© Duitsland Instituut Amsterdam Duitsland Instituut Amsterdam

De laatste oorlogsdagen als totaalbeeld

Tiende deel in serie 'Das Echolot' verschenen

5-apr-2005Jan Luijten

(5 april 2005) Vanaf september 1939 stak nazi-Duitsland Europa in brand. Om deze te blussen moesten de geallieerden Duitse steden in puinhopen veranderen, want de brandstichter in Berlijn wilde niet opgeven, ook toen hij wist dat de oorlog was verloren. Zijn secretaresse Traudl Junge hoorde Hitler op 25 april 1945 tijdens een maaltijd in de Führerbunker zeggen: "Maar Duitsland is verloren. Het was niet rijp genoeg en niet sterk genoeg voor de taak die ik hem had toegedacht."

Russische troepen stonden toen al in de buitenwijken van Berlijn. Toen het Rode Leger vijf dagen later het centrum van de stad bereikte, pleegde Hitler zelfmoord.  Eerst had hij echter nog een nieuwe regering gevormd die de opdracht kreeg de "oorlog met alle middelen voort te zetten".

Laatste akte

Geen van de generaals en admiraals, die op 20 april 1945 Hitler kwamen feliciteren met zijn verjaardag, had de moed te zeggen dat de oorlog was verloren. "Alles wat uit de mond van de Führer kwam, werd met volledige instemming aanvaard", noteerde een generaal later. En zo ongeveer was ook de stemming onder de Berlijners in die laatste oorlogsdagen. De Deense journalist Jacob Kronika, die in Berlijn verbleef, schreef hierover:  "Jaren geleden riepen ze 'Heil!'. Nu haten ze de man, die zichzelf hun Führer noemt. Ze haten hem, ze vrezen hem en ze lijden zijnentwege nood en dood. Maar ze hebben noch de kracht, noch de moed zich van zijn demonische macht te bevrijden. Wanhopig en passief wachten ze op de laatste akte van het oorlogsdrama."

Het einde kwam snel. Op 30 april 1945 schreef een Russische soldaat in Berlijn een brief aan zijn ouders: "Verzwakte, gehavende, vaak volledig uitgeputte Duitse soldaten en officieren leggen overal op straten en pleinen hun wapens neer en geven zich in schare als gevangene over aan onze troepen. Op vele huizen hebben de Duitsers witte vlaggen gehesen." Een Russische oorlogsfotograaf heeft over deze dag geschreven: "Het was tegen acht uur, de Rijksdag brandde. Ik ben met Russische soldaten op het dak geklommen en gaf een van hen de vlag in de hand. Uiteindelijk vond ik het punt, waar men de brandende rijksdag en op de achtergrond brandende huizen alsmede het Brandenburger Tor ziet. Ik wist: dit is het."

Fragmenten

Al deze citaten stammen uit een onlangs verschenen boek dat de titel draagt 'Abgesang ’45'. Het is het tiende en laatste deel van 'Das Echolot', het unieke werk dat de Duitse schrijver Walter Kempowski, thans bijna 76 jaar oud, heeft samengesteld over de Tweede Wereldoorlog. Het woord ‘samengesteld’ moet hier benadrukt worden, want Kempowski heeft niets zelf geschreven. 'Das Echolot' bestaat uit fragmenten uit vaak ongepubliceerd gebleven dagboeken, brieven, documenten, notities, sinds 1980 ijverig verzameld door de schrijver, die bekend is geworden door (auto)biografische romans als 'Tadellöser & Wolff' , 'Uns geht’s ja noch gold' en 'Ein Kapitel für sich'.

In 1993 verscheen de eerste aflevering van 'Das Echolot', vier dikke delen over de maanden januari en februari 1943, met daarin onder meer de door nazi-Duitsland verloren slag om Stalingrad, een keerpunt in de Tweede Wereldoorlog. Zes jaar later verscheen 'Fuga furiosa', eveneens vier delen over januari en februari 1945. In 2002 verscheen 'Barbarossa ’41', bestaande uit één deel, over de Duitse inval in de Sovjet-Unie in 1941 en tot slot 'Abgesang ’45' over de laatste achttien dagen van de oorlog, nu zestig jaar geleden. Het boek begint op vrijdag 20 april 1945, de laatste verjaardag van Hitler, en eindigt op 8/9 mei 1945 met de onvoorwaardelijke capitulatie van nazi-Duitsland.

Brieven

Berlijn veroverd door de Russen, mei 1945Het bijzondere van het boek is de veelheid aan uiteenlopende stemmen. Slachtoffers en daders komen aan het woord: gevangenen van concentratiekampen, die meedogenloos naar het westen werden gejaagd, dwangarbeiders en SS-ers. De berichten en brieven van gewone soldaten maar ook van generaals, zowel Duitsers als geallieerden, worden afgedrukt. Verder de verhalen van krijgsgevangenen, maar ook van wanhopige Duitse burgers, op de vlucht of in schuilkelders, alsmede verslagen van oorlogscorrespondenten en dagboekaantekeningen van schrijvers. En tussen al die verschillende stemmen door klinkt steeds weer Hitler in zijn bunker onder het brandende Berlijn.

Dit leidt tot vaak schrijnende contrasten, maar dat schijnt ook Kempowski’s doel te zijn geweest. De laatste oorlogsdagen als totaalbeeld, dat wilde hij verwezenlijken en dus moest alles een plaats krijgen. En zo staan de dagboekaantekeningen van de schrijver Ernst Jünger, die alleen oog had voor de bloeiende natuur in de lente, naast de gruwelijke berichten van gevangenen van concentratiekampen. Staat het relaas van de Waalse SS-leider Léon Degrelle naast de brieven van Russische soldaten aan hun vrouwen en die staan weer naast de notitie van een door Russen verkrachte vrouw in Berlijn en het bericht van een Russische militair die zich schaamt.

Al die stemmen hebben destijds gelijktijdig geklonken. Kempowski heeft die gelijktijdigheid hersteld. Het heeft een boek opgeleverd, dat tegenstrijdige emoties oproept, maar dat wellicht meer dan een normaal geschiedenisboek inzicht verschaft in de laatste oorlogsdagen.

Jan Luijten is journalist en heeft in het verleden geschreven voor de Volkskrant.

  • Walter Kempowski, 'Das Echolot. Abgesang ’45' (Albrecht Kraus, 2005) 491 pagina's, € 49,90 ISBN 3 8135 0249 X
Duitslandweb
feed link