In duel met Hitler
Verzameld werk van Sebastian Haffner verschenen
15-nov-2007
Zonder Adolf Hitler had de man wiens boeken later een miljoenenpubliek zouden bereiken misschien wel nooit voor het schrijversbestaan gekozen. Want eigenlijk droomde Raimund Pretzel (1907-1999) van een carrière als succesvol jurist of zelfs politicus. Maar Hitler gooide roet in het eten en Raimund Pretzel werd Sebastian Haffner, auteur van een al even elegant als scherpzinnig oeuvre en een van de grootmeesters van de naoorlogse Europese journalistiek.
Raimund Pretzel werd op 27 december 1907 geboren in Berlijn. De zoon van een rector studeerde af als jurist en werkte bij het gerechtshof van de Duitse hoofdstad, tot in 1933 Hitler de macht greep. Uit protest tegen de ondermijning van de rechtsgang door de nationaal-socialisten nam Pretzel ontslag. En zo begon wat Haffner in zijn postuum verschenen ‘Geschichte eines Deutschen’ ('Het verhaal van een Duitser') zou beschrijven als “het duel tussen twee zeer ongelijke tegenstanders: tussen een buitengewoon machtige, sterke en meedogenloze staat en een klein, anoniem, onbekend individu” zonder aanleg voor heldendom, laat staan martelaarschap.
Het ongelijke duel met de nazi’s zou nog vijf jaar duren, tot Pretzel, dan inmiddels journalist, na de Kristallnacht van november 1938 zijn zwangere Joodse vriendin Erika Landry achterna reisde naar Londen. Om zijn achtergebleven familie in Duitsland niet in gevaar te brengen, nam Pretzel voor zijn journalistieke werk het pseudoniem Sebastian Haffner aan: ‘Sebastian’ naar Johann Sebastian Bach en ‘Haffner’ naar de gelijknamige symfonie van Mozart.
Koestler en OrwellDe eerste jaren in Engeland waren moeilijk: het lukte Haffner vooralsnog niet om aan de bak te komen binnen de Britse journalistiek, zodat hij aangewezen was op het schrijven voor het kleine Duitstalige emigrantenblad Die Zeitung. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de banneling korte tijd geïnterneerd.
Maar Haffners Engelse carrière kwam in een stroomversnelling met de publicatie van het boek ‘Germany: Jekyll & Hyde’ (1940). Haffners messcherpe karakterschets van Hitlers Derde Rijk werd opgemerkt door de journalist en krantenuitgever David Astor, die hem binnenhaalde bij de Britse zondagskrant The Observer, waar hij uitgroeide tot een van Europa’s vooraanstaande politieke commentatoren. Haffner werkte samen met intellectuele kopstukken als Arthur Koestler en George Orwell, hoewel hij met de laatste nooit vrienden werd. Daarvoor was, in de woorden van journalist en Haffner-bewonderaar Jan Blokker, het verschil tussen de “lange sladood Orwell met zijn typisch Engelse behoefte aan ontbering” en de altijd met een Bourgonische corpulentie gezegende Haffner te groot.
Conservatief met sympathie voor linksNa de oorlog werd Haffner correspondent in West-Duitsland. Een sluimerend conflict met Astor over de toekomst van Duitsland kwam tot een pijnlijke breuk in 1961 met de bouw van de Muur. Haffner laakte de westerse onverschilligheid over de Duitse deling en stapte over naar het dagblad Die Welt en later naar het populaire tijdschrift Stern. De zelfomschreven “conservatief met sympathie voor links” schreef zelfs nog voor het uiterst linkse tijdschrift Konkret, dat ook de latere RAF-terrorist Ulrike Meinhof onder zijn medewerkers telde. Haffner steunde Willy Brandts Ostpolitik en stond achter de studentenprotesten van 1968. “Dat was mijn linkse periode. Ik ben toen zeker wat meer naar links gerutscht dan ik nu zou willen” zou Haffner in de jaren tachtig terugkijken op zijn flirt met links.
Toch was zijn linkse periode verre van een modegril. Haffner was bij uitstek een provocateur, die in zijn linkse lezers een gewillig publiek vond om tegen de schenen te schoppen. Dweepte links Duitsland met Mao, dan veegde Haffner in een van zijn columns de vloer aan met de Chinese leider. Staken de studenten de loftrompet over de vrije liefde, dan wees de dan al op de pensioengerechtigde leeftijd afstevenende Haffner zijn lezers er fijntjes op dat seks al sinds eeuwen geen “dienstplicht” meer was en meer inhield dan alleen maar wat plat vermaak.
Kanttekeningen bij HitlerZijn grootste provocatie bewaarde Haffner echter voor na zijn actieve journalistieke carrière. In 1978 verscheen het boek ‘Anmerkungen zu Hitler’, een onthutsend portret van de Führer dat een schok teweegbracht in Duitsland. Nog niet eerder had iemand het aangedurfd om behalve Hitlers misdaden ook zijn prestaties en successen te noemen. Haffner reduceerde Hitler niet tot een monster of het "bedrijfsongeval" van de Duitse geschiedenis, maar ontleedde met chrirurgische precisie de vraag hoe het mogelijk was geweest dat de aanvankelijke "obscure mislukkeling" uit Wenen op kon klimmen tot de centrale figuur van de wereldpolitiek. In het als 'Kanttekeningen bij Hitler' vertaalde werk kwamen alle kwaliteiten van Haffner samen: een scherpe en originele geest, een fraaie stijl, een kraakheldere betoogtrant en de gave om complexe historische kwesties terug te brengen tot een bondig en voor iedereen begrijpelijk verhaal.
Na de dood van zijn vrouw in de jaren tachtig taande Haffners interesse in de politiek allengs. Ook zijn intuïtie voor politieke ontwikkelingen begon hem in de steek te laten. De val van de Muur kwam dan ook als een volslagen verrassing. Zoals de journalist Hubert Smeets in zijn nawoord bij 'Duitsland 1939: Jekyll & Hyde' opmerkt, bleek de vroeger zo vurige criticus van de Duitse deling zich in november 1987 plotseling neer te hebben gelegd bij de status quo. "In de actuele politiek is er geen Duitse kwestie. Die speelt alleen nog maar een rol in de zondagse praatjes van West-Duitse politici. In de DDR lonken vele naar het kapitalisme, dat is waar. Maar een Duitse nationale revolutie heeft geen kans. Ik ben met tegenzin tot deze conclusie gekomen. Maar nu ik ouder geworden ben, denk ik: de toestand is niet ondraaglijk."
Haffner bleef een graag geziene gast in discussieprogramma's op de Duitse televisie, maar tot schrijven was hij de laatste jaren fysiek niet meer in staat. Hij overleed in 1999, tijdens het luisteren naar de muziek van een van zijn naamgevers, Johann Sebastian Bach.
Voor historicus Frits Boterman is ‘Kanttekeningen bij Hitler’ ook bijna dertig jaar na dato nog altijd een “onnovertroffen meesterwerkje”. “Geen enkele vakhistoricus is erin geslaagd in zo’n kort bestek Hitler te ontleden en voor een breed publiek te verklaren”, zei Boterman afgelopen week op het symposium naar aanleiding van de verschijning van Haffners Verzameld Werk. “Allerlei clichés en vooroordelen die er over Hitler bestonden, werden omvergekegeld. Hij durfde vragen te stellen waarvoor anderen in die tijd nog niet eens een formulering hadden gevonden, laat staan dat ze antwoord konden geven. Hij wist als rasverteller onverwachte wendingen in zijn verhaal aan te brengen en de lezer met nieuwe inzichten en met originele invallen te verrassen. Hij durfde dingen weg te laten waar anderen zich in details verloren. Dat moesten ook vakhistorici, soms niet zonder aarzeling, toegeven.”
Toch wordt het werk van Haffner door diezelfde vakhistorici nog altijd grotendeels genegeerd. Volgens Boterman komt dat onder andere doordat Haffner de nazi’s in zijn werk te veel terugbracht tot Hitler alleen. “Haffner voert Hitler naar mijn smaak te veel op als een soort deus ex machina, als het exclusieve epicentrum van het kwaad. Maar je kunt het nationaal-socialisme niet reduceren tot Hitlerisme. Hitler was zelf soms ook de speelbal van krachten binnen het Derde Rijk die hij zelf niet kon controleren.”
Haffners these dat de sociaaldemocratische revolutie van 1918/1919 zichzelf verraden heeft en dat leiders als Ebert daarmee onbedoeld hebben bijgedragen aan de opkomst van Hitler doet Boterman af als “echte onzin”. “Ooggetuige en historicus zaten elkaar soms in de weg bij Haffner. Hij kon niet altijd genoeg afstand nemen van zijn onderwerp, wat zijn blik op de achtergronden van Hitlers opkomst vertroebelde. Misschien is Haffners autobiografie, 'Het verhaal van een Duitser', waarin hij de wilszwakte, de lafheid en de slappe knieën van veel Duitsers in het begin van het Hitler-regime schildert, op dit punt inzichtelijker. Beide boeken vullen elkaar uitstekend aan en zouden naast elkaar gelezen moeten worden. Het ene om iets meer van Hitler te begrijpen, het andere om iets meer het gedrag van de Duitsers te kunnen doorgronden.”
Jonathan Witteman is redacteur van het Duitslandweb.