Hans-Christian Ströbele, de groene stuntman
Gastcolumn
25-okt-2002
van Krijn Thijs
Voor een bepaald deel van de Groenen is Christian Ströbele het boegbeeld van de partij. Hij behoort tot de zogenaamde Fundi's, de groene fundamentalisten. De Fundi's voeren, onderverdeeld in groeperingen als Öko's (van Ökologie - milieu), Pazifisten en Müsli's (esoterisch-veganisten die met breiwerk naar partijdagen komen), een eeuwige tweestrijd met de Realo's, de realisten onder aanvoerig van partijleider Joschka Fischer. Ströbele en Fischer hebben het binnen de partij als symboolfiguren van hun stromingen regelmatig met elkaar aan de stok. Voor idealistische partijleden die met de regeringsdeelname morele problemen hebben, is de altijd kritische Ströbele een absolute held. Zij vinden dat Fischer de groene idealen opportunistisch voor macht verruilt; ze willen liever fundamentele oppositie dan water bij de wijn in een rood-groene regeringscoalitie.
Maar de fractie van de Fundi's heeft het sinds 1998 door de overweldigende populariteit van Fischer niet gemakkelijk. Ten tijde van de Kosovo-crisis leek de partij uit elkaar te vallen. Bondskanselier Schröder had naar aanleiding van de Duitse deelname aan de militaire interventie de vertrouwensvraag gesteld. Enkele groene Fundi's piekerden er niet over met de oorlog in te stemmen en brachten de regering in ernstige moeilijkheden. Na verschillende dreigementen over en weer haalde Schröder het met de hakken over de sloot. Fischer won de machtstrijd in zijn partij. Ströbele bleef een van de weinige publieke dwarsliggers en trok met zijn pertinente "Nee" veel aandacht.
Ströbele is er zo een, die je bij alle demonstraties vooraan mee ziet lopen, die continu op straat in discussie gaat, die meedoet aan sleep-ins bij de protesten tegen het transport van atoomafval, die uitsluitend met het openbaar vervoer, de fiets of te voet op weg is. Tegelijkertijd kan hij een ietwat lachwekkende indruk maken. Ströbele kneusde zijn enkel toen hij in een hobbelig park op verkiezingscampagne was en brak zijn arm bij een val van zijn fiets. Ströbele voerde vaak een zo hardnekkige oppositie dat hij niet zelden de indruk van een onverkwikkelijke betweter maakte, met opgestoken wijsvinger aan de interruptiemicrofoon, boos, beledigd - het geweten van zijn partij en vasthoudende kwelgeest van elke bewindspersoon. De TV-entertainer Stefan Raab scoorde dik toen hij een special bracht, waarin Ströbele op een terrasje over zijn eigen populariteit spreekt, terwijl op het zelfde moment iemand uit een voorbijkomende auto luidkeels roept: "Ströbele, du Arschloch!"
Maar Ströbele (geboren 1939) heeft een geweldige staat van dienst en daar haalt hij veel goodwill vandaan. Hij trad in de jaren zestig tijdens de protestbeweging in West-Berlijn voor het eerst in de publiciteit. Hij was de jonge advocaat van aangeklaagde demonstranten en later verdedigde hij ook de leden van de terroristische Rote Armee Fraktion (RAF). Daarmee behoort hij met Fischer (Buitenlandse Zaken) en Otto Schily (SPD, Binnenlandse Zaken) tot de legendarische generatie van intellectuelen die na een extreem links verleden de metamorfose tot verantwoordelijke politici ondergingen. Maar Ströbele is eigenlijk altijd dezelfde gebleven. Als advocaat trekt hij sinds mensenheugnis voor de belangen van studenten ten strijde, protesteerde tegen imperialisme, geweld en oorlog, maar ondersteunde wel wapentransporten naar de linkse vrijheidsstrijders in El Salvador. In 1975 werd hij uit de SPD gezet. Hij zette zijn activisme in West-Berlijn voort met de oprichting van de links-kritische krant die tageszeitung, de "taz", volgens sommige tot vandaag de beste krant van Duitsland. In 1980 behoorde hij tot de oprichters van de Alternative Liste, een Berlijnse politieke groepering die later in de Groenen uitmondde. Ströbele is dus een van de "Gründungsväter" van de partij - een Fundi van het eerste uur.
Maar aan het begin van dit jaar leek zijn rol uitgespeeld. De oppermachtige Realo's hadden de Fundi-plaaggeest van de top van de lijst gestreept. Het zag er naar uit dat Ströbeles' politieke carrière voorbij was. Hijzelf zag dat anders en liet zich in maart 2002 in zijn eigen wijk tot lokale lijsttrekker benoemen. Vanaf dat moment voerde hij onvermoeibaar campagne. Het bekende Duitse kiessysteem: twee stemmen, de ene voor de landelijke lijsten, de tweede voor een lokale kandidaat. Vaak staan deze lokale kandidaten hoog op de lijst en komen ze dus sowieso in de Bondsdag, maar het Direktmandat van het kiesdistrict was Ströbele's enige kans (andersom zijn zo twee eenzame PDS-leden met Oost-Berlijnse mandaten de Bondsdag ingetrokken - de landelijke lijst haalde de kiesdrempel niet). Ströbele fietste maandenlang door zijn buurt. Plakte zelf zijn plakkaten, verdeelde huis aan huis pamfletten, belde ook aan bij flatbewoners en buitenlanders en ging vooral op nachtelijke kroegentocht. Als je in Friedrichshain of Kreuzberg in het café even niet oppaste, kon het zomaar zijn dat Ströbele aan je tafeltje zat, om hallo te zeggen en handjes te schudden. Aardige vent. En weer verder op zijn fiets.
Twee dagen voor de verkiezingen sloeg een neonazi met een metalen staaf een deuk in Ströbeles' hoofd. Hersenschudding, ziekenhuis, publiciteit. Of het ermee te maken heeft of niet: Ströbele won met 31,7 procent zijn kiesdistrict, een ware stunt. Nog wankelend verscheen hij 's avonds op het verkiezingsfeest van de Groenen, iedereen juichte hem tandenknarsend toe - een jaar eerder had men van de lijst gemieterd, nou waren ze nog niet van hem af. En we kunnen de komende vier jaar nog meer van hem verwachten: strijdlustig gaf hij al aan dat de fractie hem gestolen kan worden, geen "Fraktionsdisziplin" voor Ströbele. Hij is niet via de lijst en zijn partij in de Bondsdag gekomen, maar via zijn district. De enigen aan wie hij verantwoording heeft af te leggen zijn dus de kiezers in Kreuzberg/Friedrichshain. Dat betekent dat de eeuwige nee-zegger in de komende vier jaren nog dwarser ligt. En dan te bedenken dat rood-groen dit keer een meerderheid van maar drie zetels heeft. Van Ströbele zullen we nog horen...