Historisch polemicus
Götz Aly's boeken zijn altijd goed voor discussie
22-nov-2005
Hoeveel controversen heeft Götz Aly reeds uitgelokt? En met hoeveel collega-historici ligt hij overhoop? Niemand die het weet, zelf moet hij ook de tel kwijt zijn. Aly is de luis in de pels van de Duitse geschiedwetenschap. Hij is een van de productiefste en meest besproken historici en toch een absolute outsider in het vak. Steeds opnieuw verrast Aly met onthullingen over carrièrejagers in het nationaal-socialisme en onverwachte herinterpretaties van bekende gebeurtenissen. En steeds opnieuw betoogt hij de betrokkenheid – schuld – van veel meer Duitsers dan alleen Hitlers vertrouwelingen en wat SS-ers.
Of het gaat om wetenschappers, bureaucraten, medici of managers –Aly toont aan dat het nationaal-socialisme een onderneming was van de hele Duitse maatschappij. In 'Vordenker der Vernichtung' (1991) liet hij zien hoe een aantal jonge cultuurwetenschappers in de jaren 1930 de intellectuele legitimatie van het 'Generalplan Ost' voorbereidden. Hun studeerkamerplannen over een nieuwe Europese volksorde werden de basis voor bittere realiteit: het deporteren en moorden in Oost-Europa.
Ook de denkbeelden over de Volksgemeinschaft wortelen volgens hem dieper in de Duitse cultuur. Titels als 'Macht Geist Wahn. Kontinuitäten deutschen Denkens' (1997) en 'Rasse und Klasse. Nachforschungen zum Deutschen Wesen' (2003) zijn wat dat betreft duidelijk. Met zijn toegankelijke, bevlogen maar ook cynische schrijfstijl bereikt hij groot publiek.
ArchieftijgerMaar wat Aly’s werk het meest kenmerkt is zijn doortastendheid in het archief. Zijn talrijke onthullingen stoelen altijd op nieuwe bronnen uit duistere archieven. Hij was het, die het 'Denkschrift' uit 1939 vond, waarin Theodor Schieder plannen voor grote volksverschuivingen in Oost-Europa maakte. Schieder zou later chefhistoricus worden van de Bondsrepubliek, met leerlingen als Hans-Ulrich Wehler en de gebroeders Mommsen, maar zijn rol in de oorlog had hij tot zijn dood verzwegen. Vanzelfsprekend kunnen Wehler en Aly sindsdien niet door een deur, want Wehler bleef zijn leermeester verdedigen.
Een ander voorbeeld: Tijdens zijn proces in 1992 werd Erich Mielke niet aangeklaagd voor zijn rol als chef van de Stasi, omdat dat juridisch moeilijk lag, maar voor een moord op een politieman in 1931. Pas na 62 jaar kwamen de documenten op tafel, die Mielkes schuld konden bewijzen. Götz Aly had ze in een Moskous archief opgegraven.
Glückliches Händchen?Aly is de koning van de onontdekte bronnenbestanden, en hij wil het weten ook. Geen boek zonder spannende verhalen over tegenwerkende archivarissen en onzekere collega’s die archieven nooit van binnen zien. Wehler noemt hij "gemakzuchtig" en hij steekt de draak met het onderzoek van het Militärgeschichtliche Forschungsamt in Potsdam.
Op zijn beurt schreef Wehler in een vernietigende recensie van 'Hitlers Volksstaat', dat Aly altijd al een "glückliches Händchen" voor de bronnen heeft gehad – een tamelijk ongepaste aantijging voor iemand wiens (indrukwekkende) oeuvre vooral op secundaire literatuur stoelt. Aly’s 'mazzel' in het archief is hard bevochten.
Kritiek verdient Aly allerminst vanwege zijn bronnenwerk, maar juist vanwege zijn hoogdravende interpretaties ervan. Zo zou het moorden in Oost-Europa het gevolg zijn van een halfwetenschappelijk meesterplan, dat rond 1939 nog in de kast lag; zo zou West-Duitse geschiedschrijving via Wehler en Schieder bruine wortels hebben en zo zou het huidige stelsel van de sociale zekerheid zijn oorsprong vinden in de idee van de Volksgemeinschaft. Met zulke claims werkt Aly rustig afwegende vakbroeders steevast tegen zich in het harnas, terwijl het grote publiek van zijn onrustige optreden geniet.
Roof in bezet Europa
In 'Hitlers Volksstaat' is het niet anders. Dit keer gaat Aly de financiële organisatie van het Derde Rijk te lijf. En opnieuw paart hij empirische nauwgezetheid aan een hypothetisch kaartenhuis, dat in furieuze reacties in Duitsland in zwaar weer terecht is gekomen.
Overtuigend belicht Aly vanuit verschillende perspectieven de nationaal-socialistische rooftocht door Europa. Alle bezette gebieden werden met creatieve regels, transacties en dwangsommen volledig leeggeplunderd, terwijl het overal de schijn had, dat bijvoorbeeld Duitse soldaten netjes voor hun boodschappen betaalden. Ook in Nederland is het laatste een bekend fenomeen – maar niemand had in de gaten dat die guldens indirect uit de Nederlandse schatkist kwamen.
De roof en de schijn van legitimiteit illustreert Aly treffend aan de hand van de verder onverdachte soldaat Heinrich Böll. Zoals duizenden anderen voorzag de latere schrijver zijn familie in Duitsland gul van allerlei luxeartikelen als chocola, kleding en koffie, die hij in Nederland, België en Frankrijk voor een prikkie kon kopen. Hiervoor hadden Duitse bankiers en bureaucraten een uitgekiend stelsel van tegoedbonnen, bezettingskosten en wisselkoersen ontworpen, waardoor de Duitsers op kosten van de ingelijfde staten overal geld ten overvloede hadden. Nauwgezet volgt Aly de tocht van de pakketjes van het front naar de Heimat.
Hoewel deze praktijken in wetenschapsland al wel bekend waren, schreef er in Duitsland tot nu toe niemand leesbare monografieën en bronnenstudies over. Het boek 'Roof' (1999) van Gerard Aalders (NIOD) vormde een uitzondering, en Aly maakt er dan ook uitvoerig gebruik van. Juist omdat belangrijke passages in 'Hitlers Volksstaat' over Nederland en België gaan, blijft het opvallend dat het boek hier grotendeels onopgemerkt is gebleven.
Hitlers VolksstaatZoals vaker vertoont Aly echter de neiging de betekenis van zijn vondsten te overschatten en te overdrijven. Aan de hand van de roofpraktijken presenteert hij namelijk niets minder dan een algehele herinterpretatie van het nationaal-socialisme.
Hij laat zien hoezeer de Duitse bevolking vanaf 1933 uit de wind werd gehouden. Arbeiders en armen werden fiscaal ontzien door belastingvoordeeltjes, sociale verzekeringen en bonussen voor overuren. Betaald werden deze kosten deels door rijkeren en deels door het nemen van financiële risico’s. De Rijkskristalnacht moest in 1938 niet in de laatste plaats geld in de lege rijkskassen brengen, via emigrerende joden, van wie het vermogen geconfisqueerd werd, en de zogenaamde 'Judenbuße' - een 'boete' die het joodse volksdeel aan de staat moest betalen.
Ook later gingen huizen en meubilair van gedeporteerde joden zondermeer over aan de slachtoffers van bombardementen. Uiteindelijk werden rake bommen op Duitse steden een reden werden om meer joden uit hun huizen te jagen, zodat Volksgenossen weer onderdak hadden.
VoordelenMet een keur aan treffende voorbeelden beweert Aly, dat juist zulke materiële voordelen voor de gewone Duitser de wonderbaarlijke stabiliteit van het Derde Rijk garandeerden. Met het verdelen van roofbuit 'kocht' Hitler de ondersteuning van Duitsland. 95 procent van de Duitsers zou van de oorlog hebben geprofiteerd.
Daarmee stelt Aly bijvoorbeeld Goldhagen op zijn kop, die sprak van ideologische motieven voor het nationaal-socialisme en de holocaust. Ook van een Duitse Sonderweg wil Aly niets weten: slechts door een royaal stelsel van sociale lastenverdelingen wist Hitler de meerderheid vanaf 1933 voor zich te winnen en tot een eenheid te smeden.
De eenzijdigheid van deze redenering hoeft nauwelijks benadrukt te worden. Maar opnieuw bespeelt Aly de snaar van de tijd: Juist op het moment dat CDU/CSU en SPD harde hervormingen van de Sozialstaat plannen, meent Aly het hele systeem te kunnen ontmaskeren als een uitvinding van de nazi’s, en als een materieel uitvloeisel van hun rooftocht door Europa bovendien. Stof voor discussie dus, ook in Nederland.
Krijn Thijs is historicus en gepromoveerd op een onderzoek naar drie stadsjubilea in Berlijn.
Op donderdag 24 november geeft Götz Aly in Amsterdam een lezing over 'Hitlers Volksstaat'.