© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Morele dilemma's in een spookkamer

De werkkamer van Reinhart Koselleck

13-nov-2007Maartje Hermsen

(13 november 2007) Maartje Hermsen schrijft haar proefschrift in de werkkamer van de gerenommeerde historicus Reinhart Koselleck. De geest van de vorig jaar overleden Koselleck waart nog altijd rond in de kamer. “Geeft enkel zijn dood mij het recht om in zijn spullen te neuzen?”

Maartje HermsenEen kamer met twee ouderwetse bureaus. Stalen onderstel, bladen van blank eikenhout met koffiekringen en krassen. Een jaren-zeventig-bruine bureaustoel en twee stoelen in verschoten grijsgroen. Tegen de wanden metalen rekken, vol met boeken, kaartenbakken en vooral heel veel ordners. Bovenop de rekken stapels losse mappen. Op verbleekte vellen, onder of tussen de mappen gestoken, steekwoorden die een indruk zouden moeten geven van wat er in zit, maar toch maar weinig van de inhoud verraden: Bund, Emanzipation, Fortschritt, Geschichte. Op het donkergrijze marmoleum in de hoek zijn verhuisdozen, kaartenbakken en nog meer losse mappen op elkaar gestapeld. Het kleine stukje vrije muur naast het rek bevat lijmresten, sporen van een affiche of wandkaart die er ooit gehangen heeft. In de hoek bij het raam getuigen zwarte strepen van een vroeger lek.

Deze kamer, op de afdeling geschiedenis van de Universiteit Bielefeld, is gedurende vier maanden mijn werkkamer. Tot zijn dood in februari 2006, behoorde hij toe aan Reinhart Koselleck, een van Duitslands beroemdste geschiedtheoretici, medeoprichter van de Universiteit Bielefeld en de afdeling geschiedenis en daar hoogleraar in de Theorie van de Geschiedenis. Vlak voor mijn komst naar Bielefeld heb ik het concept ‘Vergangene Zukunft’ van Koselleck nog gebruikt in een presentatie van mijn onderzoek en nu bevind ik mij opeens tussen zijn wetenschappelijke nalatenschap. Hoewel hij al sinds 1988 was geëmeriteerd, had hij zijn werkkamer aan de universiteit behouden. Ondanks ruimtegebrek is zijn kamer nog altijd niet leeggehaald. Naar het schijnt omdat de weduwe zich er niet mee bezig wil houden.

Gewetensbezwaren

Foto: Maartje HermsenDaardoor zit ik nu te werken temidden van zijn boeken, kaartenbakken met door hem beschreven fiches, klappers en mappen met aantekeningen, manuscripten en correspondentie. Al dit materiaal draagt de sporen van Koselleck als wetenschapper en een blik daarop zou me veel kunnen vertellen over hoe hij te werk ging. Wat bevatten de mappen die onder ‘Fortschritt’ gegroepeerd zijn? Zegt het iets over de voortgang van zijn eigen onderzoeken of bevat het stukken over het vooruitgangsdenken in de traditie van de Verlichting? Zouden de fiches in de kaartenbakken handgeschreven zijn of getypt? Hoe maakte hij aantekeningen: kriebelde hij in de marge of schreef hij alles netjes uit? Hoewel ik heel benieuwd ben, heb ik tot nu toe geen enkele klapper opengeslagen, omdat een kijkje in zijn persoonlijk archief als huisvredebreuk voelt. Als hij zou leven, zou ik het niet in mijn hoofd halen in zijn spullen rond te neuzen. Geeft enkel zijn dood mij het recht dat wel te doen?

Wanneer ik bij anderen ben, thuis of op hun werkplek, kijk ik, soms haast onbewust, altijd wel even in de boekenkast. Wat voor boeken staan er op de plank? Fictie of non-fictie? Van welke auteurs? Over welke onderwerpen? Hoe zijn de boeken geordend? Met deze vorm van voyeurisme heb ik geen enkele moeite: ik ga ervan uit dat de eigenaar niets in de kast heeft gezet waarvan hij niet wil dat iemand anders dat weet. Zonder schroom bekijk ik dan ook de boekenplanken van Koselleck van dichtbij.

WillekeurBlijf af!

Er staan veel boeken en brochures, voornamelijk Duitstalig, over allerlei historische en geschiedtheoretische onderwerpen. Sommige vallen van ouderdom uit elkaar. Een ordening kan ik niet zo snel ontdekken, al staan soms een paar gelijksoortige boeken bij elkaar. Het is alsof iemand steeds een paar boeken tegelijk uit een geordende boekenreeks heeft genomen en een willekeurige nieuwe plaats heeft gegeven.

De ordners geven een wat coherenter beeld. De opschriften, die soms bijna niet meer te lezen zijn, verwijzen naar de onderwerpen van Kosselecks onderzoek en onderwijs. Bijna twee rekken zijn gewijd aan politieke iconografie, met vele ordners over oorlogsmonumenten, begraafplaatsen en politieke dodencultus, voornamelijk in Duitsland, maar ook in o.a. Frankrijk, Oost-Europa, België en Nederland. Daarnaast een rij ordners met karikaturen uit verschillende Duitse kranten uit 1985, bedoeld voor een seminar dat hij in het wintersemester 1985/86 gaf over standen en klassen.

Blijf af!
Foto: Maartje HermsenNaast politieke iconografie en sociale geschiedenis zijn ook zijn onderzoekszwaartepunten theorie van de geschiedenis, begripsgeschiedenis en taalgeschiedenis ruim vertegenwoordigd. Sommige klappers springen bijzonder in het oog, zoals die met het opschrift ‘semiotiek van de angst’. Net zo opvallend is het ontbreken van een ander onderzoekszwaartepunt van Koselleck: de geschiedenis van recht en bestuur. Ik kan geen klapper over dit onderwerp ontdekken. Of zitten er klappers over dit onderwerp in de verhuisdozen of de geblokkeerde kast bij de deur?

Vooralsnog blijf ik erbij. Of beter gezegd: eraf. De dozen en de kast blijven dicht en ik ga weer achter mijn laptop zitten op mijn jaren-zeventig-bruine bureaustoel. Op de bruin geverfde stalen steunpilaar achter mij hangt een kaart van de omgeving van Bielefeld en Paderborn met daarop alle seminaries en kloosters die er tot de zestiende eeuw gesticht zijn. Daaronder een tekening van het klooster Böddeken in de buurt van Paderborn en daar weer onder een kopie van een vroeg negentiende-eeuwse kaart met de precieze locatie van dat klooster. Koselleck gebruikte deze kaarten waarschijnlijk bij het schrijven van het voorwoord voor de in 2002 verschenen bundel 'Kloster - Stadt - Region'. Dit voorwoord is een van zijn laatste wetenschappelijke bijdragen, geschreven op exact die plek waar ik een paar maanden lang mag werken aan mijn proefschrift. Het is tevens mijn uitvalsbasis voor het deelnemen aan colloquia, studiegroepen en andere interessante wetenschappelijke bijeenkomsten. Dat ik temidden van Kosellecks nalatenschap niet alleen figuurlijk met veel stof in aanraking kom, neem ik daarbij graag voor lief.

Maartje Hermsen maakt deel uit van het Graduiertenkolleg van het Duitsland Instituut Amsterdam. Zij schrijft een proefschrift over naoorlogse debatten over het geschiedenisonderwijs in Nederland en West-Duitsland. Als Marie Curie fellow verblijft zij dit wintersemester aan de afdeling geschiedenis van de Universiteit Bielefeld.

Duitslandweb
feed link