Roven voor Duitsland
'Hitlers Volksstaat' van Götz Aly
17-mei-2005
Het boek ‘Hitlers Volksstaat’ eindigt met de these: “Wie niet wil spreken over de voordelen voor de miljoenen eenvoudige Duitsers, die moet zwijgen over het nationaal-socialisme en de holocaust”; een uitspraak die doet denken aan Max Horkheimers: “Wie over het kapitalisme niet wil spreken, die moet over het fascisme zwijgen.” Aly heeft met zijn these willen provoceren en dat is hem gelukt. Enkele historici hebben forse kritiek geuit.
Het meest omstreden punt in het boek is dat Aly een materialistisch antwoord geeft op de veel gestelde vraag: hoe kwam het dat het Duitse volk in meerderheid bereid was Hitler te volgen en nauwelijks verzet pleegde tegen het misdadige nazi-regime? De terreur van SA en Gestapo dwong de Duitsers mee te doen, luidde na de oorlog vaak het antwoord. De Amerikaanse historicus Daniel Jonah Goldhagen heeft in 'Hitlers gewillige beulen' van 1996 een geheel ander antwoord gevonden. Hij wees op het diep in de Duitse samenleving gewortelde antisemitisme dat gericht was op het elimineren van de joden.
De Britse historicus Ian Kershaw heeft in zijn Hitler-biografie de nadruk gelegd op het grote verlangen binnen het Duitse volk een streep te trekken door het als vernederend ervaren vredesverdrag van Versailles na de Eerste Wereldoorlog. Al die verlangens en verwachtingen werden op Hitler geprojecteerd, wiens bevelen werden uitgevoerd nog vóór ze door de Führer werden uitgesproken.
Financiële maatregelenGötz Aly legt nog een andere relatie. “De Duitsers koesterden in de decennia vóór de regering-Hitler niet meer wrok dan de overige Europeanen, hun nationalisme was niet meer racistisch dan dat van de andere naties”, schrijft hij. Een unieke Duitse loop der geschiedenis – de Sonderweg – die leidde naar Auschwitz, heeft volgens hem niet bestaan. Het Duitse volk volgde Hitler, omdat de nazi-dictatuur vooral ten gunste van de lagere en middengroepen allerlei sociale en financiële maatregelen trof en in de door haar gepropageerde Volksgemeinschaft de traditionele klassen en standen afbrak.
Maar aangezien het enorme bewapeningsprogramma, de oorlog en de sociale voorzieningen de financiële mogelijkheden van het Derde Rijk verre overtroffen, werden vanaf 1938 systematisch de joden beroofd, alvorens zij naar de vernietigingskampen werden getransporteerd en werden ook de bezette landen op grote schaal geplunderd.
AmbtenarenHoe de Duitse ambtenaren hierbij te werk zijn gegaan, heeft Aly nauwkeurig onderzocht en beschreven. De bezette landen worden afzonderlijk behandeld, alsmede de bondgenoten van nazi-Duitsland. Aly schetst uitvoerig het onteigenen van de joden en hoe hun vermogen in handen van het Duitse bezettingsleger terechtkwam. Over de rol van de Wehrmacht schrijft hij: “Officieren en ambtenaren van het Duitse militaire bestuur organiseerden op vele plaatsen direct de rooftochten, zoals in België, Saloniki, Tunesië en op Rhodos. In andere bezette gebieden oefenden ze druk uit op de lokale autoriteiten de joden ten gunste van de Wehrmacht te onteigenen. Dit kan worden aangetoond voor Servië, Frankrijk en Italië.” Het waren ook Duitse officieren die vervolgens instemden met de deportatie van de beroofde joden.
Bij het beroven van de joden ging het niet alleen om geld, goud en juwelen. Ook hun kleding, meubels en huisraad werden naar Duitsland getransporteerd en daar onder meer voor spotprijzen verkocht aan slachtoffers van de bombardementen op Duitse steden. Zo verwierven na de zware luchtaanvallen op Hamburg in juli 1943 ongeveer honderdduizend Duitsers (meest vrouwen) uit de stad en omgeving meubels en huisraad uit ontvreemd joods bezit.
Roof
Volgens Aly is er maar één conclusie mogelijk: “De eenheid tussen volk en leiding ontleende haar noodlottige stabiliteit niet hoofdzakelijk aan een geraffineerde ideologische propaganda; ze kwam veel meer tot stand op basis van roof en de sociaal-politieke ‘rechtvaardige’ herverdeling van de buit tussen de Duitse volksgenoten.”
Het zijn vooral Aly’s conclusies die op verzet zijn gestuit. Hans-Ulrich Wehler, thans de meest gezaghebbende Duitse historicus, heeft het boek wel geprezen, want Aly “heeft veel nieuws ontdekt” en een nooit eerder verschenen “instructief overzicht” gemaakt van de “dimensies van de uitbuiting”. Maar toch kan hij niet instemmen met Aly’s ‘materialistische geschiedschrijving’. Met deze “bekrompen aanpak”, aldus Wehler, kan men de holocaust niet verklaren. Aly onderschat Hitlers “charismatische heerschappij” en het “geradicaliseerde antisemitisme” als doorslaggevend motief voor de holocaust.
Ook de historicus Adam Tooze, die in Cambridge doceert, heeft Aly scherp bekritiseerd. Hij heeft geschreven: “Aly onderschat de populariteit van Hitler, en vooral onderschat hij de populariteit van de bewapening. […] Met de opbouw van een sterke Wehrmacht en de herziening van het verdrag van Versailles was voor velen de wereld weer in orde.”
Aly zal dit alles vermoedelijk niet ontkennen. Hij heeft echter een aspect van de nazi-dictatuur willen belichten dat tot nu toe weinig aandacht heeft gekregen. Overigens niet wat Nederland betreft, want in 1999 verscheen van de Nederlandse historicus Gerard Aalders al het boek ‘Roof’.
Jan Luijten is journalist en heeft in het verleden geschreven voor de Volkskrant
- Götz Aly: ‘Hitlers Volksstaat. Raub, Rassenkrieg und nationaler Sozialismus’ (S. Fischer 2005) 444 pagina’s, € 22,90 ISBN 3 10 000420 5