bang voor ons’-houding die Duitsland na 1945 ontwikkelde. Die moest illustreren dat de zo gevaarlijk gebleken Duitse Alleingang tot de verleden tijd behoorde. Op de Duitse dienstbaarheid aan Europa – bijvoorbeeld door de oersterke D-Mark te verruilen voor het ongewisse euro-avontuur – konden de overige lidstaten blind varen. Dat is de laatste tien jaar wel veranderd. Zoals kanselier Schröder ‘nee’ durfde te zeggen tegen de Amerikaanse inval in Irak in 2003, zo verhief Duitsland ook in Brussel steeds vaker zijn stem. Sinds de financiële crisis is Duitsland zelfs het land waarnaar iedereen kijkt nu de euro moet worden gered.
… en de invloed van de Tweede Wereldoorlog die bleef
Tegelijkertijd
ontkwam de webredactie de afgelopen tien jaar niet aan de invloed die de Tweede
Wereldoorlog nog vrijwel dagelijks speelt in binnenlandse politieke en
maatschappelijke debatten. Dat heeft alles te maken met de Duitse gevoeligheid
voor privacy en bescherming van persoonsgegevens. Bij de opstelling van de
grondwet in 1949 werd de onaantastbaarheid van de
menselijke waardigheid bovenaan de lijst met met grondrechten geplaatst –
destijds uniek in de wereld. De wens de rechten van het individu te versterken
was ingegeven door de ervaringen met het nationaal-socialisme.
Die privacygevoeligheid zie je bijvoorbeeld terug in de manier waarop de Duitsers zich verzetten tegen de invoering van Google Street View. Als enige land ter wereld slaagde Duitsland erin Google tot privacy-aanpassingen te dwingen. Dezelfde discussie wordt gevoerd als het gaat om Facebook, de opslag van telecomgegevens, antiterreurdatabanken, internetvrijheid en euthanasie. Dat laatste woord gebruiken Duitsers overigens niet vanwege de associatie met de moord op honderdduizenden gehandicapten en geesteszieken door de nazi’s. Ze spreken liever van Sterbehilfe. Maar ook die andere ervaring met een totalitair regime, dat van de DDR, heeft sporen achter gelaten. Ook daardoor is het belang te verklaren dat Duitsland nog steeds hecht aan wat het politische Bildung noemt. Elke deelstaat heeft zijn eigen centrale die zich richt op informatieverstrekking over bijvoorbeeld de werking van de democratie en het gevaar van extremisme. Talloze stichtingen, al dan niet gefinancierd door de overheid, doen hetzelfde.
De Ossi-Wessi-problematiek
In
de discussie rond het neonazi-geweld was een van de aspecten die direct aan de
orde kwamen de Oost-Duitse voedingsbodem voor extreem-rechts. In de voormalige
DDR is de politieke en sociale desintegratie sterker dan in West-Duitsland,
legden de experts ook
op Duitslandweb uit. Oost-Duitsers voelen zich door dit soort verklaringen
gestigmatiseerd. De meesten van hen hebben niets met extreem-rechts te maken.
Het is exemplarisch voor de verschillen die er nog steeds zijn tussen Oost- en
West-Duitsland. In Nood-Duitsland gaat het ook heel anders toe dan in Beieren,
maar de verschillen tussen de voormalige DDR en het westen van het land spelen
maatschappelijk en politiek nog steeds een veel grotere rol. Ossies en Wessies
groeien weliswaar langzaam naar elkaar
toe, blijkt uit onderzoek. Toch is de kloof tussen Oost- en West-Duitsland
als het gaat om bijvoorbeeld werk, inkomen en pensioenen, nog steeds
aanzienlijk. Ook over de beoordeling van het DDR-verleden - mag je het een
onrechtstaat noemen? - zijn
ze het voorlopig nog niet eens.
Federalisme
Het
Duitse onderwijssysteem, het
falen van de binnenlandse
veiligheidsdiensten in de zaak van de Zwickauer neonazi’s, het mislukte
EHEC-crisismanagement, de
discussie over de
integratie van
minderheden,
milieubeleid,
de Duitse visie op Europa: je kunt er niet over schrijven zonder het Duitse
federale systeem uit te leggen. Het is een van de belangrijkste verschillen met
Nederland: dat de Duitse deelstaten zoveel bevoegdheden hebben. Na de Tweede
Wereldoorlog is het federalisme bewust ingevoerd om te
voorkomen dat de centrale overheid te veel macht krijgt die het kan misbruiken
zoals de nationaal-socialisten dat deden.
Omdat het federalisme in later jaren steeds vaker tot competentiestrijd tussen de Bondsregering en de deelstaten leidde, werd het stelsel in 2006 aangepast via de grootste grondwetswijziging sinds 1949. Maar nog steeds hebben de deelstaten veel zeggenschap. Dus heft de ene deelstaat wel collegegeld en de andere niet. En dus mag je in Thüringen niet roken in sportclubs, terwijl het geen probleem is een sigaret op te steken op de tribunes van Werder Bremen. Maar dankzij het federalisme heeft Duitsland ook een zeer gevarieerd cultureel landschap, omdat elke deelstaat zijn eigen culturele instellingen koestert. En het stelsel heeft ook als gevolg dat Duitsers Europa beter begrijpen dan Nederlanders: ze zijn gewend hun deelstaatbelangen in Berlijn te behartigen. Europa werkt net zo.
Kernenergie
Toen
we in 2002 schreven dat Duitsland in 2021 alle kerncentrales zou sluiten, konden
we niet vermoeden dat we daar tien jaar lang over zouden blijven schrijven om
nu, in 2012, precies terug te zijn op het punt waar we toen begonnen. In de
tussentijd switchte Duitsland van de
Atomausstieg naar
Ausstieg vom Ausstieg en weer terug. Voor- en tegenstanders bleven maar
debatteren over de vraag wat zwaarder moest wegen: dat kernenergie relatief
goedkoop en schoon is, voor werkgelegenheid zorgt en de afhankelijkheid van
aardolie vermindert, of dat de centrales een bedreiging vormen voor milieu en
veiligheid en er geen duurzame oplossing voor het kernafval-probleem is. Na de
kernramp in Fukushima veranderde
kanselier Merkel resoluut van standpunt en besloot dat de 17 Duitse
kerncentrales zo snel mogelijk dicht moesten. Terwijl de CDU juist als
voorstander van kernenergie gold en de looptijd van de centrales in 2010 nog had
verlengd.
Daarmee nam Merkel de Groenen, traditioneel de partij die
tegen kernenergie
ijverde, de wind uit de zeilen.
Commentaar
M. van der Meer 02/28/12
Een leuk, herkenbaar artikel. Alleen jammer dat het zo abrupt eindigt...