'Die Niederlande und die DDR' van Jacco Pekelder
20-dec-2002
In de eerste vijf hoofdstukken van de Duitse versie is flink geschoven en gekort ten opzichte van het origineel uit 1998. Dat leidt tot logischer cesuren: Pekelder breekt nu simpeler en beter de periode van de niet-erkenning (1949-73) in tweeën, op het jaar 1965. De Nederlandse versie splitste nog in drie delen (1949-61, 61-69 en 69-73). De bewerking, op zich in een keurige vertaling, heeft wel de schrik van iedere auteur: bij het openslaan zie je al schrijffouten. Grammaticafoutjes en vooral fouten in namen, met als olijke uitschieter dat schouwburgdirectrice Cox Habbema voor Hebbema wordt uitgemaakt.
Zwaarwegender is, dat deze bewerking op de stand van onderzoek van de Nederlandse editie uit 1998 is blijven hangen. De vele artikelen, scripties, monografieën en documentaires uit de afgelopen vier jaar die de betrekkingen Nederland-DDR of de buitenlandse betrekkingen van de DDR in bredere zin behandelen, zijn eigenlijk niet meegenomen. Daardoor ontbreken nieuwe inzichten en zijn oude foutjes blijven staan.
Zijn hoofdconclusies blijven echter overeind: hoe Oost-Duitsland vanaf de oprichting in 1949 tot midden jaren zestig door Nederland als een totalitaire staat gebrandmerkt werd. Nederland liep voorop in de Koude Oorlog, dus het paste goed, om via het totalitarisme communistisch Oost-Duitsland aan nazi-Duitsland gelijk te kunnen stellen. West-Duitsland hoefde amper moeite te doen, om ons van erkenning van dit 'Sovjetduitsland' af te houden.
De roep om erkenning van de DDR kwam midden jaren zestig op, aanvankelijk bij radicaal links, als middel om het gehate establishment en West-Duitsland eens lekker te pesten en een afkeer van de Koude Oorlog te symboliseren. Maar binnen een paar jaar was diplomatieke erkenning ook voor het establishment in principe aanvaardbaar. Mits die aan de voorwaarde van de West-Duitse bondgenoot voldeed: pas onderhandelen met de DDR nadat West- en Oost-Duitsland met elkaar uitonderhandeld waren. Aldus erkenden Nederland en de DDR elkaar op 5 januari 1973, twee weken na de Duits-Duitse regeling. Nederlanders bezochten in de jaren daarna, uit nieuwsgierigheid of idealisering van dit 'socialistisch experiment', steeds vaker de DDR. Voor de Nederlandse overheid veranderde er niet zoveel: met of zonder ambassadeur in Oost-Berlijn probeerden de Nederlandse autoriteiten, de DDR op afstand te houden.
Uit Pekelders boek blijkt, dat van 1949 tot 1990 het Nederlandse oordeel over de DDR een uitvloeisel geweest is van drie factoren. Ten eerste onze mening over de Oost-Duitse 'Grote Broer', de Sovjetunie, zoals al blijkt uit het scheldwoord 'Sovjetduitsland'. Markant voorbeeld is het beroemdste Nederlandse liedje over de DDR: Over de Muur van het Klein Orkest. Daarin zit de regel: "Ach, wat is nou die heilstaat, zeg me, wat is ie waard? Wanneer iemand die afwijkt, voor gek wordt verklaard". Maar in de DDR werden helemaal geen politieke dissidenten in psychiatrische inrichtingen opgesloten - dat was bij de grote broer.
Ten tweede, de (binnenlands)politieke situatie van Nederland, de politieke Grosswetterlage. Toen in de jaren zestig en zeventig Nieuw Links de oude regenten lekker wilde pesten, greep het naar de DDR, net als de neomarxistische studenten die op zoek waren naar alternatieven voor het Nederlandse maatschappijmodel. Dit was allemaal veel meer op Nederland zelf gericht, dan op de DDR.
En ten derde, zeer bepalend: onze mening over Duitsers überhaupt. Pekelder meent dat vooral sinds de jaren zestig veel Nederlanders uit anti-West-Duitse motieven positiever over de DDR dachten. Mijns inziens waren Nederlanders tot na de Duitse hereniging van 1990 algemeen anti-Duits, in de zin dat wij 'typisch Duits' gelijkstelden aan 'latent nazistisch'. In de eerste decennia vonden Nederlanders - gevormd door het antitotalitarisme - Oost-Duitsland een gewelddadige dictatuur en dus 'typisch Duits'. Midden jaren zestig vond een belangrijke omslag in onze DDR-perceptie plaats. Omdat vanaf die tijd het 'antifascisme' steeds sterker het antitotalitarisme als moreel-politieke maatstaf verdrong, kon de DDR scoren. Tot dan toe hadden de meeste Nederlanders de DDR als 'communistisch = totalitaristisch = typisch Duits' gezien. Maar nu werd het 'communistisch = antifascistisch = ontypisch Duits'. Weliswaar vonden we het nog steeds een communistische dictatuur, maar inmiddels waren we andere dingen belangrijker gaan vinden. We lieten alleen West-Duitsland nog het nazi-verleden erven.
In Pekelders boek ontbreekt ten onrechte aandacht voor de rol van de sport in de Nederlandse beeldvorming over de DDR. De sport was door het belang voor de beeldvorming ook voor de betrekkingen belangrijk: het was tot de erkenning van 1973 een zeldzame mogelijkheid voor de DDR, zich zegevierend aan het Nederlandse volk te presenteren. En nog wel op TV, dus met een vele malen grotere impact dan de uiteindelijk invloedloze activiteiten van bijvoorbeeld het Nederlandse comité voor de erkenning van de DDR.
Oost-Duitse sporters stonden hier bekend als eeuwig winnende, want altijd met doping volgespoten Oostblokmachines. Toen schaatster Yvonne van Gennip in 1988 eindelijk eens van die oppermachtige Oost-Duitsers won, zette half Nederland uit pure gekte een rode clownsneus op. Want wij vonden Oost-Duitse sportvrouwen halve kerels - was niet hun boezem door testosteron verdwenen? Uiteraard ontkende de DDR in alle toonaarden, dat overwinningen aan doping te danken waren. Over de mannelijk-lage stemmen van de Oost-Duitse zwemsters bromde hun coach, dat ze nu eenmaal geen dameskoor waren. Inmiddels voert het verenigde Duitsland processen tegen de verantwoordelijke dopingartsen en blijkt bij 1 sportster de hormoonhuishouding dermate verstoord, dat ze nu maar als man door het leven gaat.
Dit zijn echter inhoudelijke bezwaren, waarover je in het wetenschappelijke debat probleemloos van mening kan verschillen. Deze Duitse bewerking had echter met een paar weken meer werk de bezwaren kunnen ondervangen van een slordige redactie en de niet opgenomen nieuwe historiografie. Maar het blijft een goed boek, want dat was het Nederlandse origineel al.
Carel Horstmeier studeerde Duitse Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Freie Universitaet Berlin. Hij bereidt een proefschrift voor over de Oost-Duitse erkenningspolitiek in Nederland, Belgie en Denemarken. Sinds 2000 werkt hij aan de RuG als docent Geschiedenis en bij het Nederlands-Russisch Archiefcentrum (NRAC).
- Jacco Pekelder: Die Niederlande und die DDR. Bildformung und Beziehungen, 1949-1989. Agenda Verlag, Münster 2002. 476 blz. 35 euro. ISBN 3896881612.
- Jacco Pekelder: Nederland en de DDR. Beeldvorming en betrekkingen, 1949-1989. Boom, Amsterdam 1998. ISBN 9053523871. (voor verkoop, info DIA)
DDR-geschiedenis op het internet:
DDR-Suche
DDR im Web
ZZF Potsdam
De site Stasiopfer neemt een bijzondere plaats in: een lijst met de namen van alle Hauptamtlichen Mitarbeiter van de Stasi, op naam doorzoekbaar.
Soms is moeilijk te onderscheiden, of een site de DDR nu met enthousiaste nostalgie of met ironie vereert, maar bij deze twee is het duidelijk dat vroeger alles beter was: NVA en Kundschafter des Friedens.
Duidelijk ironisch is Wer wird Revolutionär