Zwanezang van een dwarse nazi-kenner
'Ich nicht' van Joachim Fest
21-sep-2006
'Ich nicht - Erinnerungen an eine Kindheit und Jugend' luidt de titel van het boek en het ligt voor de hand het te zien als de tegenhanger van 'Beim Häuten der Zwiebel', de autobiografie van Günter Grass. Deze autobiografie wekte veel ophef door Grass' bekentenis, een jonge nazi te zijn geweest, die tot aan het einde toe in Hitler geloofde en in het najaar van 1944 zelfs werd ingedeeld bij de Waffen-SS. Het antwoord van Fest op deze bekentenis luidt: ik niet.
Beide boeken maken duidelijk dat het destijds niet onbelangrijk was in welk milieu men opgroeide. De vader van Grass werd in 1936 lid van de nazi-partij. De vader van Fest weigerde dit, ook al betekende dit onherroepelijk een bestaan van armoede en isolement.
VaderIn 'Ich nicht' neemt deze voorbeeldige vader een centrale plaats in. Hij was een groot voorstander van de republiek van Weimar en een vrome katholiek. Vader Fest was actief in de Reichsbanner, een militante organisatie ter verdediging van de republiek en in de katholieke partij Zentrum. Hij was directeur van een school, maar eind april 1933 werd hij ontslagen. Dit geschiedde op basis van de Wiederherstellung des Berufsbeamtentums, een nazi-wet die werd gebruikt om joden en geëngageerde aanhangers van de republiek van Weimar uit overheidsdienst te zuiveren.
Voor het gezin Fest had dit ernstige materiële gevolgen, maar daarover mocht niet worden gesproken. Het had ook sociale gevolgen: kennissen groetten plotseling niet meer. Maar er bleef een kring van oude getrouwen en vrienden bestaan. In Karlshorst, een buitenwijk van Oost-Berlijn waar het gezin woonde, "hebben we ons nooit buitengesloten gevoeld", schrijft Fest, bekend geworden met briljante biografieën over Adolf Hitler en Albert Speer, die benadrukt "gelukkige kinderjaren" te hebben gehad.
Behoedzaamheid tegenover de boze buitenwereld was geboden. Verraad lag overal op de loer. Maar vader Fest wilde niet altijd gedwongen zijn om op zijn woorden te passen. Daarom besloot hij dat er ’s avonds twee maal werd gegeten; eerst met de drie kleinere kinderen en later met de twee oudere zoons Wolfgang en Joachim. Tijdens dit tweede avondmaal wilde vader Fest vrijelijk kunnen spreken over zijn overtuigingen en over wat hij had gezien en gehoord. Deze kleine gemeenschap van ingewijden die over het besprokene moesten zwijgen, stelde hij in met een citaat uit het evangelie van Matteüs: "Etiam si omnes - ego non." Het is een uitspraak van de apostel Petrus tegen Jezus: "Al laat iedereen u in de steek - ik niet." Vandaar de titel 'Ich nicht'.
Geen gewone mensenMoeder Fest had het meest onder de situatie te lijden, want zij moest met zeer bescheiden middelen voor een groot gezin zorgen. In 1936 ondernam zij een poging haar man ertoe te brengen voor de schijn lid van de nazi-partij te worden. Huichelen en de onwaarheid zeggen, zo meende ze, zijn toch van oudsher de middelen van het gewone volk tegen de machtigen geweest. Haar man deelde deze mening geenszins. "Wij zijn geen gewone mensen. Niet in dergelijke kwesties." Aan zijn principes hield hij onverkort vast. Met deze ‘bende misdadigers’ wilde hij niets te maken hebben.
Hij was het ook niet eens met Joachim, toen deze hem tijdens de oorlog vertelde dat hij zich vrijwillig bij de luchtmacht had aangemeld om zo te voorkomen bij de SS te worden ingedeeld. Voor deze "misdadige oorlog van Hitler" meld je je niet vrijwillig, ook niet als het erom gaat aan de SS te ontkomen, luidde de vaderlijke reactie. Na de oorlog spraken beiden opnieuw over deze kwestie. Vader Fest: "Je had in dit ene serieuze meningsverschil dat we tijdens de nazi-jaren hadden, geen ongelijk. Maar ik heb gelijk gehad."
De eind 1926 geboren Joachim Fest, die jarenlang journalist en mede-uitgever was van de Frankfurter Allgemeine Zeitung, vertelt ook het nodige over zichzelf; over zijn vrienden, zijn ontluikende liefde voor literatuur en muziek, zijn belangstelling voor de Italiaanse Renaissance. Hij beschrijft hoe hij in het najaar van 1940 karikaturen van Hitler kraste op hekken en deuren. Ook een schoolbank werd van z’n karikatuur voorzien, wat niet zonder gevolgen bleef, want Joachim werd door een medescholier verraden. Aan de oorlog kon het gezin niet ontkomen. Vader Fest werd in 1944 opgeroepen en naar Oost-Pruisen gestuurd, waar hij in 1945 in Russische krijgsgevangenschap raakte. De oudste zoon streed aan het oostfront, waar hij in de herfst van 1944 overleed aan de gevolgen van een longontsteking. Joachim kwam in 1944 bij de luchtmacht en beleefde het einde van de oorlog aan de Rijn. Daarna volgden bijna twee jaar Amerikaanse krijgsgevangenschap.
Na de oorlog hebben Joachim en zijn jongere broer Winfried geprobeerd hun vader ertoe te brengen zijn memoires te schrijven, maar tevergeefs. "We zwijgen allen", zei hij. "Uit schaamte, angst en beklemming. Ik zwijg ook." Het beschrijven van zijn leven zou hem op een voetstuk plaatsen, en dat wilde hij niet.
BurgerijDe stilistisch schitterende autobiografie lijkt ook een poging de eer van de Duitse intellectuele burgerij te redden. Fest schrijft dat na de nazi-jaren de intellectuele burgerij tot hoofdschuldige werd bestempeld voor het aan de macht komen van Hitler. Deze aanklacht, zo vervolgt hij, ‘weerspiegelde alleen maar het ressentiment van verwende kinderen die erop uit waren zich in moreel opzicht te verheffen boven hun ouders en alle intellectuele vorming af te doen als nutteloze inspanning’.
Als groot kenner van het Derde Rijk moet Fest hebben geweten dat de zaken toch wat anders lagen. Volgens de historicus Hans-Ulrich Wehler in zijn 'Deutsche Gesellschaftsgeschichte 1914-1949' steunden de meeste intellectuelen Hitler. Wehler heeft het over de "schandelijke capitulatie van alle burgerlijke klassen voor de onrechtmatige daden van het Hitler-regime", onder wie ook de intellectuelen.
Vader Fest behoorde tot een kleine minderheid. Dit maakt zijn moedige en integere houding des te bewonderenswaardiger.
- Joachim Fest, 'Ich nicht - Erinnerungen an eine Kindheit und Jugend'
Rowohlt, 366 pagina's, € 19,90
ISBN: 3498053051