'12 Gramm Glück' van Feridun Zaimoglu
Een onwaarschijnlijke zoektocht naar identiteit
13-jul-2004
In de Duitse literatuur bestaat een genre dat wordt aangeduid als literatuur van gastarbeiders of migranten. Bedoeld wordt Duitstalige literatuur, geschreven door auteurs van wie Duits niet de moedertaal is. Met het debat over de verdere integratie van etnische minderheden in Duitsland wordt deze nu al ongelukkige definitie nog lastiger. Waarom zou men over gastarbeiders moeten spreken als inmiddels de tweede of derde generatie van de voormalige Wirtschaftswunder-gastarbeiders aan het woord is? Omdat zij een eigen plek in de Duitse literatuur claimen. Auteurs met een Duits-Turkse achtergrond doen het daarbij bijzonder goed. Er zijn zelfs een aantal boeken in het Nederlands vertaald, waaronder werk van Emine Sevgi Özdamar (1946), die in 1991 de befaamde Ingeborg-Bachmann-prijs won. Maar ook Akif Pirinçci (1959), die met zijn kattenthriller 'Felidae' (1989) een internationale bestseller schreef, is van Turkse origine. Minder bekend zijn de schrijvers van jongere generaties, zoals Zafer Senocak (1961), Selim Özdogan (1971) of Feridun Zaimoglu (1964). Dat neemt niet weg dat zij zelfbewust en scherp schrijven. Vaak maken zij het thema identiteit tot onderwerp, zonder zich lang op te houden met gepraat over de multiculturele samenleving. Volgens Zaimoglu is dat niet meer dan een mooie droom van politiek links in Duitsland.
Feridun Zaimoglu, in 1964 geboren in Bolu, Turkije, leeft al meer dan dertig jaar in Duitsland. In 1995 debuteerde hij met 'Kanak Sprak', een boek dat hem de reputatie bezorgde van de 'Malcom X van de Duitse Turken' (Joachim Lottmann). Met 'Kanak Sprak' creëerde Zaimoglu een kunstmiddel voor anderstaligen, dat als een vorm van etnische rebellie gedacht was. Het oorspronkelijke scheldwoord Kanake (leeghoofd) werd heroverd. Het gaat Zaimoglu om het onderkennen en respecteren van het verschil tussen allochtonen en autochtonen.
De Duitse regeringscommissaris voor allochtonen, Marieluise Beck, bekende openlijk, dat de boeken van Zaimoglu niet bij iedereen in de smaak vallen. "Je hoeft er niet van te houden", zei ze. Vaak zou het Zaimoglu om provocatie te doen zijn. Boeken als 'German Amok' of 'Abschaum', het laatste onder de titel 'Kanak Attak' verfilmd, zijn daar voorbeelden van. Zaimoglu kiest graag voor een controversieel standpunt in het debat over de integratie van minderheden.
Ondertussen heeft Zaimoglu zijn zesde boek gepubliceerd en worden zijn literaire ambities zichtbaarder. Dit laatste boek, de verhalenbundel '12 Gramm Glück' (2004) heeft weinig meer te maken met de sociale rebellie in de geest van 'Kanak Sprak', waarmee Zaimoglu zich eerder profileerde.
De bundel bevat verhalen uit 'Diesseits' en 'Jenseits', van deze en gene zijde, verhalen tussen hemel en aarde, zo zou men vrij kunnen vertalen. De zeven aardse verhalen beschrijven scènes uit het leven in de moderne metropool. Zij gaan over liefde, begeerte, bedrog, eenzaamheid, hoop en geloof. Alle verhalen worden vanuit een mannelijk perspectief verteld, waarbij de vertellers zonder uitzondering in de ban staan van vrouwen. Telkens weer spitsen de verhalen zich toe op het onbegrip dat tussen beide geslachten bestaat en de hulpeloosheid die daaruit voortkomt. Het lijkt een constante zoektocht naar ware liefde. Onomwonden noemt de verteller van het eerste verhaal 'Fünf klopfende Herzen, wenn die Liebe springt' . ('Vijf bonkende harten als de liefde opbloeit') zichzelf een romanticus, die bovendien de paradoxie opzoekt. Zo had hij een vegetarische vriendin die het meest hield van spaghetti carbonara. Tussen de onlosmakelijke tegenstrijdigheden van ons verlangen, onze idealen en ons gedrag bloeit het leven.
De verhalen uit 'Jenseits' komen uit een wereld waarin zogenaamde Herrengläubige leven en waar de Profeet heerst. Hoewel men bij het Duitse woord Jenseits aan het hiernamaals zou kunnen denken gaat het Zaimoglu om een zeer reële wereld. Het is echter een wereld waarin religieuze strijders, predikanten van het hart, waarzeggers, kwakzalvers, geselaars, heksenmeesters en ander duivelsvolk leeft. Het is, kortom, een wereld buiten de Westers verlichte wereld, zonder dat men haar geografisch zou kunnen ontsluiten.
Soms lijkt deze wereld droomachtig, vreemd en archaïsch - wanneer over de nachtegaal wordt verteld, die de volmaaktheid van de roos bezingt, wanneer een zogenaamde prediker van het hart tirades vol haat op de 'United Snakes of America', op de verteller en met hem op de lezer, afvuurt, of wanneer de antiquair zijn amper volwassen kleindochter aan de vreemde toerist op leeftijd wil uithuwelijken. Het zijn verwarrende en tegelijkertijd fascinerende indrukken die het vermoeden doen rijzen, dat hier -de provocerende ondertoon ten spijt- de verhalen uit 1001 nacht opnieuw verteld en herschreven worden. Sommige stukken komen te onwaarschijnlijk, te absurd over, maar desondanks blijft de lezer gekluisterd aan het boek en volgt gewillig de grillen van de verteller.
In '12 Gramm Glück' is de rebellie van Zaimoglu literair-artistiek van aard. Zonder twijfel vormt identiteit het centrale thema in zijn werk - identiteit van het ik en de zoektocht naar zingeving (in volstrekt romantische betekenis). Zijn 'wereld van macht en strijd' - ooit vergeleek Zaimoglu zichzelf met Michel Houllebecq - is de taal en bovendien in toenemende mate de literaire taal. In zijn taal vinden de meanderende stijl en de beeldspraak van de oriëntaalse dichtkunst net zo hun weerklank als de Duitse klassieken, met Goethe voorop.
Teresa Grenzmann vroeg de auteur in een interview voor het tijdschrift Münchner Merkur of twaalf gram hoop op de ware liefde wel genoeg is. Zaimoglu antwoordde: "Steeds weer stuit men op de gapende leegte: onder mensen, of als men het hoofd heft en de hemel in staart. Het hangt ervan af waarin men wil geloven. Dit beetje geloof in geluk is voldoende, dit zet ons aan."
Yvonne Delhey is germaniste.
- Feridun Zaimoglu: '12 Gramm Glück' Kiepenheuer&Witsch (2004); € 17,90; ISBN 346203362X
Recensies:
Parapluie
Heidi Rösch
Textem