Speerpunten van het derde Duitslandprogramma
Binnenlandse politieke ontwikkelingen
1-jan-2005
Niet alleen is de politiek een sturende kracht in de grootscheepse hervormingsprocessen die de Bondsrepubliek momenteel ondergaat, ook zijzelf is object van verandering. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 en 11 maart 2004 staat de binnenlandse veiligheid, vooral de bescherming van de samenleving tegen de bedreiging van het internationaal vertakte terrorisme, boven aan de politieke agenda.
Duitsland
heeft sinds het in de jaren zeventig met inheems terrorisme werd geconfronteerd,
voortdurend gewerkt aan de professionalisering van de bestrijding van
gewelddadige politieke groeperingen. De laatste jaren heeft het land zich ook
sterker gewapend tegen de internationale terreurdreiging, onder meer in Europees
verband en op bilateraal vlak met Nederland en zijn andere buurlanden. De
poreuze grenzen geven dit vraagstuk ook een centrale positie in de Nederlandse
verhouding met de Duitse buur.
Daarnaast werpt de multiculturele samenleving nieuwe vragen op voor de parlementaire democratie, die afwijken van de kwesties waarmee de democratie na de oorlog werd geconfronteerd. Voor de open samenleving is het van essentieel belang dat oude en nieuwe groepen inwoners een gezamenlijke basis vinden voor de onderlinge verhoudingen. Hoe de politieke integratie van allochtonen zal verlopen, is niet alleen van cruciaal belang voor de nationale politiek, maar evenzeer voor het ‘Europese huis’.
De partijpolitieke parlementaire democratie staat zonder meer voor vele uitdagingen: de grote volkspartijen hebben veel moeite hun traditionele achterban aan zich te blijven binden, het vertrouwen in de politiek neemt af en de groeiende invloed van de media leidt bovendien tot een andersoortig politiek bedrijf. Welke consequenties heeft dit voor de toekomst van politieke partijen, voor de manier waarop politiek bedreven wordt, voor de betrokkenheid van de burger en uiteindelijk dus ook voor de legitimiteit van het politieke systeem?
Verantwoordelijkheden
Ook de verhouding tussen datgene waar de nationale politiek voor verantwoordelijk wordt gehouden en de sturingsmacht die zij feitelijk heeft, verschuift. Hoewel hiërarchische modellen van politiek al lang achterhaald zijn, blijven nationale regeringen nog altijd hét aanspreekpunt voor klachten en wensen, ook al is hun feitelijke sturingsmacht maar zeer beperkt. Het probleem wie voor wat kan worden aangesproken, wordt in een horizontale democratie steeds groter. In de Europese context wordt dit vraagstuk bovendien nog eens extra gecompliceerd door de voor de burgers niet altijd even heldere afbakening van competenties tussen Brussel en de nationale hoofdsteden. Dit vormt een uitdaging voor zowel de nationale als de Europese democratie.