Van straatvechter tot politieke overlever
'Die rot-grünen Jahre' van Joschka Fischer
19-nov-2007
Ook oud-politici hebben haast. Het is nog maar twee jaar geleden dat in Duitsland de rood-groene coalitie van het politieke toneel verdween en Gerhard Schröder de bondskanselarij en Joschka Fischer het ministerie van Buitenlandse Zaken moesten verlaten. Een langere periode van bezinning en reflectie vonden beide kennelijk overbodig. Schröders memoires verschenen al een jaar geleden en die van Fischer, althans het eerste deel, liggen sinds kort in de boekhandel.
In dit eerste deel behandelt hij de politieke gebeurtenissen tussen 1998 en elf september 2001, de dag van de terreuraanslag op het WTC in New York en het Pentagon in Washington. Waar het in 'Die rot-grünen Jahre. Deutsche Außenpolitik - vom Kosovo bis zum 11. September' vooral om gaat is de aanloop naar en vorming van de eerste linkse bondsregering, en de grote internationale gebeurtenissen, waar Fischer als groene minister van Buitenlandse zaken direct bij betrokken was: de oorlog tegen Servië vanwege Kosovo, de crisis in Macedonië, het Israëlisch-Palestijns conflict en de pogingen de Europese Unie zo te hervormen dat de EU ook na de uitbreiding met Oost-Europese staten nog een slagvaardige organisatie zou zijn. Het waren de jaren dat in Europa, en zeker ook bij Fischer, nog de overtuiging heerste dat Europa eerst verdiept moest worden en dan pas uitgebreid. Intussen is precies het tegendeel gebeurd.
Geen bescheidenheidFischer kan over de politieke en diplomatieke processen rond deze gebeurtenissen boeiend en helder vertellen. Hij blaast nieuw leven in haast vergeten berichten uit de kranten van de jaren 1998-2001. Dit gebeurt niet door nieuwe onthullingen. Fischer wil veeleer rekenschap afleggen van zijn rol in de grote internationale politiek van die jaren. En in zijn ogen was die rol aanzienlijk. Bescheidenheid behoort niet tot zijn deugden. Tegelijkertijd beseft de lezer dat de status van Kosovo nog altijd niet is geregeld en dat het verdrag dat de EU moet hervormen, nog niet van kracht is. Om over het Midden-Oosten maar te zwijgen.
Fischer is, of beter gezegd was, een volbloed politicus en dus was zijn streven erop gericht deel te nemen aan de macht. Hij was realistisch genoeg om te beseffen dat de weg daarheen geplaveid zou zijn met compromissen. Dit besef leefde ook wel bij de Realos in de groene fractie van de Bondsdag, maar was bij de meeste partijleden tamelijk onderontwikkeld. En daar alle belangrijke beslissingen tijdens partijcongressen werden genomen, waren conflicten haast onvermijdelijk.
Fischer heeft onder zijn partij geleden. Uit zijn memoires blijkt steeds weer hoezeer hij zich thuis voelde in de grote internationale politiek, maar in zijn eigen groene partij heeft hij zich nooit erg op zijn gemak gevoeld. Fischer: "Bij de Groenen was geloof nu eenmaal belangrijker dan macht." En: ‘"k heb veel aan mijn partij te danken. Maar emotioneel zijn de Groenen op landelijk niveau me altijd vreemd gebleven, tot op de dag van vandaag. Dit gold en geldt echter niet voor de Groenen in Frankfurt en in Hessen. Daar was mijn echte politieke tehuis."
Weinig vriendenOf Fischer vrienden in de politiek heeft gehad, mag betwijfeld worden. In de memoires duiken er twee op. Hij schrijft over ‘vriendschap die verder reikte dan de politiek’ als hij het heeft over Oskar Lafontaine, in 1998 nog voorzitter van de SPD en nauw betrokken bij de vorming van de rood-groene coalitie. Maar die vriendschap was over op de dag dat Lafontaine in het voorjaar van 1999 plotseling al zijn functies in regering en partij neerlegde, kennelijk uit onvrede over Schröders koers het Duitse bedrijfsleven zoveel mogelijk te ontzien. Fischers eerste gedachte was niet: wat is er met mijn vriend gebeurd, maar hoe kan de coalitie aan de macht blijven. Fischer: "Ik heb van Oskar Lafontaine nooit meer iets gehoord, geen telefoontje, geen brief, geen poging tot uitleg. En ook ik heb me niet meer bij hem gemeld. Waarom ook? Het was voorbij. Wat bleef was grote politieke en menselijke teleurstelling'." Maar hoe menselijk was Fischer eigenlijk in deze zaak?
Zijn vriendschappelijke relatie met Madeleine Albright, minister van Buitenlandse Zaken onder Clinton, was kennelijk hechter. In zijn memoires heeft hij het vaak over haar. Onder meer vertelt Fischer dat hij eens bij haar zijn hart uitstortte over die EU-lidstaten die altijd maar kritiek hebben op Duitsland. Als Duitsland handelt is er kritiek vanwege het gevaar van Duitse dominantie, maar als Duitsland niets doet, is het ook niet goed. Waarop Albright breed lachend antwoordde: “Beklaag je niet Joschka, dat is de prijs die je betaalt als je leiding geeft. Nu begrijp je misschien ons ook beter, want de Verenigde Staten overkomt dit ook altijd.”
Aftreden
In de periode 1998-2001 heeft Fischer twee keer aan aftreden gedacht. De eerste keer was, toen het partijcongres van de Groenen de Duitse deelname aan de luchtoorlog tegen Servië moest goedkeuren. Binnen de sterk pacifistische gekleurde partij lag deze kwestie uiterst gevoelig. Uitgerekend onder een groene minister van Buitenlandse Zaken werd het ‘historische taboe’ doorbroken dat Duitsland nooit meer actief aan een oorlog zou deelnemen. De kans dat de partij het regeringsbesluit zou afkeuren, was dan ook groot, en in dat geval wilde Fischer aftreden. Dat was niet nodig. De partij ging door de knieën, maar wel pas na veel onrust en tumult, waarbij Fischer werd getroffen door een verfbom.
De tweede keer dat de gedachte aan aftreden opkwam, was toen Fischer met zijn links-radicale verleden werd geconfronteerd. Eind 2000 verscheen er in Duitse media een foto uit het begin van de jaren zeventig, waarop is te zien hoe vermomde demonstranten in Frankfurt een politieagent aftuigen. Een van die demonstranten was Fischer, destijds behorend tot de radicale Sponti-beweging. Toen vervolgens zijn naam ook nog in verband werd gebracht met die van terroristen, heeft hij kort overwogen of hij niet moest opstappen.
Fischer is openhartig geweest over zijn verleden en ook in zijn memoires beschrijft hij zijn ontwikkelingsproces van linkse activist naar groene Realpolitiker. Dit maakte dat hij ook deze affaire politiek overleefde. Bovendien werd hij gesteund door Schröder. Bij Fischer dan ook geen kwaad woord over de vroegere bondskanselier.