'Mevrouw Thomas Mann'
Twee biografieën over Katia Mann
22-apr-2003
Deze anekdote staat in een van de twee biografieën van Katia Mann die onlangs in Duitsland zijn verschenen, en is typerend voor de echtgenote van de schrijver van 'Buddenbrooks' en 'Doktor Faustus'. Katia Mann was soms wat ongeduldig en hooghartig, en ze ontleende haar identiteit en haar status aan die van haar man, die in 1929 werd onderscheiden met de Nobelprijs voor literatuur.
Dat ze zichzelf 'Frau Thomas Mann' noemde, klinkt niet feministisch maar is toch ook weer niet onlogisch. Want dat Thomas Mann, ook in moeilijke tijden van oorlog en ballingschap, zijn grote literaire werk kon verrichten, was haar verdienste. Zij zorgde steeds voor huiselijke omstandigheden waarin het literaire talent van de licht prikkelbare auteur optimaal kon gedijen. Dagelijkse zorgen en beslommeringen mochten zijn scheppingsproces niet verstoren. Ze was, naast de moeder van hun zes kinderen, zijn secretaresse en zijn chauffeur. Ze waakte over de financiën, zijn reputatie en gezondheid, onderhandelde met uitgever Fischer en was zijn eerste klankbord. 's Avonds las Thomas Mann haar voor uit het manuscript waaraan hij overdag had gewerkt. Naar haar raad luisterde hij. En soms bracht ze hem op ideeën. Haar verhalen over het leven in het Waldsanatorium in Davos, waar Katia in 1912 een half jaar verbleef, inspireerde haar man tot zijn grote roman 'Der Zauberberg'.
Deze permanente zorg voor het welzijn en het werk van Thomas Mann leidde na zijn dood in 1955 haast automatisch tot de vraag naar de zin van haar verdere bestaan. "Het valt niet te ontkennen dat een leven, dat men zo volledig in de dienst van een ander heeft gesteld, na diens overlijden niet meer echt zinvol lijkt", schreef ze aan tweelingbroer Klaus Pringsheim. Katia Mann, die haar echtgenoot 25 jaar overleefde, bleef zich echter ook als weduwe inzetten voor het werk van haar man. En ze bleef zich bekommeren om kinderen en kleinkinderen.
Katia Mann, die wordt beschreven als verstandig, nuchter en pragmatisch, verdient een eigen biografie. Want ofschoon ze zichzelf zag als een onderdeel van Thomas Mann, zoals ze eens schreef aan dochter Erika, had ze eigen opvattingen. Ze groeide op in een bijzondere familie en leidde vervolgens een opmerkelijk huisgezin. Dat er nu tegelijkertijd twee zijn verschenen, is wellicht wat veel, maar biedt wel de mogelijkheid tot vergelijking. En die valt duidelijk uit ten gunste van 'Frau Thomas Mann - Das Leben der Katharina Pringsheim' van Walter en Inge Jens, beiden grote kenners van het werk van Thomas Mann. Deze biografie werd gebaseerd op nog niet eerder gepubliceerde brieven en documenten, waaronder brieven van Katia Mann aan haar tweelingbroer en haar Amerikaanse vriendin Molly Shenstone en notities van de moeder van Katia, Hedwig Pringsheim-Dohm. Dit leidde tot een scherper portret van Katia Mann dan het beeld dat Kirsten Jüngling en Brigitte Rossbeck in hun biografie schetsen.
Deze tweede biografie, 'Katia Mann - Die Frau des Zauberers', heeft eigenlijk maar een enkel pluspunt: er wordt wat meer verteld over de voorouders van Katia. We weten dat Thomas Mann stamt uit een familie van kooplieden uit de vrije Hanzestad Lübeck. Ook tot de voorouders van Katia behoren kooplieden en ondernemers, maar eveneens schrijvers. Haar grootmoeder was Hedwig Dohm die al in de negentiende eeuw hartstochtelijk streed voor gelijke rechten voor de vrouw, en romans, verhalen en essays schreef. Ze was getrouwd met Ernst Dohm, redacteur van het satirische tijdschrift Kladderadatsch. Eén van hun dochters, ook Hedwig geheten, werd actrice aan het destijds beroemde hoftheater van Meinigen, maar bleef daar niet lang, want in 1878 huwde zij met Alfred Pringsheim. In 1883 werd Katia geboren in Feldafing bij München. De strijd van haar grootmoeder voor emancipatie werkte door in de opvoeding van Katia. Ze was een van de eerste meisjes in München die slaagden voor het eindexamen gymnasium (1901) en dat in een tijd dat er nog geen gymnasium voor meisjes bestond. Ze werd thuis onderwezen. Na haar eindexamen ging ze colleges volgen aan de universiteit van München. Zij deed dat tot ze begin 1905 trouwde met Thomas Mann.
Het was een gelukkig huwelijk, wat wellicht wat vreemd is, omdat sinds de uitgave van de dagboeken bekend is dat Thomas Mann homo-erotische neigingen had. Bij tijd en wijle raakte hij in de ban van een jongen aan het strand of een kelner in een hotel. Het waren tijdelijke verliefdheden die opgingen in het literaire werk. Inge en Walter Jens: "Sublimering van fysieke begeerten door betrouwbaarheid en kunst: Katia Pringsheim nam haar man zoals hij was - zonder enig voorbehoud." Thomas Mann was haar daarvoor dankbaar.
Katia Mann deelde in de roem van haar man, maar haar leven werd ook steeds weer overschaduwd door zorgen, over haar man, zwager Heinrich Mann en de kinderen. Misschien dat ze daarom aan het einde van 'Meine ungeschriebene Memoiren', verschenen in 1974, heeft gezegd: "Ik heb gedurende mijn leven niet kunnen doen, wat ik had willen doen." Dat betwijfelen de biografen sterk. Ze kunnen zich daarbij beroepen op dochter Monika die heeft geschreven: "Uiteindelijk kan niemand tegen zijn wil vijftig jaar lang iets zo volmaakt zijn wat hij niet is, en daarom heeft mijn moeder ten slotte dit leven gewild."
Jan Luijten is journalist en schreef o.a. voor De Volkskrant.
- Inge und Walter Jens: 'Frau Thomas Mann - Das Leben der Katharina Pringsheim' Rowolt, 352 blz., 19,90 euro, ISBN 3 498 03338 7.
- Kirsten Jüngling & Brigitte Rossbeck: 'Katia Mann - Die Frau des Zauberers' Propyläen, 415 blz., 22,- euro, ISBN 3 549 07191 4.
Recensies 'Frau Thomas Mann- Das Leben der Katharina Pringsheim' bij Perlentaucher
Recensies 'Katia Mann- Die Frau des Zauberers' bij Perlentaucher