Arme, arme Günter Grass
'Dummer August' van Günter Grass
10-jul-2007
Aan de maand augustus 2006 zal Günter Grass wel nooit met weemoed terugdenken. In die maand biechtte de schrijver, bijna 62 jaar na dato, zijn lidmaatschap op van de Waffen-SS. Een storm van verontwaardiging stak op. Die beroering gold niet zozeer het feit dát Grass als zeventienjarige diende in de Waffen-SS. Zoveel piepjonge Duitsers kregen in de wanhopige laatste fase van de Tweede Wereldoorlog immers het veldgrijze uniform van de nationaalsocialistische elite-eenheid aangetrokken. Bovendien was Grass in zijn tijd bij de 10e SS-pantserdivisie "Frundsberg" nooit bij oorlogsmisdaden betrokken en zou de latere Amerikaanse krijgsgevangene zelfs niet één schot gelost hebben - opmerkelijk voor een soldaat aan het Oostfront.
Nee, niet de inhoud van Grass' bekentenis wekte beroering, maar het tijdstip ervan. Het zeer late tijdstip. Dat juist Grass, dé morele autoriteit van Duitsland, die in zijn romans genadeloos het Duitse slechte geweten had blootgelegd, al die tijd over zijn eigen verleden had gezwegen en gelogen, was voor velen een slag in het gezicht. De auteur die volgens de Nobelprijs-jury in even “montere als zwarte fabels het vergeten gezicht van de geschiedenis” getekend had, bleek het vergeten gezicht van zijn eigen geschiedenis voor het gemak decennia lang verborgen te hebben gehouden.
Günter Grass de clownDe gebeurtenissen in die gewraakte augustusdagen vinden nu hun neerslag in Grass' nieuwste gedichtenbundel, het door de schrijver zelf van prachtige illustraties voorziene 'Dummer August'. Die gedichten moeten het antwoord vormen van Grass op zijn gehate critici. Maar helaas: het is een bedroevend mager antwoord.
Laten we desondanks positief beginnen: zoals altijd draagt het nieuwste werk van Grass een intrigerende titel. "Dummer August" kan worden geïnterpreteerd als een verwijzing naar die vervloekte, pijnlijke maand augustus, maar ook als een verwijzing naar "Dummer August", de onnozelste aller circusclowns, hier in een rol van Günter Grass zelf. Dan is er nog een derde uitleg: op de (door Grass zelf gemaakte) tekening bij het titelgedicht zien we Grass met een hoedje op dat opvallend veel gelijkenis vertoont met de hoofddeksels die aangeklaagden moesten dragen tijdens de Inquisitie. Het hoedje is, zoals Grass schrijft in dat titelgedicht, gedraaid "uit de krant van gisteren".
Kwakende kikkersSpijtig genoeg is het die laatste interpretatie die de boventoon voert in 'Dummer August'. Grass' gedichten lezen als één grote litanie tegen de groot-inquisiteurs van de media en het intellectuele debat. In het gedicht 'Mein Makel' ('Mijn Blaam') bijvoorbeeld, horen we een korzelige Grass foeteren over de "kwakende kikkers" en de "mensen met een smetteloos wijzende vinger" die het hebben aangedurfd hem aan de schandpaal te nagelen. Van dergelijk verongelijkt gejammer is heel 'Dummer August' doortrokken. Zo treffen we Grass in het gedicht 'Elf Runden' plotseling aan in de gedaante van een bokser, die aangeslagen door de ring wankelt terwijl "unsere literaturkundigen Kommentatoren" verlekkerd toekijken, wachtend tot de grote schrijver tegen de vlakte gaat.
Maar trekt Grass dan nergens het boetekleed aan? Jawel, zo heel af en toe, maar dan wel op een buitengewoon ergerniswekkende manier. In 'Mijn Blaam' schrijft Grass over zijn bekentenis: “Laat, zeggen ze, te laat. Tientallen jaren te laat. Ik knik: ja, het duurde even eer ik woorden vond voor het sleetse woord schaamte”. "Even” komt in het universum van de tijdloze Grass blijkbaar neer op een slordige zestig jaar. Moest het werkelijk zo lang duren om de juiste woorden te vinden voor een zo eenvoudige bekentenis?
Verder valt 'Dummer August' vooral op door een hoog huis-tuin- en (in het bijzonder) keuken-gehalte. De ui-metafoor in 'De rokken van de ui' was prachtig, maar in 'Dummer August' wekt Grass de indruk zijn pennevruchten te hebben geschreven op een snijplank. De paddenstoelen, maïskolven, artisjokharten en suikerpeultjes vliegen de lezer om de oren. Die etenswaren vormen meestal de aanleiding voor nostalgische overpeinzingen en het nodige oudemannenverdriet, zoals in het mooie 'Rote Beete' ('Rode Biet'), waarin Grass terugdenkt aan de voedselschaarste van zijn jeugd. Ook mooi is het wrange gedicht 'Schlaflos', waarin Grass schrijft "Slapeloos telde ik mijn vijanden en sliep in bij het tellen. Toen ik wakker werd, telde ik mijn vrienden op, onder hen de doden, die dubbel tellen."
Maar de meeste van dergelijke gedichten munten vooral uit in zouteloosheid - teleurstellend gezien de scherpe toon van de gedichten in 'Dummer August' over de Waffen-SS-controverse. En de echt interessante kwesties - bijvoorbeeld de vraag wat Grass' morele bankroet voor zijn verdere schrijverschap betekent - blijven achterwege. Veel verder dan wat kleinzielige verwijten op een bedje van zelfmedelijden, gegarneerd met flink wat arrogantie, komt Grass niet.
De vraag die zich dan ook opdringt na het omslaan van de laatste pagina is: waarom moest dit zo nodig gepubliceerd worden? Het schrijven van de gedichten was voor Grass ongetwijfeld een uitstekende vorm van zelftherapie, maar verder dan 's mans bureaula - of voor mijn part, keukenla - hadden ze nooit mogen komen.
Jonathan Witteman is redacteur van het Duitslandweb. De vertaling van het gedicht ‘Mein Makel’ (‘Mijn Blaam’) is van Jan Gielkens.