Günter de Zwijger
Opinie
15-aug-2006
Niet dat Grass eind 1944 lid werd van de Waffen-SS veroorzaakt opschudding. Grass was bepaald niet de enige 17-jarige die die deze weg ging – de fronteenheid van de NSDAP groeide binnen enkele maanden tot bijna een miljoen leden, en dat had alles te maken met de hectische verdediging van Derde Rijk, waarvoor deze afdeling als flexibele elite-eenheid werd ingezet. Grass had bovendien altijd al toegegeven dat ook hij als jongen volledig in Hitler en de Endsieg geloofde. Verder schijnt hij aan het Oostfront geen schot gelost te hebben; hij is zelfs expres ziek geworden om de dans te ontspringen. Hoewel de Waffen-SS een nationaalsocialistische elite-eenheid was, die in de oorlog een aantal verschrikkelijke slachtpartijen aanrichtte, valt de meeste kinderen die in de laatste oorlogsmaanden een uniform kregen aangetrokken niet heel veel te verwijten.
Het probleem is dus minder het lidmaatschap zelf, maar het moment waarop Grass het bekend maakt – of beter gezegd, de talrijke eerdere momenten waarop de nu bijna 80-jarige schrijver dat niet heeft gedaan. “Waarom nu pas? en “waarom zo laat?” klinkt het eenstemmig van de Duitse krantenpagina’s. Het is bepaald niet zo dat Grass het min of meer vergeten was, of er het belang niet van in zag – uitdrukkelijk geeft hij toe dat deze zaak hem zestig jaar zwaar op de maag lag. ‘'Mijn zwijgen al die jaren is één van de redenen dat ik dit boek [zijn autobiografie, red.] geschreven heb. Het moest eruit, eindelijk.“
Dat betekent dat Grass zestig jaar welbewust over zijn biografie heeft gelogen en gezwegen. En dat vloekt met reputatie en zelfbeeld van Günter Grass. Het betekent dat hij op dit punt niet beter was dan die tientallen anderen, die hij tot op heden hun verdringen verweten heeft. Zelfs nog in het interview in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, waarin hij zijn lidmaatschap van de Waffen-SS bekend maakt, richt hij zijn peilen op de muffe zwijgcultuur van Adenauers West-Duitsland. Wat dat betreft zegt de bekentenis meer over de Bondsrepubliek dan over het Derde Rijk. Schrijver Martin Walser ziet zijn kans al schoon om hem te duiden als een grafrede op het oude West-Duitse "verwerkingsklimaat met zijn genormeerde denk- en spreekgewoonten."
Morele fronten
Want het is niet zo dat er eerder nooit een passende gelegenheid was geweest voor deze coming out. (Boze tongen beweren overigens dat dit wel voor Grass het beste moment is om zelfs uit deze bekentenis nog kapitaal te slaan, als reclame voor zijn autobiografie, die in september verschijnt.) Velen denken terug aan de Bitburg-affaire in mei 1985. Toen stond de Waffen-SS centraal in een grote historische controverse, die wat in vergetelheid is geraakt omdat een jaar later de Historikerstreit begon.
Kohl wilde samen met Ronald Reagan kransen leggen bij graven van gesneuvelde Wehrmacht-soldaten in het plaatsje Bitburg. Ook zij waren volgens Reagan en Kohl ‘slachtoffers’ van de barbaarse oorlog en dienden herdacht te worden. Toen bleek dat in Bitburg ook Waffen-SS’ers begraven waren, brak een storm van protest los tegen het nivelleren van daders en slachtoffers. Kohls argumenten dat de gevallen Waffen-SS’ers veelal onschuldige jonge dienstplichtigen geweest waren, werden weggehoond door zijn critici. Tot deze critici behoorde destijds ook Günter Grass. Waarom heeft hij de verharde morele fronten van destijds niet losgeweekt met een bekentenis dat ook hij in Bitburg had kunnen liggen? Het is deze tegenstelling tussen Grass’ absolute moralisme in eerdere jaren en nu het bericht van zijn eigen zwijgen die velen in het verkeerde keelgat schiet. Vanuit zijn eigen biografie had Grass meer begrip voor de ambivalenties van de geschiedenis moeten opbrengen.
TaboeMaar het opvallende is dat Grass daar de laatste jaren juist wel mee begonnen was. De bekentenis over de Waffen-SS werpt misschien wel nieuw licht op bijvoorbeeld de beweegredenen van Grass’ veelbesproken roman Im Krebsgang (2002), waarin Duitse lijdenservaringen na de oorlog centraal staan en zwart-wit-categorieën van schuld worden afgebroken. Iedereen was verbaasd over Grass ommezwaai – hij veranderde er zo’n beetje im Alleingang de Duitse herinneringscultuur mee, want het boek wordt alom gezien als een doorbraak in de publieke discussies over Duits slachtofferschap. Dacht hij toen al aan het latere prijsgeven van zijn geheim? Of wil hij na de Flucht und Vertreibung nu ook een ander taboethema, namelijk de onschuld zelf van veel jonge SS-ers, op de kaart zetten?
Het lijkt onwaarschijnlijk dat Grass hiermee nog een keer zijn stempel op de huidige herinneringscultuur kan drukken. Niet zo zeer zijn lidmaatschap van de Waffen-SS, maar vooral zijn lange zwijgen heeft hem van zijn geloofwaardigheid beroofd. Grass kan voortaan niet meer als morele autoriteit over (de omgang met) het nationaalsocialisme oordelen.