Verblijven onder barbaren
De oorlogsbrieven van Böll verschenen onlangs op cd
24-feb-2004
Heinrich Böll wordt al vroeg in de oorlog bij de Arbeits- en Wehrdienst geplaatst. Aanvankelijk bericht hij over het dagelijkse leven in de kazerne, later als bezettingssoldaat in Frankrijk en vervolgens deel uitmakend van het front tegen de Sovjettroepen in Hongarije. Tijdens zijn reis wordt het Böll steeds duidelijker dat deze oorlog zinloos en onjuist is, onder andere door de confrontatie met de ruïnes van het plat gebombardeerde Rotterdam. Gedurende deze vijf jaren vindt Böll troost in de literatuur en put hij kracht uit zijn geloof. Steun vindt hij echter vooral in de brieven van zijn geliefde Annemarie Chech, waarmee hij in 1942 trouwt.
Bölls houding ten aanzien van de oorlog is aanvankelijk uiterst naïef: weliswaar houdt hij de oorlog voor "absoluut onparadijselijk", maar de stompzinnige machinerie van het dagelijkse leven in de kazernes is voor hem de echte verschrikking. Het leven bij de troepen ervaart Böll als een geestdodende farce. De alles gelijk makende stupiditeit van het Pruisische leger is voor de intellectueel nauwelijks te verdragen. Hij is bang achterlijk te worden van het geouwehoer van zijn medesoldaten. Om daaraan te ontkomen, wil hij naar het front. Hij hunkert naar meer "Absolutheit". Weliswaar houdt Heinrich Böll van Duitsland, maar niet van het geschreeuw van degenen, die het land vertegenwoordigen. Duitsland moet winnen! Maar wel zo snel mogelijk, om de barbaarse praktijken en het leed een halt toe te roepen. Zijn christelijke ethiek vormt telkens weer de kern van zijn brieven en de basis voor zijn rotsvaste geloof in overleven. Met Gods hulp wil hij de hoop dat Duitsland zal winnen niet laten vallen. Vanaf 1943 bevindt Böll zich aan het oostelijke front. In deze "vreselijke en beestachtige hel" slaagt hij er steeds beter in de oorlog te definiëren en begint hij alles wat ermee te maken heeft grondig te haten. De schilderachtige landschappen van Hongarije en de boerse eenvoud van de mensen ervaart hij op de weinige momenten van ontspanning als een intermezzo van menselijkheid. Heinrich Böll is niet geboren voor het leven van een soldaat. Elke dag is een pijnlijk wachten op de terugkeer naar Duitsland. Vijf jaar lang wordt hij echter dagelijks teleurgesteld in zijn hoop op een spoedig einde van de oorlog.
Bölls brieven uit de oorlog zijn een interessant tijdsdocument, dat geen andere Duitstalige schrijver in deze omvang heeft nagelaten. De verhalen over de dagelijkse sleur herhalen zich vaak. Dit wordt echter opgefrist door de soms stevige taal die Böll gebruikt wanneer hij zijn omgeving en zijn vaak bekrompen meerderen beschrijft. Hoewel hij een belijdend christen is en tevens een trotse Keulenaar, schrikt hij er niet voor terug de Keulse dom als een "Scheiβhaufen" te betitelen, in vergelijking tot de kathedraal van Amiens.
Het is jammer dat Böll in de beschrijving van de diepgravende omwentelingen van die tijd aan de oppervlakte blijft. Dat de luisteraar nauwelijks een indruk krijgt van de ware verschrikkingen en gruwelijkheden aan het front, stelt de historicus misschien teleur. Böll draagt er in zijn brieven altijd zorg voor zijn moeder en vooral zijn vrouw niet teveel te verontrusten. In de keuze van details is hij voorzichtig en in de beschrijving van de omstandigheden zo nu en dan zeer eufemistisch.
Niettemin vormen de hier beschreven ervaringen de basis voor zijn latere literaire werk. Böll spreekt in zijn brieven over zijn opdracht, "niet te vergeten, wat er aan mensonwaardige dingen gebeurt en tegen Gods wil gezegd en gedaan wordt." In zijn eerste roman van 1951 'Wo warst du Adam?' vinden Bölls ervaringen voor de eerste keer hun neerslag in een grotere en verdichte vorm. Hier manifesteren zich duidelijk de autobiografische elementen van een mens, zoals men hem door deze oorlogsbrieven leert kennen, bijvoorbeeld in de figuur van soldaat Feinhals. Een man, die de oorlog haat en om het leed van de slachtoffers rouwt, maar niet over de oorzaken en aanstichters van de oorlog nadenkt. Ook Bölls consequente antimilitaristische instelling en de sterke politisering van zijn werk zijn een uitvloeisel van de weergegeven ervaringen. Met name hierin schuilt de literaire waarde van zijn oorlogsbrieven, die van 1500 bladzijden tot 422 minuten op 6 cd's teruggebracht zijn. De melancholische en gevoelige toon in de stem van voorlezer Philipp Schepmanns is treffend gekozen en doet zeer authentiek aan. Het is echter jammer dat in de keuze van de brieven een periode ontbreekt van enkele maanden. De brieven die geschreven zijn aan het einde van de oorlog, kort voor het moment dat het Duitse leger definitief valt, zijn niet opgenomen in de selectie.
Uit het Duits vertaald door Andries Kok
Tobias Temming studeert Duitse Taal- en Letterkunde, Geschiedenis en Politicologie in Marburg. Hij schrijft recencies voor onder meerwww.literaturkritik.deen het literaire tijdschriftListen.
- Heinrich Böll: Briefe aus dem Krieg 1939-1945
Der HörVerlag: 6 CD, 422 Minuten: euro 32,00
ISBN 3 895 84969 3 - Heinrich Böll: Briefe aus dem Krieg 1939-1945
Kiepenheuer & Witsch: 1652 pagina's (2 delen): euro 50,11
ISBN 3 462 03022 1