'Niemand is een eiland'
‘Eiland 34’ van Annette Pehnt
20-okt-2006
"De mensen proberen met toenemende wanhoop te leven en iets te bereiken, een plek of een persoon. Ze willen een eiland, waarop de wereld eindelijk een plek is die door zichtbare horizonten omlijnd wordt.” Annette Pehnt begint haar roman ‘Eiland 34’ met een opschrift van de Amerikaanse dichter Robert Creeley, dat karakteristiek is voor haar schrijversschap: “Voordat ik begin met een nieuw boek heb ik altijd een sleutelbeeld in mijn hoofd, geen verhaal. Door te schrijven probeer ik dit beeld vervolgens stapje voor stapje naderbij te komen.” Het schrijven van ‘Eiland 34’ begon met het beeld van een onbekend eiland, dat door slierten nevel nauwelijks zichtbaar was. Pehnts roman volgt de reis van een meisje zonder naam naar een plek zonder naam, eiland 34.
‘Eiland 34’ begint conventioneel met de schooltijd van een wonderkind. Maar terwijl dit hoogbegaafde meisje alles lijkt te kunnen, vindt haar vader dat alleen passie de mens definieert. Hij maakt zich ernstige zorgen over het gebrek daaraan bij zijn dochter. Totdat het meisje interesse krijgt in ‘de eilanden’. Na een kortstondige studie aan de universiteit laat zij alles achter zich, op zoek naar het laatste naamloze eiland, nummer 34. Een bizarre reis langs verschillende naamloze eilanden en hun bewoners begint.
Pehnt heeft tweeënhalf jaar lang aan ‘Eiland 34’ gewerkt. Dat is lang, voor de ruim vijhonderd pagina's die de roman telt. De schrijfster hanteert een strak werkritme, waarin zij systematisch naar het einde van haar boek toewerkt. Een nauwgezette stijl van haar beschrijvingen is hiervan het gevolg: “Voor mij geen schrijfroes onder invloed van rode wijn!” Nuchterheid kenmerkt Pehnts schrijversschap. In dit opzicht identificeert zij zich met haar generatie, die de grote ideologieën heeft verruild voor de beschrijving van een kleine, private wereld: “Vroeger geloofde men nog in een systeem van zingeving. Tegenwoordig is het doel veel diffuser en het reisdoel onduidelijk.”
TraditieDe reis van de vrouwelijke hoofdpersoon uit ‘Eiland 34’ is daarom geen concrete ontdekkingsreis, maar een abstracte zoektocht naar identiteit. Dit algemene karakter van ‘Eiland 34’ is volgens Pehnt een reactie op de Duitse obsessie met het verleden: “Het vraagstuk van de Duitse identiteit interesseert me niet. Ik probeer het algemene na te streven. Mijn boek had overal geschreven kunnen zijn.” Het verleden speelt in haar roman wel een belangrijke rol. Als de hoofdpersoon op eiland 28 arriveert, wordt zij geconfronteerd met een oude en gesloten gemeenschap. Pehnt: “Ik interesseer mij in samenlevingen die hun eigen spelregels definiëren, weg van de mainstream. Deze oorspronkelijkheid is in onze samenleving moeilijk te vinden.”
Maar in tegenstelling tot het werk van veel oudere Duitse auteurs wijst het verleden in ‘Eiland 34’ geen richting aan. Het meisje is niet in staat om de geschiedenis van de eilandbevolking te reconstrueren. De bewoners van eiland nummer 28 hebben bijvoorbeeld verschillende opvattingen over hun tradities; sommigen spreken de oude eilandtaal, anderen weer helemaal niet. Op eiland nummer 32 zijn archeologen bezig met opgravingen, maar waar ze precies naar op zoek zijn, blijft onduidelijk. Geschiedenis, oorspronkelijkheid en identiteit raken in Pehnts roman in conflict.
In de lijn van deze loskoppeling van plaats en identiteit definieert Pehnt ook zichzelf niet als een ‘Duitse’ schrijfster: “Ik sta in een Europese traditie.” Hiervan getuigen de opschriften bij elk hoofdstuk: beschrijvingen van eilanden uit de hele wereldliteratuur. De schrijfster ziet haar boek niet als een op zichzelf staande entiteit, maar als een doorlopend gesprek met auteurs uit verschillende landen: “Deze ongebondenheid is een karakteristiek van een generatie die is opgegroeid met grote schrijvers die vooral op de grote nationale thema's reflecteerden.” In plaats daarvan vat Pehnt haar literaire ideaal in een samengaan van fantasie en bondigheid. Zij voelt hierin een verwantschap met schrijfsters als Felicitas Hoppe en Katja Lange-Müller: “Zij schrijven boeken waarin niet de spanning of de handeling centraal staat, maar de constructie van een eigen wereld. Door hun kortaangebonden stijl ontstaat veel ruimte voor de fantasie van de lezer.” Oudere voorbeelden ziet Pehnt in Kafka en Ierse schrijvers zoals Flan O'Brien, die volgens haar veel fantasievoller met utopieën omgaan dan veel Duitse schrijvers.
Fantasie
In de eigen wereld die Pehnt in ‘Eiland 34’ opbouwt, heeft de fantasie de psychologie verdrongen. Haar drang om het mysterie van de identiteit intact te laten, spreekt uit het hele boek. ‘Eiland 34’ lijkt hierdoor in te gaan tegen de transparantie die de media en de psychologie suggereren: “Elke mens heeft zwarte plekken die niet te ontdekken zijn. Daar waar de psychologie ophoudt, moet de literatuur doorgaan.” Daarom probeert Pehnt in haar roman datgene te tonen wat niet te beschrijven valt. De schrijfster doet dit door een combinatie van nauwkeurige en absurdistische beschrijvingen. In haar roman nemen groteske details de plaats van de psychologie in. Zo spelen de bewoners van eiland 28 voornamelijk doedelzak. Zulke details versterken het besef van vervreemding, ‘anders-zijn’ en verlorenheid.
Deze afwezigheid van psychologische analyse in haar werk heeft ertoe bijgedragen dat Pehnts hoofdpersonen in de media vaak als zonderlingen worden beschreven. Toch zijn zij volgens de schrijfster helemaal niet zo ‘anders’: “Zij zijn consequenter dan de meeste mensen en hebben meer zelfvertrouwen om hun eigen reis te ondernemen.” Deze compromisloosheid betekent ook dat haar figuren eenzaam zijn, als kleine eilanden.
Soms krijgt de lezer echter het gevoel dat Pehnts streven om vorm te geven aan een ‘algemene’ ontdekkingsreis wat al te abstract blijft. Door de afwezigheid van elk ‘groot’ gevoel, lijkt het meisje identiteitsloos te blijven. Haar reis is niet aan een specifieke passie ontsproten, maar aan de persoonlijke noodzaak ‘anders’ te zijn. Aan het einde van ‘Eiland 34’ kijkt het meisje vanaf het één na laatste eiland uit op haar einddoel, eiland 34. Het blijft uiteindelijk onduidelijk of zij haar reisdoel bereikt en wil bereiken. Op eiland 33 helpt zij de enige bewoner ervan met het verzamelen van afval, “de brokstukken van de oude wereld,” zoals Pehnt dit zelf noemt. Maar een nieuwe wereld bouwt de schrijfster in haar roman niet op.
Stille wereldHet is opmerkelijk dat in een boek over de zoektocht naar authenticiteit nergens vorm wordt gegeven aan gevoelens van liefde en passie. Is Pehnt zo pessimistisch? “Ik geloof niet in de grote gevoelens en grote onderwerpen waar de media zo vol van is. Mijn personages leven een kleiner en bescheidener leven, gespeend van hartstocht of carrière. Mijn boeken bevatten geen maatschappijkritiek.” Pehnt ziet het verlies van de passie en idealen wel als een verlies: “Maar daarvoor in de plaats winnen zij een eigen stille wereld die op zichzelf als een utopie kan worden gezien.”
Is de beschrijving van de reis zonder doel dan werkelijk genoeg om de mens te definiëren? Na enig nadenken herneemt Pehnt zichzelf: “Misschien is het besluit van de hoofdpersoon aan het einde van de roman om niet in de eilandgemeenschappen te integreren, maar eenzaam te blijven een authentiek en definiërend moment.” Weer blijft het even stil: “Maar zelf ben ik graag onder de mensen, hoor.”
Als ik Pehnt vraag welk van de opschriften bij de hoofdstukken zij persoonlijk prefereert, wijst zij het citaat van de Engelse schrijver John Donne aan, dat luidt: “Niemand is een eiland, volkomen aangewezen op zichzelf.” Annette Pehnt blijft consequent tegenstrijdig, maar het gesprek dat zij voert gaat door.
Merel Leeman is freelance journaliste.
Annette Pehnt, ‘Eiland 34’. Oorspronkelijke titel: 'Insel 34'
Uitgeverij Contact, Amsterdam 2006, € 16, 90
ISBN: 9025419755