© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Duitslands eerste moderne kunstenaar

Paula Modersohn-Becker (1876-1907)

23-nov-2007Jonathan Witteman

(23 november 2007) Deze maand honderd jaar geleden overleed de Duitse kunstenares Paula Modersohn-Becker. De bij leven vrijwel onbekende schilder wordt een eeuw na haar dood algemeen erkend als de wegbereider van de Duitse moderne kunst.

„Dies malte ich mit 30 Jahren an meinem 6. Hochzeitstage P.B.” Paula Modersohn-Becker, Selbstbildnis am 6. Hochzeitstag, 1906. © Paula-Modersohn-Becker MuseumEen schilderij als een manifest: op 25 mei 1906 signeerde Paula Modersohn-Becker het portret dat haar na haar dood beroemd zou maken met de woorden “Dit schilderde ik op dertigjarige leeftijd op mijn zesde huwelijksdag. P.B.” Voor het eerst signeerde ze niet als “P.M.B”, de vrouw van de schilder Otto Modersohn, maar als Paula Becker, de kunstenares. Vlak tevoren had ze haar succesvolle echtgenoot en de bedompte veengronden van het Noord-Duitse Worpswede verruild voor het artistieke Mekka Parijs, waar ze in haar eentje cynisch de zesde verjaardag van haar huwelijk vierde. Met ‘Selbstbildnis am 6. Hochzeitstag’ schilderde ze haar onafhankelijkheidsverklaring.

Maar meer nog dan een revolutie in haar persoonlijk leven, markeert het schilderij vooral een revolutie in de kunst. “Met ‘Selbstbildnis am 6. Hochzeitstag’ brak Modersohn-Becker radicaal met alle conventies,” zegt Rainer Stamm, directeur van het Paula Modersohn–Becker Museum in Bremen en auteur van de biografie ‘Ein kurzes intensives Fest’. “Voor het eerst in de geschiedenis schilderde een vrouw zichzelf als model. En dan ook nog eens als naaktmodel. Daarvoor waren het altijd mannen geweest die vrouwelijke naakten schilderden, vaak om allegorische of mythologische motieven uit te beelden. Paula Modersohn-Becker veegde hier de vloer mee aan. Ze durfde thema’s aan te snijden waar niemand zich daarvoor nog aan gewaagd had.”

Gouvernante

Toch veroorzaakte ‘Selbstbildnis am 6. Hochzeitstag’ in 1906 geen schandaal. De kunstenares die zich altijd had voorgenomen op haar dertigste eindelijk een goed schilder te zijn, liet het portret aan niemand zien. Pas na haar dood werd het ontdekt. Dat gold voor een groot deel van de meer dan zevenhonderd schilderijen en duizend tekeningen die Modersohn-Becker in een kleine tien jaar tijd creëerde. Want eigenlijk was de representant van het vroege expressionisme voorbestemd voor een leven als gouvernante. De eerste vijfentwintig jaar van haar leven waren een voortdurende strijd tussen haar eigen artistieke ambities en haar vaders conventionele opvattingen over de rol van de vrouw. Haar vader onderkende weliswaar het talent van zijn dochter, maar geloofde niet dat een vrouw haar brood kon verdienen met een carrière in de kunst.

Helemaal onrealistisch was die opvatting niet. Kunst gold als het domein van de man. De Duitse kunstacademies waren voor vrouwen nog verboden terrein en internationaal waren vrouwelijke kunstenaars van naam dun gezaaid. Het kunstklimaat in het Duitsland van rond de eeuwwisseling was bovendien buitengewoon behoudend. De Duitse kunstwereld was nog niet klaar voor Paula Beckers minimalistische schilderijen. De kritieken bij haar eerste expositie in 1899 waren dan ook vernietigend: “Had een dergelijk prestatievermogen op muzikaal gebied de brutaliteit gehad zich in de concertzaal te wagen, dan had een storm van gesis en gefluit binnen de kortste keren een einde aan deze verstoring van de openbare orde gemaakt”, schreef de recensent van de Weser-Zeitung.

Paula Modersohn-Becker, 'Selbstporträt vor blühenden Bäumen', 1902. Dortmund, Museum am Ostwall.Lange tijd stelde het familiefortuin Becker in staat om zich grotendeels aan de kunst te wijden. Becker verbleef soms maanden in Parijs om de invloeden van de avant-garde op te snuiven. In de lichtstad leerde de jonge kunstenares Cézanne kennen, wiens werk op haar insloeg als “een donderbui”. Maar in de zomer van 1900 begon het geld op te raken. Haar vader drong er opnieuw bij zijn dochter op aan een baan als gouvernante aan te nemen.

In de schaduw

Zover kwam het echter niet. Becker trouwde met de schilder Otto Modersohn (1865-1943) en haar geldzorgen waren voorlopig voorbij. Hoewel de eerste jaren van het huwelijk gelukkig waren, viel het Modersohn-Becker moeilijk om te wennen aan haar rol als echtgenote. Van aankomend kunstenaar was ze plotseling niet meer dan "de vrouw van" een gearriveerd kunstenaar. Hoewel ze de roem van haar man in de jaren na haar dood zou overvleugelen, lukte het haar bij leven nooit om uit diens schaduw te treden.

Het stel maakte net als de jonge dichter Rainer Maria Rilke deel uit van de zogenoemde “Worpsweder Künstlerkolonie”, de kunstenaarskolonie bij het gehucht Worpswede onder de rook van Bremen. Tussen Rilke en Modersohn-Becker ontstond een innige vriendschap, maar het zou tot na haar dood duren voordat de dichter het artistieke genie van de kunstenares inzag.

Niet de vrouw om er alleen voor te staan

Met de jaren begon het steeds meer aan Modersohn-Becker te knagen dat ze louter als het aanhangsel van haar beroemde echtgenoot werd gezien. Tot een breuk met Otto Modersohn kwam het in 1906. Haar verblijf in Parijs was echter maar van korte duur. Het lukte de schilder niet om met haar kunst in haar onderhoud te voorzien. Alleen met het geld dat haar echtgenoot haar ondanks de breuk maandelijks vanuit Worpswede bleef sturen, wist ze het hoofd boven water te houden.

Begin 1907 herenigde het echtpaar zich en Paula Modersohn-Becker keerde terug naar Worpswede. “Ik heb deze zomer gemerkt dat ik niet de vrouw ben om er alleen voor te staan”, schreef ze in een brief. Niet veel later raakte ze zwanger van haar eerste kind. De kunstenares stierf op 20 november, een kleine drie weken na de geboorte van haar dochter, aan de gevolgen van een embolie. Haar laatste woorden waren “Wie schade”.

Buitenland

Paula Modersohn-Becker, 'Alte Bäuerin', 1907. Detroit, Institute of ArtsVolgens Rainer Stamm is de kunstenares de laatste jaren in het buitenland aan een inhaalslag begonnen. “In Duitsland kon het werk van Paula Modersohn-Becker al in de jaren twintig op brede erkenning rekenen. Haar schilderijen waren in de meest vooraanstaande musea van de Weimarrepubliek vertegenwoordigd en haar dagboeken groeiden uit tot een bestseller. De nazi’s verklaarden haar werk tot entartete Kunst, maar na de Tweede Wereldoorlog werd ze in ere hersteld. Maar in het buitenland wordt ze eigenlijk nu pas ontdekt. Het afgelopen jaar waren er exposities in Rotterdam, Japan, Londen en de Verenigde Staten.”

Ook ziet Stamm een kentering in de beeldvorming rond de kunstenares. “Haar spannende biografie vol drama heeft af en toe de blik op haar werk vertroebeld.” Als voorbeeld noemt Stamm Modersohn-Beckers beroemd geworden dagboeknotitie van 26 juli 1900, die vaak wordt geciteerd: “Ik weet dat ik niet heel lang zal leven. Maar is dat dan treurig? Is een feest mooier omdat het langer duurt?”. “Rond Paula Modersohn-Becker werd altijd het romantische beeld geschapen van de ongelukkige, jonggestorven kunstenaar. Maar tegelijkertijd was ze een zeer doelgericht persoon die precies wist wat ze wilde: een groot kunstenaar worden. Ik geloof dat we vandaag de dag haar baanbrekende schilderkunst eindelijk op waarde kunnen schatten.”

Jonathan Witteman is redacteur van het Duitslandweb.

In het Paula Modersohn-Becker Museum in Bremen is nog tot 24 februari 2008 de tentoonstelling ‘Paula Modersohn-Becker und die ägyptischen Mumienportraits’ te zien.

Duitslandweb
feed link