Duitsland is de regie kwijt in Ruslandpolitiek
Opinie
15-okt-2007
Hij kwam afgelopen zaterdag speciaal naar Wiesbaden om met deskundigen en publiek van gedachten te wisselen over de hedendaagse invulling van een begrip dat twintig jaar geleden door hemzelf werd geïntroduceerd: het Europese Huis. Oud-Sovjetleider Mikhail Gorbatsjov, nog altijd populair in de Bondsrepubliek die mede dankzij hem verenigd werd, was niet ontgaan dat één van de hoofdbewoners van dit huis zich de laatste jaren op weinig zachtzinnige wijze van de overige ‘huisgenoten’ heeft vervreemd: zijn eigen Rusland.
President Poetin – met wie ‘Gorby’ op goede voet verkeert - arriveert twee dagen later zelf ook in Hessens hoofdstad voor een treffen met kanselier Merkel. De tijden van de kumpelhafte Männerfreundschaften (Jeltsin-Kohl, Poetin-Schröder) liggen ver achter ons. Calculerende zakelijkheid voert dezer dagen de boventoon in de Duits-Russische betrekkingen.
De relatie van de Europese Unie, de Verenigde Staten en Canada met Rusland is in 2007 in een vrije val geraakt. Poetin heeft geen mogelijkheid onbenut gelaten - men denke aan Kosovo, Iran, het Amerikaanse raketschild en de bizarre Noordpoolkwestie - om Ruslands rechtmatige, prominente plaats in de internationale arena op te eisen. De gegroeide macht en welvaart dankzij de energierijkdom heeft het land het zelfvertrouwen gegeven dat emotionele compensatie biedt voor het verlies van zijn imperium.
Renaissance
Om op Gorbatsjov terug te komen: de Sovjetpresident in ruste onderschreef in juli nog Poetins besluit het Verdrag aangaande de Conventionele Strijdkrachten in Europa (CFE-verdrag) op te schorten. Over diens Nationale Renaissance - de verheerlijking van dictator en massamoordenaar Josef Stalin als groots veldheer en het bagatelliseren van de Grote Terreur in Rusland in de jaren dertig - was hij ten overstaan van persbureau Reuters echter veel minder te spreken.
De romantisering van het Sovjetverleden is ook precies wat de Centraal- en Oost-Europese landen stoort die in 2004 in de gelederen van de EU werden opgenomen, in het bijzonder Polen en de Baltische landen. Hun inwoners hebben de praktische betekenis van ‘de bevrijding van het fascisme’ en, in het geval van Estland, Letland en Litouwen, ‘de vrijwillige toetreding tot de Sovjetunie’ aan den lijve mogen ervaren.
Die ervaringen zijn allesbepalend voor hun perceptie van de weer opkrabbelende Vene karu (Ests voor Russische beer) en van de - embryonale - Ruslandpolitiek van de EU. Het geschiedbeeld van de nieuwkomers heeft de Unie niet onberoerd gelaten, en dit is Rusland op zijn beurt niet ontgaan. Gorbatsjov refereerde hieraan: “Waarom doet de EU de laatste tijd toch zo vijandig tegen Rusland?” Het antwoord op die vraag had hij zelf al eerder gegeven.
DetenteNiet alle EU-leden zijn onverdeeld gelukkig met deze nieuwe nuchterheid (misschien is ontnuchtering een beter woord) van de Centraal- en Oost-Europese EU-landen. Portugal, op het moment voorzitter van de EU, stelde dat de Europees-Russische betrekkingen “dringend een detente behoeven”. Moralisme in de omgang met Moskou wees het bij monde van premier Socrates van de hand. De reeds bestaande spanningen zouden niet verder moeten worden aangewakkerd. Landen als Spanje, Italië, Griekenland, maar ook Nederland kunnen zich in deze visie vinden.
En Duitsland? De term ‘detente’ – die wordt gebruikt voor de karakterisering van de periode van ontspanning in de betrekkingen met de Sovjetunie in de jaren zeventig - zal ongetwijfeld ook in kringen van beleidsmakers in Berlijn zijn opgedoken. Stelde Merkels verre voorganger Helmut Schmidt (SPD, 1974-1982), kanselier in de hoogtijdagen van die ontspanning, ook niet alles in het werk om met het Kremlin on speaking terms te blijven?
Schmidt meende destijds dat de Sovjetunie niet geprovoceerd mocht worden. Dit was geheel in lijn met de bij de sociaaldemocraten populaire filosofie van Wandel durch Annäherung. Volgens deze paradox moet de deling van het Europese continent in een vrij, democratisch-westers en een repressief-communistisch blok geaccepteerd worden, om die deling op de langere termijn, door middel van het scheppen van vertrouwen, op te heffen.
TaboeIs het toeval dat diezelfde Schmidt eind september, dertig jaar later, tijdens een toespraak in Moskou een oproep deed aan de Verenigde Staten terughoudend te zijn bij het exporteren van missile defense, het door Rusland verfoeide raketschild, naar Polen en Tsjechië? Het provoceren van Moskou geldt in Berlijn, zeker bij de SPD, nog steeds als een groot taboe - in die zin zal de regering-Merkel het van harte met Socrates eens zijn. Minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier heeft al gezegd alles op alles te zullen zetten om het CFE-verdrag te redden.
Maar er is een wezenlijk verschil met dertig jaar geleden. In die tijd waren de meeste lidstaten van de NAVO, met inbegrip van de VS en de leden van de (toen nog) EG, het er over eens dat de detente met Brezjnevs Sovjetunie onontbeerlijk was. Anno 2007 herbergen zowel de NAVO als de EU leden die heel wat minder overtuigd zijn van het nut van een flexibele, pragmatische opstelling jegens Moskou.
In de optiek van de Centraal- en Oost-Europese landen was het eerder de harde lijn van president Reagan en premier Thatcher dan de ontspanningspolitiek die hen van het Russische juk heeft verlost. Éminence grise Schmidt zei in zijn redevoering: “Het land is al duizend jaar aan autocratische regimes gewend. Er zal daarom geen democratie naar het voorbeeld van Westminster of Washington komen.” De nieuwe EU-landen waren al eerder tot deze conclusie gekomen.
Dit brengt Duitsland in een lastig parket: het land ligt op het breukvlak van de cynische Pools-Baltische en de optimistische Portugese Rusland-beelden. Er is echter meer aan de hand. Als het om Rusland gaat, lijkt de Duitse stem binnen de EU minder gehoord te worden. De Franse president Sarkozy heeft zich, anders dan zijn voorganger Chirac, tot nog toe niet bepaald een toegewijde vriend van Rusland getoond.
Nu kan men natuurlijk beweren dat het onvermijdelijk was dat na Duitsland ook Frankrijk de verwachtingen aangaande Poetins Rusland naar beneden zou bijstellen, maar zouden Merkel en Steinmeier werkelijk gelukkig zijn met Sarkozys wel erg voortvarende buitenlands beleid? De relatie Parijs-Moskou is in rap tempo verslechterd omdat Sarkozy in het Kremlin als pro-Amerikaans en pro-NAVO geldt. Dat zal de voorzichtiger Duitse Ruslandpolitiek zeker niet onberoerd laten.
De nieuwe lidstaten lijken zich ook niet bijster veel gelegen te laten liggen aan Duitslands wensen. Estland blokkeerde op 20 september zonder pardon verkennende werkzaamheden in zijn economische zeezone (waarvan het land recht heeft op de bodemrijkdom) ten behoeve van de Duits-Russische gaspijpleiding in de Oostzee. Polen nog een stap verder en ontwaart overal Duits-Russische ‘samenzweringen’.
Duitsland lijkt de regie kwijt te zijn - de bewoners van het Europese Huis volgen steeds vaker hun eigen (historische) instinct als het om medebewoner Rusland gaat. Of heeft Rusland het huis inmiddels al verlaten?