Tegendraads denker herdacht
100ste geboortejaar Adorno zorgt voor 3 nieuwe biografieën
18-nov-2003
Theodor W. Adorno, want over hem gaat het hier, was een hoogbegaafd man, die honderd jaar geleden in Frankfurt werd geboren. Dit feit heeft in Duitsland geleid tot de uitgave van een reeks boeken, waaronder drie biografieën en twee werken met brieven - die aan zijn ouders en brieven aan de uitgevers Peter Suhrkamp en Siegfried Unseld.
Vooral de uitgebreide biografie die de Duitse socioloog Stefan Müller-Doohm heeft geschreven, is een indrukwekkend werk, waaruit goed de veelzijdigheid blijkt van deze tegendraadse denker die de grenzen tussen filosofie, sociologie en musicologie heeft doorbroken. Müller-Doohm en de publicist en journalist Lorenz Jäger - die een 'politieke biografie' schiep - laten zien dat Adorno, die leerde dat elke gedachte ook een achterkant heeft, zelf ook niet zonder tegenstrijdigheden was. Zo uitte hij kritiek op de kapitalistische, burgerlijke samenleving, maar leidde zelf een burgerlijk leven. Hij sympathiseerde met de motieven van de rebellerende Duitse studenten van '68, die zich beriepen op zijn kritische theorie over maatschappij en cultuur. De radicale acties van deze studenten keurde hij echter af, zodat die acties zich tenslotte ook tegen hem gingen richten. Adorno, zo schrijft Lorenz Jäger, was zowel de mentor als het slachtoffer van de studentenrevolte.
Alles aan Adorno was bijzonder, althans dat is de overheersende indruk na lezing van twee van de drie biografieën. Dat begon al met zijn naam. Adorno's vader was Oscar Wiesengrund, een wijnhandelaar van joodse komaf. Hij trouwde in 1898 met de zangeres Maria Calvelli-Adorno, dochter van Jean-Francois Calvelli, een Corsicaanse beroepsofficier en schermleraar, die later, om indruk op adellijke families te maken, Adorno aan zijn naam toevoegde. Toen hun zoon in 1903 werd geboren, wilde zijn moeder dat 'Teddie' ook de naam Adorno zou dragen. Theodor Wiesengrund-Adorno dus, totdat de filosoof in Amerikaanse ballingschap besloot Wiesengrund te verkorten tot een simpele W. Voortaan was Adorno de naam.
Zijn grote passie voor muziek ontstond in het ouderlijk huis, waar veel werd gezongen en piano gespeeld. Adorno werd een bewonderaar en aanhanger van de nieuwe muziek van Schönberg, de uitvinder van de twaalftoonstechniek. Andere elementen die belangrijk waren voor zijn geestelijke vorming en ontwikkeling waren de marxistische filosofie van Georg Lukács en Ernst Bloch en Freuds psychonanalyse.
Het vermijden van een keuze tussen muziek en filosofie speelde vooral in de jaren twintig, toen Adorno in Frankfurt zowel aan het conservatorium als aan de universiteit studeerde. Aan de universiteit leerde hij Max Horkheimer kennen, die in 1931 directeur werd van het befaamde Institut für Sozialforschung. Uit de ontmoeting groeide een levenslange samenwerking op wetenschappelijk gebied en een vriendschap, die voor Adorno zo belangrijk waren dat hij eens aan Horkheimer schreef: "Als we elkaar niet hadden, zou ik niet verder willen leven."
Een andere ontmoeting bleek ook van grote betekenis. In 1924 leerde hij Alban Berg, leerling van Schönberg, kennen. Adorno verbleef vervolgens in 1925 vijf maanden in Wenen om zich bij Berg, die voor hem "de ware nieuwe muziek belichaamde", verder te bekwamen in de twaalftoonstechniek.
Müller-Doohm schildert uitvoerig hoe Adorno enerzijds zelf componeerde en veel schreef over andere componisten en hun werk, terwijl hij anderzijds streefde naar een academische loopbaan. Dit leidde in 1931 tot de benoeming van privé-docent voor filosofie aan de universiteit van Frankfurt.
Ballingschap
Nadat in 1933 Hitler aan de macht was gekomen, werd voor de half-joodse Adorno het leven steeds moeilijker. Hij mocht niet meer doceren, zijn muziek werd verboden en uiteindelijk besloot hij in 1934 Duitsland te verlaten. Zijn jaren in ballingschap, eerst in Engeland en later in Amerika waren moeilijk; hij voelde zich ontworteld en ontheemd, afgesneden van de Duitse taal die voor hem zo belangrijk was. Maar uit de biografieën blijkt ook dat het leerzame en productieve jaren waren, waarin zijn denkbeelden rijpten over het kapitalistische systeem dat mensen tot waren degradeert, en over de 'cultuurindustrie' die maakt dat mensen zich schikken in dit lot. Hij raakte steeds nauwer betrokken bij Horkheimers instituut dat tijdig Frankfurt had verlaten en in New York was gevestigd. En hij leerde Thomas Mann kennen die hij hielp bij het schrijven van de roman 'Doktor Faustus'.
De jaren van nationaal-socialisme en oorlog waren, zo schreef Adorno, een "ononderbroken opeenvolging van catastrofes, chaos en gruwelen". Tussen 1942 en 1944 werkten hij en Horkheimer samen aan het boek 'Dialektik der Aufklärung', waarin zij naar antwoorden zochten op de vraag waarom de Verlichting en de rede op zo fatale wijze zijn ontspoord, "waarom de mensheid, in plaats van een waarachtig menselijke toestand te bereiken, in een nieuw soort barbarij verzinkt".
Enkele uitspraken van Adorno na de oorlog hebben blijvende indruk gemaakt. "Es gibt kein richtiges Leben im falschen" staat in 'Minima Moralia', een boek met aforismen en kort proza, dat in 1951 verscheen en een groot succes werd. Nog bekender is wellicht: "Na Auschwitz een gedicht schrijven is barbaars." Verschillende dichters deelden Adorno's mening niet, onder hen Paul Celan, de dichter van de 'Todesfuge' over het onnoemlijke joodse lijden in de vernietigingskampen. Adorno heeft in zijn grote filosofische werk 'Negative Dialektik' (1966) zijn uitspraak teruggenomen.
Adorno stierf begin augustus 1969 aan een hartaanval, die hem trof in Zwitserland waar hij weer op krachten had willen komen. Want, zo schrijft Müller-Doohm, de door rebelse studenten geplaagde professor - kort tevoren was hij in de collegezaal nog belaagd door drie studentes met ontblote borsten - was totaal uitgeput en overwerkt. Bovendien "vervolgde hem de nachtmerrie dat de politieke situatie van vandaag op morgen zou kunnen omslaan in totalitarisme".
Dit alles maakte Adorno's dood tot een extra tragische gebeurtenis, waarover Marie Luise Kaschnitz een gedicht schreef dat zo eindigt: "Er hoefde hem niemand/ in het graf te stoten/ in deze stralende zomer./ Hij was reeds lang bedroefd/ viel."
Jan Luijten is journalist en heeft in het verleden geschreven voor de Volkskrant
- Stefan Müller-Doohm: 'Adorno - Eine Biographie' Suhrkamp, 1032 pagina's, euro 29,90 ISBN 3 518 58378 6
- Lorenz Jäger: 'Adorno - Eine politische Biographie' DVA, 318 pagina's, euro 19,90 ISBN 3 421 05493 2
- Detlev Claussen: 'Theodor W. Adorno. Ein letztes Genie' S. Fischer Verlag, 302 pagina's, euro 26,90