‘Ze schoten niet op mij, maar op mijn uniform’
RAF-terreur in Nederland
8-okt-2007
Verzoenen is niet hetzelfde als vergeven. Van Hoogen, leider van een arrestatieteam van de Amsterdamse politie dat in 1977 twee gezochte RAF-terroristen aanhield, benadrukt het nog maar eens. De Amsterdammer heeft veel kritiek gehad op zijn beslissing zich te verzoenen met zijn toenmalige belagers, de Duitse RAF-leden Gert Schneider en Christof Wackernagel. Twee collega's van Van Hoogen raakten gewond bij de veldslag die voorafging aan de arrestatie van de twee terroristen in Osdorp. Hoofdagent Piet Zoet kreeg splinters in zijn rechteroog van een handgranaat die één van de Duitsers naar hem gooide. Hij voelde zich de rest van zijn leven mismaakt. Van Hoogen: “Verzoenen ja, maar vergeven is er niet bij. Dan toon je begrip voor hun daad. Dat was een moordaanslag.”
De gewelddadige botsing van Van Hoogen met terroristen van de RAF wordt voor het eerst in detail beschreven in het boek 'Sympathie voor de RAF - De Rote Armee Fraktion in Nederland, 1970-1980' van de Utrechtse historicus Jacco Pekelder. Het boek is deze maand uitgekomen, op de kop af dertig jaar na dato.
Het was nooit de bedoeling van de RAF om in Nederland slachtoffers te maken, maar als de politie hen dwarsboomde, dan was de groepering genadeloos. De Duitse terroristen gebruikten Nederland als toevluchtsoord. In verschillende steden huurde de terreurbeweging woningen, onder meer in Amsterdam en Utrecht. Dit waren safe houses, veilige plaatsen waar de terroristen hun wonden konden likken en nieuwe plannen beramen. Zo bracht een commando van de RAF de ontvoerde Duitse werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer kortstondig over naar Den Haag toen de Duitse politie hen te dicht op de hielen zat.
De gewelddadige arrestatie van Wackernagel en Schneider in november 1977 vormde een dieptepunt van de dramatische herfst. Kort daarvoor, in september, was Nederland voor het eerst geconfronteerd met de bloedige kant van de Duitse terreurbeweging. RAF-lid Knut Folkerts schoot bij zijn arrestatie in Utrecht de ervaren politieman Arie Kranenburg van dichtbij dood. In één klap was Nederland in rep en roer.
Doodvechten
De gepensioneerde Van Hoogen ijvert vandaag de dag samen met medebewoners voor het behoud van de Amelandse duinen. De in Groningen geboren Amsterdammer heeft op het eiland al dertig jaar lang een bungalow waar hij regelmatig met zijn vrouw vertoeft. Op het Waddeneiland heeft hij zich ontpopt als de luis in de pels van het Amelander college, getuige de stroom bezwaarschriften die hun weg vinden naar de gemeentelijke burelen. “Als je een meter duingebied weggeeft, krijg je het nooit meer terug,” zegt Van Hoogen beslist.
Dertig jaar geleden waren zijn tegenstanders van een heel ander kaliber. De moord op Kranenburg had aangetoond dat de RAF geen mededogen kende met zijn tegenstanders. “We wisten dat we te maken hadden met mensen die zich zouden doodvechten voor hun idealen. Maar we wisten ook dat we deze mensen moesten pakken.”
Dat moment kwam op 10 november 1977. RAF-leden Wackernagel en Schneider waren na de geruchtmakende moord op werkgeversvoorzitter Schleyer in Amsterdam opgedoken, waar ze verbleven in een huis dat de Nederlandse en Duitse politie in de gaten hielden. Toen de twee Duitsers bij een telefooncel op de Pieter Callandlaan werden gesignaleerd, besloot operatieleider Van Hoogen toe te slaan. Samen met hoofdagenten Piet Zoet en Joop Serno wandelde Van Hoogen op de telefooncel af. Het lot van de doodgeschoten agent Kranenburg indachtig droegen de Nederlanders kogelvrije vesten.
De situatie escaleerde direct nadat Van Hoogen met getrokken pistool de deur van de telefooncel openrukte en tweemaal `Hände hoch, Polizei!” riep. De beide terroristen trokken hun wapens en een fel vuurgevecht ontbrandde. Toen de rook was opgetrokken, waren alle drie de agenten gewond en lagen de Duitsers roerloos en bloedend op straat. Als door een wonder waren er geen doden gevallen.
“We wilden ze arresteren, niet doden”, verzucht Van Hoogen. “Op die afstand hadden we ze makkelijk in de borst kunnen schieten, maar we hebben bewust op het onderlijf gericht. Zo hebben we dat ook geleerd.”
Zaken zijn zaken
Het was Van Hoogens eerste schietpartij en de eerste keer dat hij gewond raakte. Opmerkelijk genoeg heeft hij het de Duitsers nooit aangerekend dat ze hem probeerden te doden, één van de redenen waarom de nuchtere politieman de gebeurtenissen relatief eenvoudig van zich af kon zetten. Met verbazingwekkende zakelijkheid kijkt hij terug op de schietpartij, geheel volgens het beroemde motief uit de Godfather-trilogie it's not personal, it's strictly business: “Ik heb me nooit slachtoffer gevoeld, dat was cruciaal voor mij. We hebben twee terroristen gepakt en daarbij averij opgelopen. Dat hoort nu eenmaal bij ons werk. Ze hebben niet op mij geschoten, maar op mijn uniform.”
Wel heeft de rechercheur zijn ergernis en verbazing moeten onderdrukken over de sympathie die de RAF in linkse en hoogopgeleide kringen in Nederland genoot. Historicus Pekelder behandelt in zijn boek, waar Van Hoogen zijn medewerking aan verleende, ook uitgebreid de opmerkelijke aantrekkingskracht die de Duitse terreurbeweging op veel Nederlanders uitoefende.
Een voorbeeld is Willem van Bennekom, de Nederlandse advocaat van Wackernagel en Schneider, die naar aanleiding van de moord op agent Kranenburg had opgemerkt zich eerder te kunnen identificeren met de daders die handelden vanuit een overtuiging dan met de weduwe van het slachtoffer. Jaren later gaf Van Bennekom, inmiddels rechter geworden, toe “aan tunnelvisie” te hebben geleden.
Van Hoogens professionele distantie tot de schietpartij bracht hem er uiteindelijk toe zich met zijn voormalige vijanden te verzoenen. De twee RAF-leden, beiden in 1979 in Duitsland tot vijftien jaar veroordeeld, waren in de gevangenis tot inkeer gekomen en hadden daar middels artikelen in de linkse tageszeitung ruchtbaarheid aan gegeven. Gebruikmakend van een mogelijkheid die de Duitse wet bood, probeerde advocaat Van Bennekom in 1984 strafvermindering voor de twee te krijgen. Aan Van Hoogen de vraag zijn pleidooi meer gewicht te geven.
“Ik heb er goed over nagedacht en heb uiteindelijk toegestemd, ook al hadden sommigen uit mijn omgeving daar moeite mee. Nog steeds trouwens. Dat ze zich hadden gedistantieerd van de gewelddadige idealen van de RAF woog voor mij zwaar. Wackernagel en Schneider zijn van terroristen veranderd in schuldbewuste individuen, hun ideologie was voor hen immers de basis voor hun bestaan. Daarmee zijn ze de gevangenis beter uitgekomen dan dat ze erin gingen. Dat was voor mij genoeg. Al betekent dat niet dat ik ze heb vergeven.”
- Jacco Pekelder, ‘Sympathie voor de RAF: De Rote Armee Fraktion in Nederland, 1970-1980
Mets & Schilt, Amsterdam 2007 € 25,00
ISBN 978 90 5330 579 9
Bas de Rue is redacteur van het Duitslandweb.