Duits bankgeheim aangetast
Duitse overheid eenvoudiger bij bankgegevens burgers
29-mrt-2005
De voorzitter van de bond van belastingbetalers zegt dat het leidt tot een "spionagestaat van Orwelliaans karakter". Een bankpresident noemt het "dat, wat Stasi-chef Mielke graag gehad zou hebben". En een gerenommeerde professor in het belastingrecht zegt erover: "Het maakt de burger van onbesproken gedrag kapot"
Inzet van deze stevige uitspraken vormt een nieuwe wet van de bondsregering van SPD en Die Grünen. De wet biedt de staat de mogelijkheid om veel eenvoudiger dan voorheen toegang te krijgen tot persoonsgegevens van eigenaars van een bankrekening. Vanaf 1 april zijn onder andere naam, adres en het aantal rekeningen van een persoon opvraagbaar door alle instanties die betrokken zijn bij het innen en herverdelen van de inkomstenbelasting. Gedacht moet worden aan het belastingkantoor, de sociale dienst en het arbeidsbureau. Zij mogen persoonsgegevens bekijken zonder dat een rekeninghouder onder verdenking van een strafbaar feit staat. Ook hoeft de rekeninghouder niet van tevoren op de hoogte te worden gebracht van de speuractie. Vanaf donderdag heeft de Duitse staat in principe toegang tot de personalia van alle zestig miljoen rekeninghouders in de Bondsrepubliek.
De wet rekt de bestaande bevoegdheden van de overheid een flink stuk op. Nu is het nog zo dat bankrekeningen alleen bekeken mogen worden bij verdenking van terrorisme of witwaspraktijken. En dan slechts door politie en justitie. Deze bevoegdheden gelden sinds 2003 en zijn een indirect gevolg van de aanslagen van 11 september 2001. Volgens de bondsregering maakt de uitbreiding van de competenties een slagvaardiger optreden mogelijk tegen belastingontduiking. Met verschillende andere landen is overeengekomen dat zij de Duitse overheid op de hoogte gaan brengen van Duitsers die in het buitenland een rekening openen. Deze Duitsers zullen voortaan ook geld moeten moeten afdragen aan de fiscus.
BankgeheimDe wet is gestuit op felle weerstand. Veel Duitsers vrezen voor aantasting van de rechtsstaat. Zij beschouwen de nieuwe wet als bedreiging voor het bankgeheim, de verplichting van banken om gegevens van cliënten geheim te houden tegenover derden – zoals de staat. Zij hebben vooral moeite met het feit dat overheidsinstellingen gegevens mogen inzien zonder dat zij een concrete verdenking hoeven te formuleren of de betroffen persoon over hun optreden hoeven in te lichten.
Onderzoek wijst verder uit dat een overgrote meerderheid van de bevolking sceptisch is over de bewering van de regering, dat deze wet helpt bij het bestrijden van belastingontduiking. Driekwart van de Duitsers gelooft dat de wet enkel leidt tot een vlucht van rekeningen naar landen waarmee de Duitse overheid nog geen samenwerkingsverband op het terrein van de belasting heeft afgesloten. Bovendien vraagt men zich af waarom de bevoegdheden überhaupt moeten worden uitgebreid. Reiken de bestaande opsporingsbevoegdheden nog niet ver genoeg?
Zwartwerken
De heersende opinie is dat de nieuwe wet vooral moet fungeren als hulpmiddel bij het toezicht op uitkeringsgerechtigden. Het nauwlettend in de gaten houden van rekeningen moet ertoe leiden dat misstanden als zwartwerken of illegale neveninkomsten sneller aan het licht komen. Onder het verzwaarde regime van werkloosheidsuitkeringen, dat sinds 1 januari van kracht is, kan dit leiden tot verlies van het recht op een uitkering.
De hoogste gerechtelijke instantie in Duitsland, het Bundesverfassungsgericht in Karlsruhe, heeft vorige week bepaald dat de wet niet in strijd is met de grondwet. Het hof wijst erop dat de maatregelen misbruik van belastinggeld tegengaan en zo bijdragen aan een collectief belang. Ook de regering heeft dit argument naar voren gebracht.
De overheid verweert zich verder met het argument dat instanties als de belastingdienst en het arbeidsbureau niet de bevoegdheid krijgen om transacties of banksaldo’s op te vragen. Daarvoor blijft een concrete verdenking jegens een persoon vereist. Er zou dus niet zozeer sprake zijn van een uitbreiding van het aantal gegevens dat opvraagbaar is, als wel van een uitbreiding van het aantal overheidsinstanties dat bevoegd is een aanvraag in te dienen bij een bank.