© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

Quo vadis, Berlin?

Gastcolumn

29-dec-2003

(29 december 2003) 2003 was voor Berlijn een ontnuchterend jaar. Een snelle uitweg uit de financiële en economische crisis is niet in zicht gekomen en de enorme werkloosheid drukt steeds zwaarder op het leven in de Duitse hoofdstad. Bezuinigingen zijn aan de orde van de dag. Wat zijn de perspectieven voor deze hoofdstad met zijn enorme schulden? Waar sta je, Berlijn? En waar ga je heen?

van Krijn Thijs

Krijn Thijs Een goede vriend van me deed laatst verslag van zijn halfjaarlijkse bezoek aan het Arbeitsamt. Hij is sinds mensenheugenis werkloos - vindt dat overigens wel prima zo - en hangt voor zijn Sachbearbeiterin verhalen op over zijn dappere pogingen werk te vinden. En aangezien de ambtenaren normaal gesproken geen banen in de aanbieding hebben, kan mijn vriend, na bemoedigend te zijn toegesproken, meestal weer tevreden vertrekken. Maar dit keer was hij verontwaardigd, want de nieuwste bezuinigingsmaatregelen druppelen langzamerhand door. Weggestreept wordt het openbaarvervoerabonnement tegen een gereduceerd tarief, dat voor werklozen betaalbaar was. In de toekomst kunnen zij het geld voor een tramkaartje bij het arbeidsbureau declareren, mits het een rit naar een sollicitatiegesprek betreft. Waarom, zo luidde de rechtvaardiging, zouden werklozen de hele dag op kosten van de belastingbetaler met de metro heen en weer mogen rijden? Mijn vriend fronste zijn wenkbrauwen en vatte in eigen woorden samen, wat het Duitse Arbeitsamt met dit beleid tegen het werkloze volk uitspreekt: "Bleiben Sie zu Hause und verhalten Sie sich ruhig, bis der Aufschwung kommt!"

Blijf allemaal rustig tot de conjunctuur aantrekt - dat is in het kort de officiële Duitse houding tegenover de hardnekkige werkloosheid. Die slaat nog steeds, en vooral in Berlijn, diepe kraters. Er is geen werk hier, mensen die van school of de universiteit komen worden vaste klanten op bovengenoemd Amt, of ze pakken hun biezen.

Klaus Wowereit Zover is het met Berlijn gekomen - van de paradijselijke hoofdstad der "blühenden Landschaften" tot de noodlijdende hoofdstad der armetierigheid. Maar de rood-rode senaat kan niet anders. En er schijnt begrip te zijn: burgemeester Klaus Wowereit (SPD) is niet zo onpopulair geworden als zijn eentonige bezuinigingsdrift zou doen vermoeden. Hij geldt nog steeds als een sympathiekeling, die misschien een beetje teveel van het leven geniet (zeker gezien de wrange toestanden in de stad). Zijn bijnaam Partymeister raakt hij in elk geval niet meer kwijt. De coalitiepartner PDS is intussen aan hevige desintegratie ten prooi gevallen. Sinds de partij vorig jaar de kiesdrempel miste, zitten er nog maar twee PDS'ers in de bondsdag (door Direktmandate) en speelt ze alleen in sommige oostelijke deelstaten, daaronder dus Berlijn, nog een rol van betekenis. Hervormers liggen overhoop met hardliners en het ene buitengewone partijcongres volgt het andere. Uitgerekend oud-strijder Lothar Bisky is weer voorzitter geworden - niet echt een blik in de toekomst dus.

Maar vooral de grote hoeveelheid schulden hindert de stad om daadkrachtige beleid te voeren op het gebied van werkgelegenheid. Het enige dat uit het Rote Rathaus komt, zijn bezuinigingen - je begint ze echt te merken. Het openbaar vervoer wordt duurder, instellingen gaan dicht, een uurtje zwemmen is onbetaalbaar en over de dreigende Kulturwüste schreef ik al eens eerder. Na de 'operaoorlog' woedt er nu een ruzie over het reduceren van het aantal symfonieorkesten in de stad.

Maar ondanks dit treurspel valt op dat de soep uiteindelijk nooit zo heet gegeten wordt als hij wordt opgediend. Neem de opera's. Tot nu toe is er nog geen enkele gesloten, alhoewel ze gedrieën in een onheilspellende operastichting zijn samengedreven. Maar de weerstanden tegen alle bezuinigingen en hervormingen zijn zo groot, dat vrijwel alle maatregelen er maar half doorheenkomen. Net zoals op nationaal niveau, waar vakbonden en lobby's de speelruimte van de regering stevig inperken, hebben verschillende protestacties in Berlijn tot afzwakking van de maatregelen geleid, of tot het opschuiven van beslissingen.

Humboldt Universität Na bittere demonstraties van artsen, ambtenaren en Kulturschaffenden zijn momenteel de studenten aan de beurt. De senaat gaat aan de drie Berlijnse universiteiten namelijk vele tientallen leerstoelen opheffen. Sinds die plannen bekend zijn, wordt het openbare leven in de stad door stakende studenten ontregeld. Lekker ouderwets actie voeren, hier heb je dat nog! Om te laten zien dat er op de universiteitgeen faciliteiten meer zijn, houden sommige professoren hun colleges sinds een paar weken elders: op het Alexanderplatz, direct voor het stadhuis, in de koepel van de Rijksdag en zelfs in de metro.

Berlijn heeft momenteel niet de kracht om ten minste een van zijn parels te ontzien: ook de wetenschap en de cultuur moeten eraan geloven. Helpen al die beetjes dan? Ja en nee. Nee, omdat met deze bezuinigingen alleen de gaten nooit gedicht kunnen worden. Ja, omdat algemeen verwacht wordt, dat Berlijn voor het Bundesverfassungsgericht een proces tegen de Bundesrepublik gaat voeren om financiële ondersteuning van de andere deelstaten en de bondsregering te krijgen. Als Berlijn voor het hof kan aantonen dat het zijn best heeft gedaan, maar de schuldenberg toch niet in z'n eentje kan verminderen, moet de Bond volgens de grondwet bijspringen. Vele Berlijners hopen daarom dat de bezuinigingen vooral Alibicharakter hebben, en weer worden teruggedraaid als de bond voor zijn hoofdstad gaat betalen. Daarin ziet men hier in elk geval de enige mogelijkheid om weer serieus op te krabbelen.

Tenzij natuurlijk daarvóór al de langverwachte Aufschwung komt.

Krijn Thijs is historicus en woont sinds 1998 in Berlijn.

Duitslandweb
feed link