Himmelhoch jauchzend - zu Tode betrübt
Opinie
23-sep-2005
De afwachtende houding van de Duitsers, dat de overheid de zaken maar moet regelen en voor nieuwe voorspoed moeten zorgen, is misplaatst. Ook de Duitse bevolking zelf moet het vroegere élan uit de tijd van het Wirtschaftswunder weer zien te herwinnen om de problemen te overwinnen.
Het begint aardig op het kip-en-ei probleem te lijken: aan de ene kant klagen ondernemers steen en been over de hoge administratieve lasten en andere belemmerende maatregelen. Aan de andere kant verwijt de overheid het bedrijfsleven dat er ondanks diverse steunmaatregelen steeds weer nieuwe eisen op tafel worden gelegd. Deze patstelling lijkt wel iets op de crisis die momenteel in de politiek heerst. Geen wonder dus dat er een gevoel van lethargie onder de Duitse bevolking ontstaat.
PatstellingEén van de belangrijkste oorzaken van de patstelling tussen overheid en bedrijfsleven is de toenemende globalisering van de wereldeconomie. De huidige organisatie van de Duitse samenleving is gebaseerd op een individuele productienatie waarbij werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers de jaarlijkse confrontatie aangaan over de verdeling van de verdiende euro’s en de hoogte van de lonen. Daarnaast bestaat er nog een riant vangnet voor allerlei sociale voorzieningen.
Deze beschermconstructies van de Sozialstaat ondermijnen de toekomst op twee manieren. Ten eerste wordt het Duitse midden- en kleinbedrijf, de Mittelstand, door concurrentie uit landen als China en India aan de onderkant – denk aan de lage kostenfactor – uitgehold. Veel bedrijven in deze sector zijn, hun opdrachtgevers volgend, daarom reeds deels uitgeweken naar Oost-Europa, China en India. Alleen vernieuwing van producten, diensten en organisatievormen kunnen deze uitholling compenseren.
Maar juist de ontoereikende innovatiekracht is de tweede factor die het bedrijfsleven, aan de bovenkant, bedreigt. Deze problematiek zou de hoogste prioriteit moeten hebben van de toekomstige regering, maar óók van het bedrijfsleven en de werknemersvertegenwoordigingen. Helaas presenteren de politieke partijen geen van alle een sluitend concept om hiermee om te gaan. In de campagne is er veel over ‘concepten’ voor de toekomst gesproken, maar bij navraag wat de inhoud daarvan is bleef het schrikbarend stil. Zelfs in het rumoer omtrent het nieuwe belastingstelsel à la Kirchhof was onenigheid troef.
InnovatieIn plaats van het creëren van een nieuwe opgaande fase aan de hand van een goed inhoudelijk programma, staan enkel het politiek spel en de machtsvragen centraal. Dit is het verschil tussen de tijd van Adenauer en van Schröder. Maar ook het bedrijfsleven moet verantwoording nemen. Vernieuwing komt niet door overheidspolitiek. Innovatie ontstaat door toekomstgerichte individuen in de samenleving en op innovatie ingerichte bedrijven. Maar er is wel een wil en ondernemingszin nodig om een nieuwe toekomst te creëren.
Dit enthousiasme is in het bedrijfsleven veelal afwezig. Dat heeft niet alleen te maken met belemmeringen van de staat, maar ook met desinteresse, verwendheid van managers en werknemers en onvoldoende aandacht van het topmanagement. Het creëren van een Aufbruchstimmung is op dit moment een belangrijke maar veelal afwezige kwaliteit voor het topmanagement. Leiderschap in de politiek en bedrijfsleven is de sleutel tot voorspoed, niet de machtsvraag om de toppositie.