© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Knipogen naar de Fernsehturm

Berlijn neemt de ruimte om Berlijn te zijn

8-feb-2007Sterre Lindhout

(8 februari 2007) Sterre Lindhout werkt sinds kort voor de Nederlandse ambassade in Berlijn. Voor het Duitslandweb schrijft zij iedere maand een column over haar belevenissen. Deze maand een lofzang op de ruimte in de Duitse hoofdstad.

In de eerste week van het nieuwe jaar hees ik twee koffers, mijn fiets en mezelf in de zondagmiddagtrein naar Berlijn. Vanaf dat moment maakte ik deel uit van het bijzondere genootschap van ‘Terugkeerders.’ In Berlijn is sinds een aantal jaren sprake van een buitenlandse Studentenwelle. Nu de aanvankelijke verbazing daarover – je gaat toch niet naar Duitsland? – is weggeëbd, wordt het hoog tijd dat iemand wijst op het volgende verbijsterende fenomeen: Berlijn blijkt in veel gevallen geen kortstondige flirt, maar een vaste relatie.

Toen ik twee jaar geleden een semester aan de Humboldt Universität studeerde, bestond mijn Berlijnse kennissenkring grotendeels uit Erasmus-studenten en andere ‘tijdelijke Berlijners’. De meesten zijn na de geplande zes of acht maanden einfach hängengeblieben. Anderen gingen wel naar huis, kwijnden daar vervolgens weg van Fernweh en wonen inmiddels allang weer hier. Ook ik nam me voor om terug te keren naar Berlijn, zodra zich een mogelijkheid voordeed. Mijn kans diende zich aan in de vorm van een stageplaats op de afdeling Pers en Cultuur van de Nederlandse Ambassade. Naar Berlijn, om Nederland te vertegenwoordigen: het beste van twee werelden!

Ruimte

Daar zat ik dan, in een overvolle Nichtraucherwagon van de Deutsche Bahn. Terwijl achter het raam een druilerig Noordrijn-Westfalen voorbij trok, peuterde ik de Nederlandse simkaart uit mijn telefoon en verruilde hem voor mijn Duitse. Ondertussen probeerde ik een antwoord te vinden op de vraag ‘waarom Berlijn?’ Wat doet die stad met mij? Natuurlijk: de huren zijn er laag en het uitgaansleven zinnenprikkelend. Maar daarmee is niet alles gezegd. Inmiddels reed de trein stapvoets door de Berlijnse voorsteden. Twee jaar geleden kwam ik aan op Bahnhof Zoo, het station dat nog altijd de sfeer van het oude Westen ademt en waar iedere straatmuzikant ‘Heroes’ van David Bowie speelt. Nu stapte ik uit in een reusachtige onderaardse ruimte. Het bleek de bodem van een buitenproportioneel stalen fort te zijn: het nieuwe Hauptbahnhof, gebouwd als visitekaartje voor het WK voetbal vorig jaar.

Een beetje beduusd liet ik me door een oneindige roltrap naar boven rollen. Als ik geweten had dat de storm Kyrill dit complex een week later totaal zou ontwrichten, had ik deze roltraprit waarschijnlijk heel anders ervaren. Gelukkig wist ik van niets. Op het moment dat ik boven de grond kwam zag ik tussen de boomtoppen van Tiergarten de koepel van de Rijksdag. Toen wist ik het antwoord: Ruimte! Ik houd van Berlijn om haar uitgestrektheid. Omdat Berlijn de ruimte neemt om Berlijn te zijn.

Desolate krater

De Fernsehturm in Berlijn. Afbeelding: Leonie van NieropWie deze ruimte wil ervaren, moet een keer op het viaduct over het S-Bahnhof Warschauerstrasse gaan staan. Beslist één van de mooiste Berlijnse uitzichten. Mijn Duitse huisgenoot verklaart me voor gek: "Wat is er in hemelsnaam mooi aan een asfaltweg over een desolate krater vol uitgerangeerde treintoestellen?" Dat is niet eenvoudig uit te leggen. Maar ik houd van deze plek, van dit voormalige niemandsland tussen Oost en West. Als ik naar rechts kijk zie ik rijen grauwe huurkazernes, Friedrichshain. Achter mijn rug het silhouet van een hijskraan en aan de einder de fabrieken van Treptow. Links het begin van het westen: de rode torens van de Oberbaumbrücke en de U-bahn die zich in bochten wringt tussen de Kreuzbergse huizen. Als ik vooruit kijk, een wirwar van sporen op weg naar het Ostbahnhof, langs de witte DDR-flats, verspreid door de ruimte als een scheef gebit. Daarachter de geruststellende aanblik van de Fernsehturm, het ijkpunt, waar je ook bent. Driehonderdzestig graden Berlijn.

De grote afstanden maken Berlijn bij uitstek een stad om te fietsen. Laatst was ik een volmaakt gelukkig fietser: het was op een wintermorgen. Ik reed over de Karl Marx Allee, keihard. Trappend op het ritme van Duitse rock in mijn mp3-speler. De kou beet in m’n wangen en door mijn betraande ogen zag ik de statige gevels omlijst door een ijsblauwe hemel. Perfecte communistische ongenaakbaarheid. En aan de horizon, jawel, de Fernsehturm. Een enorme fakkel, aangestoken door de ochtendzon. Berlijners fietsen ook veel, meestal op roestige mountainbikes, met hun kettingslot om hun middel of schuin over hun schouder. Dat is hier mode.

Kerstboommetropool
Nog steeds vraag ik me tijdens iedere fietstocht af of er nog ergens een stad bestaat met evenveel bioscopen, dönertenten, kappers en matrassenwinkels? Met evenveel graffiti? Met evenveel kerstbomen? Ooit wel eens nagedacht over het aantal kerstbomen dat in een grote Oost-Duitse Plattenbau-flat past? In de week dat ik aankwam waren de stoepen vergeven van afgedankte bomen. Net een kudde reuze-egels. Ik weet eigenlijk niet wat ermee gebeurd is. Ik heb nooit een kerstbomen-ophaaldienst voorbij zien komen. Waarschijnlijk zijn ze gewoon weggerold. Ruimte genoeg.

Ja, die ruimte is de voornaamste reden dat ik me zo thuisvoel in Berlijn. Het gevoel dat achter iedere straathoek een wereld opengaat, de wetenschap dat je na een uur in de S-Bahn nog steeds de stad niet uit bent. Het werkt voor mij geruststellend. En als ik dreig te verdwalen, waar dan ook, knipoog ik even naar de Fernsehturm.

Sterre Lindhout is werkzaam voor de Nederlandse ambassade in Berlijn.

Duitslandweb
feed link