© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Terug van weggeweest

Portret van Duitse Europarlementariër Cem Özdemir

20-dec-2004Daan Peters

(20 december 2004) Na de moord op Theo van Gogh is ook in Duitsland een stevig debat over integratie van minderheden losgebarsten. De Duitse aandacht richt zich met name op de grote groep Turken en Duitsers van Turkse afkomst, die volgens velen slechts gebrekkig zijn geïntegreerd. Vaak wordt deze discussie verbonden aan een andere grote kwestie, namelijk de vraag of Turkije als lidstaat succesvol zou kunnen integreren binnen de Europese Unie. Eén van de stemmen die in beide debatten veelvuldig is te horen, is die van de Duitse Europarlementariër Cem Özdemir. Hij geldt zelf als levend voorbeeld van geslaagde integratie. Sinds de Europese Verkiezingen van juni 2004, timmert het voormalige Bondsdaglid in Brussel aan de weg.

Cem özdemir“De Islam is geen vreemde, maar een inheemse religie”, zei Özdemir onlangs in een interview met de Islamitische Zeitung. Cem Özdemir (38) is een man met duidelijke opvattingen. Hij is het met veel Duitse opinieleiders eens dat de Turkse gemeenschap in de Bondsrepubliek moet integreren en bijvoorbeeld de Duitse taal goed moet beheersen. Hoewel hij voorstander is van integratie, heeft Özdemir weinig op met assimilatie. Allochtonen mogen wat hem betreft hun eigen culturele gebruiken behouden. Dat het Duits als voertaal in moskeeën geïntroduceerd zou moeten worden, zoals onlangs vanuit het CDU-kamp werd geopperd, doet hij af als onzin. Een vergelijkbare visie heeft Özdemir op de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Turkije moet volgens hem integreren in Europa en de belangrijkste normen van de Europese Unie overnemen, maar het land moet worden behandeld als iedere andere kandidaat-lidstaat. Zo mag het islamitische karakter van Turkije wat Özdemir betreft geen punt van discussie zijn. Als zoon van Turkse gastarbeiders is Özdemir zelf succesvol geïntegreerd en kan hij als voorbeeld dienen voor de Turkse en Duits-Turkse minderheid in de Bondsrepubliek.

De ouders van Özdemir vestigden zich begin jaren zestig in Bad Urach, deelstaat Baden-Württemberg. Daar werd op 21 december 1965 Cem Özdemir geboren. Zijn sterke verbondenheid met zijn geboortestreek leverde hem later de bijnaam 'de Anatolische Schwabe' op. Hoewel zijn ouders praktisch ongeletterd waren, behaalde Özdemir het Duitse vwo-eindexamen, het Abitur. Vervolgens ging hij studeren en behaalde hij zijn diploma als sociaal pedagoog. Al voordat Özdemir in 1983 Duits staatsburger werd, interesseerde hij zich voor de politiek in zijn geboorteland. In 1981 werd hij lid van Die Grünen. Binnen deze partij werkte Özdemir zich omhoog en in 1994 werd hij als eerste Duitser van Turkse origine gekozen tot lid van de Bondsdag.

Curryworst en Döner

Tot 2002 maakte Özdemir deel uit van de fractie van Bündnis 90/Die Grünen, waar hij zich met name bezighield met immigratiepolitiek en kwesties inzake staatsburgerschap. Tegelijkertijd schreef hij verschillende boeken over de gevolgen van immigratie, waaronder een autobiografie. Zo verscheen in 1999 ‘Currywurst und Döner’, waarin Özdemir de risico’s en kansen van immigratie uit vreemde culturen analyseert. “Wanneer men het negatief formuleert, is het de prijs voor de rijkdom van een regio. Positief geformuleerd, is het de kans tot nieuwe culturele en uiteindelijk ook materiële rijkdom.” Özdemir deed zijn werk goed. In 2002 noemde het Amerikaanse zakenblad Business Week hem “één van Europa’s meest gerespecteerde woordvoerders op het gebied van immigratiepolitiek”. In hetzelfde jaar werd hij door het World Economic Forum uitgeroepen tot ‘toekomstig wereldleider'.

Zelf zou Özdemir zich door een typering als ‘schoolvoorbeeld van geslaagde integratie’ waarschijnlijk weinig gevleid voelen. Volgens de Europarlementariër bestaat ‘De Turk’ of ‘De Duitser’ niet. “Op een dag moet het in Duitsland mogelijk zijn dat men Duits staatsburger van Turkse herkomst kan zijn en mogelijkerwijs moslim, zonder dat Duitse media van zo iemand een ‘Turk met een Duits paspoort’ maken”, aldus Özdemir in een recent interview met het tijdschrift Integration in Deutschland. Hiermee impliceert hij dat niet slechts allochtone Duitsers zoals hijzelf, maar ook de autochtone Duitsers zouden moeten integreren in de multiculturele samenleving, die hij als een realiteit ziet.

Morele standaard

Özdemir is dan misschien een voorbeeld, maar helemaal voorbeeldig is hij niet. Zijn levensloop is namelijk niet slechts een opeenvolging van zegeningen. In juli 2002 leek zijn carrière als politicus ten einde. Nadat bekend werd dat hij, net als enkele collega-politici door dienstreizen verdiende airmiles voor privé-doeleinden had gebruikt en hij bovendien tachtigduizend Duitse Mark had geleend van de omstreden wapenlobbyist Moritz Hunzinger, leek het de populaire parlementariër verstandig vrijwillig zijn biezen te pakken. Met deze beslissing voorkwam Özdemir een verdere aantasting van zijn reputatie. Zijn partijgenoten beschouwden zijn vertrek als een offer om de waardigheid van de partij te redden. De grote man van Bündnis 90/Die Grünen, minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer, beklaagde zich in een interview met de Süddeutsche Zeitung. Volgens hem legde zijn partij zichzelf een hogere morele standaard op dan de christen-democraten, die tot hun nek in de schandalen zaten maar daar nauwelijks consequenties aan verbonden. “Als ik dat allemaal zie, dan doet het me echt pijn te zien waarover een politiek talent als Cem Özdemir is gevallen”, aldus Fischer toen.

Na zijn vertrek uit de politiek zei Özdemir ook zijn vaderland vaarwel. Hij vertrok achtereenvolgens naar Washington en Brussel. Hier deed hij, onder auspiciën van het onderzoeksinstituut German Marshall Fund of the United States, onderzoek naar de integratie van minderheden in de Verenigde Staten in vergelijking met de situatie in Duitsland en elders in Europa. Maar Özdemirs retraite in de academische luwte bleek van korte duur. Voor de Europese parlementsverkiezingen van juni dit jaar stelde hij zich kandidaat op de lijst van zijn partij en veroverde een parlementszetel. Als Europarlementariër wil Özdemir een spreekbuis zijn voor minderheden in Europa. Ook besteed hij als lid van de parlementaire werkgroep voor buitenlandse zaken deze maanden veel tijd aan de Turkse toetredingskwestie, waar hij zoals gezegd kritisch maar welwillend tegenover staat.

Het getuigt van de grote kwaliteiten van Cem Özdemir dat hij ondanks een duidelijk zichtbaar smet op zijn blazoen, in Brussel wederom de aandacht op zich weet te vestigen. In november wijdde het lijfblad van het Brusselse Europese ambtenarenkorps, European Voice, een lang artikel aan de ambitieuze Duitser, waarin verschillende van zijn collega’s en oud-collega’s hem de hemel in mochten prijzen.  Als lid van het Europees Parlement zal der anatolische Schwabe zich blijven bezighouden met wat hem zo na aan het hart ligt, de integratie van islamitische minderheden én van grootmacht Turkije in een democratisch Europa.

Daan Peters is historicus en woont in Brussel.

Duitslandweb
feed link