'Westalgie'
Gastcolumn
8-dec-2003
van Jörg Noll
In de jaren vijftig was, ook voor Duitsers, geluk heel gewoon. Men liet de verschrikkingen van de oorlog achter zich, gesteund door de sterke Deutsche Mark die onlosmakelijk met het Wirtschaftswunder verbonden was. Door de Marshallhulp en Ludwig Erhards economische beleid bloeide het land in alle opzichten op. De schoorstenen van de industriële centra gingen weer roken en Made in Germany werd een door de hele wereld hooggeacht kwaliteitskenmerk.
Na jaren van ontberingen kwamen in 1948, na de invoering van de D-mark, de eerste luxeartikelen binnen het bereik van de 'gewone' mensen. Naast petticoat en 'niertafel' wees vooral de auto voor de deur op een groeiende welvaart, ook al was de BMW in het begin vaak maar een driewieler met de naam 'Isetta'. Het geld dat binnenstroomde, moest besteed worden. Hoe klein de auto ook was, men ging de wereld verkennen. De eerste vakantiestromen richting Italië kwamen op gang.
Door de economische vooruitgang en de politieke stabiliteit ontwikkelde zich eveneens weer een rijk maatschappelijk leven. Schuttersverenigingen en carnaval, maar vooral de sportverenigingen bloeiden weer helemaal op. Het hoogtepunt was het wereldkampioenschap voetbal in 1954. Herbert Zimmerman, de reporter in Bern, schreeuwde het uit: "Aus! Aus! Aus! Aus! Aus! Das Spiel ist aus! Deutschland ist Weltmeister" en eigenlijk zei hij: "Wij zijn er weer." Na jaren van isolatie telde men eindelijk weer mee, men mocht weer trots zijn op Duitsland en zichzelf.
Dit is echter lang geleden. De jaren zestig brachten de rellen rond het onverwerkte verleden, de jaren zeventig de oliecrisis, de jaren tachtig het kruisrakettendebat en de jaren negentig de 'Ossis'. Ondertussen is de economie tanende en de goede oude D-Mark is door de regering ingewisseld voor een politiek riskant project geheten 'Euro'. Volgens een brede laag van de bevolking zijn Europa en de hereniging belangrijke redenen voor het feit dat het slecht gaat met de goede, oude BRD. Het mag dan ook niet verbazen dat de economische achteruitgang, de verder stijgende werkloosheid en de onzekerheid over wat de toekomst gaat brengen, steeds meer tot lethargie gaan leiden. Deze lethargie komt tot uitdrukking in de hang naar'Westalgie': alles wat in de jaren vijftig op sociaal, economisch en maatschappelijk gebied werd bereikt is goed en iedereen die probeert hier verandering in te brengen is een volksvijand.
De werkelijkheid is natuurlijk te cru om onder ogen te zien. De zorg is onbetaalbaar geworden, de pensioenkassen zijn leeg en vier, vijf, zes miljoen werklozen kosten veel en leveren niets op. De ooit grote economische reus struikelt en helden der natie bestaan alleen maar in het verleden.
In navolging van de Duitse film 'Good Bye Lenin!', die tot een versterking van de ostalgie heeft geleid, is het nu wachten op de eerste films die de 'westalgie' gaan belichamen. Films die aan de goede oude tijd refereren, waarin gelachen werd om het goede leven en waar Duitse deugden als vlijt en stiptheid vooropstonden. Heimatfilms die aansluiten bij de prachtige kleurenfilms met Magda en Romy Schneider, Willy Fritsch en de jonge Götz George. Terug naar een tijd, waarin de "Weisse Flieder wieder blüht."