Helden geraken aan de bedelstaf
De Duits-Duitse situatie kort na de val van de Muur
6-nov-2002
De val van de Muur op 9 november 1989 leidde in de Deutsche Demokratische Republik (DDR) tot een aantal ingrijpende veranderingen. Tijdens de eerste bezoeken aan het Westen werden de Oost-Duitse normen en waarden op hun kop gezet. Na de toetreding tot de Bundesrepublik Deutschland (BRD) op 3 oktober 1990 werden alle DDR-instituties door soortgelijke instituties van de Bondsrepubliek vervangen. De Oost-Duitsers voelden zich vreemd in eigen land. Van het Ampelmännchen tot aan het luciferhoutje: bijna alles werd West-Duits. Niets bleef, zoals het tevoren was geweest. Waarmee alle voorwaarden voor een cultuurschok waren geschapen.
Het begrip cultuur, waarvan bij een cultuurschok sprake is, gaat terug op Kalvero Oberg. Het gaat niet alleen om elementen van cultuur die samenhangen met het gebruik van het woord in het Duitse feuilleton, maar veelmeer om de dagelijkse omgang tussen mensen. Pas wanneer je in een vreemde cultuur terecht komt, in welke andere dingen vanzelfsprekend zijn, stel je vast, dat je op een andere manier fooi geeft, je neus snuit en dialect spreekt. Op het moment dat je de geldende regels hebt overtreden, merk je dat je een blunder hebt begaan. Dát is wat we een cultuurschok noemen.
De cultuurschok tijdens de 'Wendezeit'
De theorie omtrent de cultuurschok kent meerdere fasen. In de eerste (euforische) fase is de eigen cultuur, waarin men zich competent en veilig voelt, vertrekpunt voor de kennismaking met de andere cultuur. Men stelt zijn eigen positie niet ter discussie en blijft de toerist, die in eerste instantie alleen datgene ziet, wat hij al weet. De beelden van dansende mensen op de Muur gingen de wereld over en werden tot symbool van de Duitse hereniging. Ze zijn intussen zo bekend, dat niemand zich meer afvraagt hoe ze tot stand zijn gekomen, terwijl deze historische opnamen toch in het geheel niet vanzelfsprekend zijn. Zéker, er werd een hoogst onwaarschijnlijke gebeurtenis gevierd, maar dit verklaart niet de talrijke verbroederingscènes. De mensen, die elkaar daar namelijk wederzijds overdadig welkom heetten, waren op geen enkele wijze met elkaar verbonden, behalve dan dat ze beide Duits waren. Men (her)kende elkaar niet meer en zagen slechts het beeld dat men van de ander had.
De Oost-Duitsers zagen de West-Duitsers als de personificatie van vrijheid en welstand. De West-Duitsers op hun beurt begroetten de Oost-Duitsers als hun eindelijk bevrijde broeders en zusters uit de oostelijke zone. Pas na de val van de Muur werd langzamerhand zichtbaar, over hoe weinig en vaak foutieve informatie men telkenmale beschikte. Dit inzicht gaf men tegenover zichzelf en anderen maar moeizaam toe.
Van euforie via vervreemding tot escalatieZeer snel werd de fase van euforie opgevolgd door de fase van vervreemding. In deze fase wordt de veilige situatie van onwetendheid verlaten en realiseert men in toenemende mate hoe vreemd de nieuwe cultuur daadwerkelijk is. Dit is een gevolg van de uit onwetendheid geboren blunder, die men in eerste instantie beging. Spontaan zoekt men de schuld bij zichzelf. Men dacht dat men op cultureel vlak competent was en wijdt nu de mislukte communicatie aan zichzelf. De weg naar het dieptepunt in deze communicatie is de fase van de escalatie. Nu geeft men niet langer zichzelf de schuld, maar beschuldigt de ander. En zakt men steeds verder af naar een verheerlijking van de eigen cultuur en een zwart maken van de vreemde cultuur. Het resultaat hiervan is heimwee.
In de tijd van de Wende waren de fasen van vervreemding en escalatie zeer nauw met elkaar verbonden. De euforie maakte na verloop van tijd plaats voor enige, van irritatie getuigende, observaties. De West-Duitsers staken de draak met de nieuwsgierige, zich voor seksshops ophoudende Oost-Duitsers. Terwijl de Oost-Duitsers in het Westen schrokken van de keerzijde van de rijkdom: de veelheid aan waren, de dominantie van het geld en de bedelaars en daklozen.
'Begrüßungsgeld'
's Morgens vroeg stonden ze er al, de mensen, die in de rij aansloten voor het Begrüßungsgeld van DM 100,-. De rij maakte de DDR-burgers en publique tot hulpbehoevenden, het ontmoedigde hen en ontnam hen hun heldenstatus. Langzamerhand werden ze het symbool van de armzaligheid van het socialisme. In de kranten was steeds minder te lezen dat de DDR-regering door de aanzwellende demonstraties ten val was gebracht. Steeds vaker weet men de ineenstorting aan het instabiele systeem.
De West-Duitsers reageerden ten opzichte van de Oost-Duitsers in toenemende mate afwijzend en afkeurend. In plaats van een verenigd Duitsland waarin beide culturen als gelijkwaardig werden beschouwd, ging de cultuur van West-Duitsland al snel domineren. "Die sollen doch drüben bleiben, wo sie hergekommen sind!" Deze tweedeling werd steeds vaker zichtbaar, waartoe het volgende fragment ter illustratie dient.
Het Berlijnse verkeerssysteem begon het onder de druk van het toegenomen aantal passagiers te begeven. De perrons en treinen waren zo vol, dat niemand meer kon in- of uitstappen. Een politieagent maande de, vanaf de straat toegestroomde, mensen via de luidspreker: "Meine Herrschaften, seien Sie doch vernünftig. Die U-Bahn fährt erst wieder, wenn Sie den Leuten Platz machen zum Aussteigen. Bilden Sie doch Schlangen und warten Sie, bis Sie dran sind. Das haben Sie doch gelernt im Osten." De misstanden van de Oost-Duitse economie, die de mensen dwong een groot deel van hun leven in rijen door te brengen, voorzag hen, volgens de logica van deze politieagent van een specifiek karaktereigenschap: de vaardigheid om je in rijen op te stellen.
Op deze wijze werd in de volgende maanden de Ossi geconstrueerd. Vermoedens over en de daadwerkelijke kennis van de DDR, als dictatuur en onrechtvaardig systeem, kregen daarbij gestalte in een verwarrende vooronderstelling. Het DDR-systeem zou veertig jaar lang op de mensen hebben ingewerkt en zodoende ook hun karakter hebben gevormd: "De Ossis hebben veertig jaar lang niets anders dan propaganda aangehoord en kunnen niet meer kritisch nadenken. Aldus zijn deze mensen niet geschikt voor het leven in een democratie."
Ossi en Wessi
Aangezien er altijd mensen zijn, die in in het beeld Ossi dan wel Wessi passen, verkrijgt het al snel de status van een algemeen oordeel. De willekeurige manier waarop dit beeld is ontstaan wordt hierbij echter vergeten. Zo werd de onderdrukte, laffe, huilerige, achterlijke, luie, onproductieve Ossi geconstrueerd en binnen enkele weken over West-Berlijn en West-Duitsland verspreid. Tegelijkertijd en op dezelfde wijze ontstond ook de tegenhanger van deze Ossi: de Wessi. Zoals de Ossi wordt afgeleid van voorstellingen over het leven in de socialistische republiek, zo ontstaat de Wessi uit vooroordelen over het kapitalisme. "Het kapitalisme is een concurrentiemaatschappij en dus is de Wessi een genadeloze egoïst."
Tien jaar later heeft men zich aan elkaar aangepast. De smaak en de alledaagse normen verschillen tegenwoordig nog maar weinig. Toch is het vooroordeel gebleven en wordt zij dagelijks verbreid. In een enquête onder jongeren uit Thüringen tussen de 16 en 29 jaar (2001) was namelijk zestig procent van de ondervraagden het eens met de stelling: "Oost-Duitsers worden door West-Duitsers als tweederangs burgers gezien."
Wolf Wagner is hoogleraar Sociale Wetenschappen aan de Fachhochschule Erfurt en auteur van het boek 'Kulturschock Deutschland. Der zweite Blick'. Wolf Wagner is deelnemer aan en spreker op het congres 'Verenigd maar verdeeld gebleven. Twaalf jaar integratie van Oost- en West-Duitsers' op zaterdag 16 november in politiek-cultureel centrum Felix Meritis in Amsterdam. Dit congres wordt georganiseerd door het Duitsland Instituut Amsterdam. Klik hier voor het programma.
Literatuur:
- Wolf Wagner, Kulturschock Deutschland. Der zweite Blick, Hamburg 1999.
- Kalvero Oberg, Cultural shock, adjustment to new cultural environments, in: Practical Anthropology, 1960, bd. 7. pp. 177-182.
- Paul Pedersen, The Five Stages of Cultural Shock - Critical Incidents Around the World, Westport, Conneticut/London, 1995, pp. 1 en77.
- Eva Mahn, Aufbruch in die Freiheit - Ein Dokument der Veränderung, Halle 1994, pp.68 en 52.