Holland aan de Elbe
Hoe Nederlanders Hamburg groot maken
29-sep-2005
van Marcel Heijmans
“Grappig, dat u juist hier instapt”, zegt hij, als ik instap bij het stadhuis Altona en hij mijn Nederlands accent hoort. Ik kijk hem verwonderd aan. Hij wijst op de brede straat die naar het westen loopt. “Kijk”, zegt-ie, “dat is de Holländische Reihe. In die straat woonden vroeger veel Hollanders!”
Vroeger gaat in dit geval terug tot in de zestiende eeuw, toen bijna een kwart van de Hamburgse bevolking van Nederlandse komaf was. “Zonder Hollanders zou Hamburg nooit zo groot zijn geworden”, roemt mijn taxichauffeur. Hij zou best eens gelijk kunnen hebben. Doordat indertijd honderden welgestelde Nederlandse voor de Spaanse bezetter naar Hamburg vluchtten, maakte Hamburg in de textielproductie en de handel met het buitenland een grote sprong voorwaarts. Hamburg werd naast Rotterdam de belangrijkste havenstad in Europa en al snel was driekwart van de grote handelskantoren in de stad in het bezit van Nederlandse families, die voor een groot deel ook de bouwkosten droegen voor het nieuwe beursgebouw, dat naast het stadhuis werd gebouwd.
De familie Amsinck, die in 1604 van Zwolle naar Hamburg vluchtte, werd zelfs één van de belangrijkste families in de stad: de zogenaamde 'Hamburgse adel', maar dan zonder blauw bloed. Rudolf Amsinck werd al snel na inburgering gekozen voor de Hamburgse ministerraad en ook één van zijn nazaten, Wilhelm Amsinck werd minister en later zelfs burgemeester van Hamburg. Enkele andere Amsincks legden de grondstenen voor de Hamburger Bank, de Vereinsbank en de Commerzbank, of hadden een belangrijke rol in de rederijen Hapag en Hamburg-Süd. De Nederlandse invloeden zijn in Hamburg dus zowat op bijna iedere hoek van de straat te vinden. “Ja, de Amsincks”, zegt de taxichauffeur, “naar die familie is hier ook een grote straat vernoemd.”
“Weet je naar wie ze ook een straat moeten vernoemen?”, vertelt hij ongeremd verder, terwijl hij op zijn HSV-vaantje aan de binnenspiegel tikt: “Van der Vaart! Ook één van jullie. Die jongen heeft nu al zóveel voor de club gedaan!” Ik grinnik. Vanwege de associatie met m’n landgenoten, maar ook vanwege het feit, dat Van der Vaart een aantal maanden geleden vluchtte uit Amsterdam. In Hamburg wordt hij echter op handen gedragen. Zéker na de recentelijke 2-0 overwinning op Bayern München. Hamburg staat sinds tijden weer hoog in de Bundesliga en wanneer het deze succesreeks voorzet maakt de club grote kans op de Bundesliga Meisterschale. Dankzij een Nederlander dus. “En z’n Mädel mag er ook zijn!”, lacht de taxichauffeur me breed grijnzend toe.
Intussen zijn we voorbij de Landungsbrücken gereden en komen we aan bij de Elbe. Aan de overzijde van het water - op de oude haventerreinen - verrijst de nieuwe Hafencity, Hamburgs grootse nieuwbouw- en prestigeproject, die de Hamburgse binnenstad qua grootte moet verdubbelen. Weer zijn het Nederlanders, zoals de architect Kees Christiaanse en een bouwconsortium met ING en Bouwfonds, die een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de stad leveren.
“Hamburg wordt nog mooier”, zucht mijn chauffeur nagenoeg verliefd, terwijl hij stopt voor het adres waar ik moet zijn. “Blijft u eigenlijk lang in Hamburg?” vraagt hij me, als ik hem z’n geld geef. “Minstens tot 2025”, grap ik. “De bouw schijnt twee decennia te duren. Ik wil wel eens zien hoe mijn landgenoten Hamburg nog grootser maken!”