Van Silezië naar Pommeren
Omzwervingen langs Oder en Neiße
19-mei-2005
‘Onderhandelen over de prijs mogelijk!’, meldt een groot bord dat bij een Pools wisselkantoortje aan de grens met de Bondsrepubliek staat. Maar onderhandelen over de wisselkoers met een paar maanden Poolse les op zak is vragen om moeilijkheden: de vrouw achter het loket spreekt namelijk geen woord Engels of Duits. Is dit de Europese Unie? Jazeker, al een jaar lang ligt Polen in het verenigde Europa. Maar nog altijd zit het Pools-Duitse grensgebied vol ongemakken en wederzijdse misverstanden. Dat is de erfenis van het woelige politieke verleden. Dit verleden is langs de rivieren Oder en Neiße springlevend.
Bijvoorbeeld in Wrocław, het eerste reisdoel en ook hetgene dat het verst van de grens ligt. De stad aan de Oder heette tot 1945 Breslau, was de hoofdstad van het Pruisische Silezië en de grootste Duitse stad ten oosten van Berlijn. De vooroorlogse stoomtrein deed over de rit vanuit Berlijn een paar uur minder dan de zes uur die de huidige sneltrein nodig heeft. De ‘Festung Breslau’ was in het oorlogsgeweld van 1945 ten onder gegaan. De verdreven Duitsers werden ingewisseld voor Polen die merendeels onvrijwillig vanuit onder meer de regio rond het nu Oekraïense Lviv (Lemberg) naar dit nieuwe westen van Polen waren getransporteerd.
Deze volksverhuizing volgde op de Conferentie van Potsdam, komende zomer precies zestig jaar geleden. Polen was in 1945 een paar honderd kilometer naar het westen opgeschoven. In het Pools geworden Wrocław werd korte metten gemaakt met het Duitse erfgoed. Gebouwen die nog te redden waren geweest, werden door het communistische regime vernietigd of als stapels bakstenen naar Warschau getransporteerd.
Sinds 1990 heeft Wrocław een nieuwe culturele revolutie ondergaan. De stad durft haar Duitse gezicht weer te tonen. Een goed voorbeeld is de universiteit, die volgens de leer van de Poolse Volksrepubliek in 1946 zou zijn opgericht, maar na de Wende haar oprichtingsdatum naar 1703 heeft terugveranderd en haar oude Duitse Nobelprijswinnaars koestert. In Klub PRL aan de inmiddels fraai herstelde Rynek, de grote Markt, wordt ‘Ostalgie’ op z’n Pools bedreven: het café is speels volgestopt met communistische parafernalia.
Kapotte bruggen
Via het befaamde Silezische Hirschberger Tal, het ‘Toscane van Midden-Europa’ met zijn hoogromantische paleizen en burchtruïnes, alsmede het kitschkasteel dat Nobelprijswinnaar voor literatuur Gerhart Hauptmann in 1903 in de bergen van de huidige Pools-Tsjechische grens liet bouwen, wordt de grens met het Duitse Saksen bereikt. Net over de grens, pal aan de Neiße, kan worden overnacht in het Cisterciënzerinnenklooster St. Marienthal. Het weelderige kloostercomplex in Boheemse barok overleefde het gezag van Habsburgers en Saksen, van Hitler en Honecker. In mei 1945 kwam een deel van het kloostergoed in Polen te liggen. De grens tussen de socialistische broedervolkeren van de Duitse Democratische Republiek en de Volksrepubliek Polen bleef, ook voor katholieke DDR-nonnen, tot 1989 meestentijds potdicht.
Pas sinds enige maanden ligt er weer een grensbruggetje in het Vorst Pückler-Park. Het unieke grensoverschrijdende park in het Saksische Bad Muskau, bijna tweehonderd jaar geleden aangelegd door Hermann von Pückler-Muskau, is vorig jaar op de werelderfgoedlijst gekomen. Om die reden kwamen de doorgaans zo moeizame onderhandelingen rond nieuwe bruggen over de grensrivier hier in een stroomversnelling. Het splinternieuwe houten bruggetje over de Neiße wordt vanuit een autootje bewaakt door twee dienders, een Pool en een Duitser.
De meeste bruggen over Oder en Neiße waren door de Wehrmacht opgeblazen in een wanhopige poging het Rode Leger tegen te houden. In Forst, een stadje vol leegstaande textielfabrieken, zijn twee prachtige Pruisische bruggenhoofden te zien, die reiken naar de restanten op de Poolse oever. Een stuk noordelijker, in het Brandenburgse Seelow dat op het plateau hoog boven de Oder ligt, is een Gedenkstätte ingericht waar de vele tienduizenden doden van het Oder-offensief worden herdacht. De Duitse rivier vormde voor de sovjettroepen het laatste grote obstakel op weg naar Berlijn.
In de DDR-jaren mochten de gevallenen aan Duitse zijde niet worden herdacht. Inmiddels krijgen ook hun botten, die nog dagelijks uit de Oder-polder tevoorschijn komen, een rustplaats. In Seelow staan ook enkele van de enorme schijnwerpers opgesteld waarmee het Rode Leger de nazi’s vanaf de rechter Oder-oever probeerden te verblinden. Aan de Poolse overkant ligt de vesting Küstrin. De eeuwenoude vestingsstad overleefde het oorlogsgeweld niet, maar ligt er als een Pruisisch Pompeji imposant bij.
Zestigjarig Hanzestadje
De Duits-Poolse dubbelstad Frankfurt/Oder en Słubice staat model voor het dynamische heden. Er zijn mooiere steden aan de rivier, zoals Görlitz aan de Neiße dat met haar Poolse overzijde Zgorzelec in de race is voor culturele hoofdstad van Europa. En gekkere steden, zoals Eisenhüttenstadt met haar arbeiderswoningen in ‘Stalin-barok’. Maar interessantere steden dan Frankfurt/Słubice zijn er niet aan de grensrivier.
Zijn grensoverschrijdende Viadrina-universiteit wordt geleid door Gesine Schwan, die vorig jaar de sprankelende regeringskandidate voor het bondspresidentschap was. De universiteit brengt veel onconventionele, Europees denkende wetenschappers en studenten voort, zoals de hoogleraar Karl Schlögel, die ook in Nederland naam heeft gemaakt met prikkelende boeken als ‘Promenade in Jalta’ en ‘Die Mitte liegt ostwärts’. Een minpuntje: Słubice vierde zojuist zijn ‘zestigjarig bestaan’, terwijl deze voormalige wijk van Frankfurt vele – vervallen – Duitse huizen over heeft en het Poolse stadje zich een paar jaar geleden nog trots de status van oude Hanzestad aanmat. Een pluspuntje: over zulke ongerijmdheden wordt ook in intellectueel Słubice lacherig gedaan.
Via de schitterende Oderdelta, een beschermd natuurgebied dat evenwel door plannen voor een nieuwe snelweg naar Polen wordt bedreigd, en een nachtje op een heus Junker-Gutshof in Duits Voorpommeren, wordt ten slotte Szczecin bereikt. De verwaarloosde stad begint nu weer mondjesmaat naar het westen te kijken. Voor vele Duitsers in het lege Voorpommerse land, dat steeds leger wordt omdat er geen werk is, biedt ‘Stettin’, de meest nabije grote stad, een toekomstperspectief. Omgekeerd kopen de nieuwe rijken van Szczecin graag een huisje aan de Duits-Pommerse kust. Aan beide kanten van de grens leven echter ook grote angsten over deze ontwikkelingen, die met clichés over en weer worden gevoed. Hier kunnen het onderwijs en een beetje grenservaring wonderen doen.